Zelfs geboden tijdens het potje Rummikub met de buren

‘Als het moet, geef ik een hand!’ Gina springt op en steekt haar hand uit. Gerrit kijkt naar seconden naar Googlen. Dan pakt hij haar hand en schudt een paar keer. “Zie je wel”, zegt Gina triomfantelijk tegen het gezelschap. Op de bank lacht Jantje fokken.

Of Jantje Drost (74) lett om het gezicht van haar man Gerrit Drost (74) van om het gemakkelijke handenschudden, is niet duidelijk. Ze is doof. Ze zit op de leren bank (300 euro via Marktplaats) van Gina Othman (42) en haar man Omran (49), Koerdisch-Syrische vluchtelingen. De echtparen zijn buren. De familie Drost bestaat uit drie slaapkamers in een enkel rijtjeshuis in het Groningse dorp Bedum.

Omran en Gina zijn niet de enige Syriërs in Bedum. Zo’n eight professionals komen hier jaren, Somaliërs en Eritreeërs. NRCwil weten hoe het leven voor moslims sterft, netto in Nederland, terechtkomen in zo’n kleine gemeenschap. Waar de buurvrouw nog nooit van ramadan gehoord has en je voor een halve kilo halalvlees met de bus naar Groningen moet.

Op bezoek bij drie Syrische gezinnen.

Het huis van Gina en Omran is vol mensen. Wisam, de neef van Omran, is er met zijn Pools-Nederlandse vrouw en haar dochter. De twee zoons van Gina en Omran zijn er (Jouan van 12 en Judi van 22), dochter Jivanda (20) is op pad. Hun oudste zoon is kapper. Hij knipt het haar van de neef in het schuurtje. Gezellig, bezoek, zegt Omran. “Zo was dat ook in Tartous.”

‘Ik doe!’

Omran en Gina wilden na hunkomst graag de mensen om hen heen leren kennen. Hij ging zelf op de buren af. “Hallo, ik ben Omran, ik kom uit Syrië.”

Tartous, waar de familie Othman komen komt, is een kustplaats in het westen van Syrië, met mooie stranden, maar ook bijzonder pro-Assad. In de oorlog was het opeens verdacht als je Koerdisch praatte op straat. Omran vertrok in 2013 ontmoette 15.000 euro op zak naar Europa. Het werd Nederland, wil “in Zweden krijg je een verblijfsvergunning van slechts een jaar, Duitsland verandert constant de regels en Nederland is het beste voor gezinshereniging”.

Zijn eerste ontmoeting in Bedum was met een oude dame. Hij woonde toen in een ander huis, alleen; zijn vrouw en drie kinderen kwamen pas een jaar later. De vrouw was het trappenhuis aan het stofzuigen. Ik doe het wel, gebaarde hij. “Nee”, zei ze. Omran trok aan de stofzuiger. “Ja, beter”, zei hij streng. “Ik doen!” Sinds die dag hielp hij haar vaak. Tot hij opeens niets meer van haar hoorde, en haar zoon bij hem aan de deur kwam. Ze is overleden, zei die. “Ik wist niet wat dat was”, zegt Omran. “Dood”, zei de zoon. Omran: “Ik zei: Oooh. Ik wist het woord voor gecondoleerd niet. “Ze had zoom haar inboedel nagelaten.

Omran en Gina Othman thuis in Bedum en bij de Voedselbank in Winsum.Foto’s Kees van de Veen

In 2014 verhuisde Omran met zijn gezin naar dit rijtjeshuis – waar nog veel spullen van de vrouw staan. Samen belden ze aan bij de buren. Gina was eerst dat de buren geen contact wilden. “Ze lieten ons niet binnen.” Omran: “Zo zijn Nederlanders. Die willen eerst kijken of alles goed is. “

De volgende dag kwam de buurvrouw op de thee. Omran: “Zie je wel!” Hij adviseert andere Syriërs: “Je moet het blijven proberen.”

Zo wist hij dat die dwaze buurman, die politieagent was geweest in de Randstad, to verleiden tot een bakje koffie. “Ik groette hem al zes maanden. Ik heb hem nodig nuonseens wel koffie. “Sorry, antwoordde hij, ik heb te veel gezien in mijn tijd in Amsterdam.”

Gerrit Drost is ook niet beschikbaar voor de deur bij de nieuwe Syrische buren. “Dat is mijn rol niet, ze komt maar naar jou.” Dat gebeurde: Omran vroeg Gerrit om hulp. Het gezin kan twee keer per maand een pakket van de drugbank krijgen, maar het moet wel worden opgehaald. Of de buurman wilde rijden.

Wat Gerrit dacht toen hij hen voor het eerst zag? “Dat zijn moslims.” En wat vond hij daar? Gerrit heeft jaren gevaren. Hij heeft bepaalde soorten mensen gezien. Hij vond er niet iets bijzonders van. Hij zegt: “Ik doe mijn ding, zij doen hun ding. Het is net als met homo’s. Er waren wel jongens op het schip die ergens wilden. Dan was ik duidelijk: ik ben niet zo. Maar ik vind het prima dat zij zo zijn. Je moet elkaar respecteren. “

Gerrit heeft geen enkele moeite om zijn grenzen aan te geven. Dat moet soms. Zoals toen Omran ongevraagd de nieuwe bank bij Gerrit kwam kijken en mogelijk wilde meebeslissen over waar die het kon kon staan.

Vissen van jeu de boule

Niet iedereen kan goed met Jantjes doofheid omgaan. Elkaar verstaan ​​is lastig. Dat ongemak gaat meer uit de weg, merkt het echtpaar al jaren. Maar de korte, eenvoudige zin van Gina en Omran begrijpt Jantje goed. Die kan ze liplezen. “En ik begrijp haar”, roept Gina, terwijl ze haar arm om Jantje heen slaat. Ze komt vaak koffiedrinken bij Gina als je vrienden bent in jeu de boulen in het dorp. Eens in de week rummikuppen ze ‘s avonds met z’n vieren.

Gerrit zag snel dat Gina serieuzer met de islam bezig is dan Omran, zegt hij. Gina bidt regelmatig en groot tijdens de ramadan. Omran niet. “Ik kan niet tegen een lege maag”, roept Omran. Gina maakt een crisis alsof ze een sigaret rookt. Dat is het probleem, wil ze zeggen. Als Gina moet bidden tijdens een potje Rummikub, extreem ze even pauze.

Nederland is de afgelopen jaren gewend met een grote groep nieuwe vluchtelingen. Tussen begin januari 2014 en juli 2016 gehad zo’n zo’n 70.000 mensen een verblijfsvergunning. Tweederde komt uit Syrië. Alle steden zijn kwetsbaar, en de kleine meer dan de kleine. In grote steden lossen de nieuwe inwoners gemakkelijk op, er zijn veel mensen, vrouwen met hoofddoeken, slecht Nederlands sprekende mannen. In Bedum, ontmoet 10.000 inwoners, vallen ze op.

Gina doet vrijwilligerswerk bij kinderopvang Kids2B. Foto Kees van de Veen

Jenny van der Werf uit Bedum richtte met anderen stichting Kleurrijk Het Hogeland op, waar Bedum onder valt, contact op met teels en contact te brengen met de dorpsbewoners. “Door dat netwerk vinden ze sneller hun weg”, zegt ze.

Niet ver van waar Gina en Omran wonen, zwaait Maryam Alkahalaf de deur open. Ze draagt ​​een wit-blauwe hoofddoek. Maryam is een hartelijke vrouw van 48, die nu drie jaar is in Nederland. Zij kwam als eerste, haar man en drie kinderen volgden twee jaar later.

Het huwelijk van Maryam Alkahalaf en haar man was not bestand tegen alle veranderingen. Ze wil er niet over praten. Hij woont nu ergens anders.

Maryam werd verliefd op Nederland. Ze leert English alsof de duivel haar op de hielen zit. Haar lesboeken heeft ze altijd bij zich. Zelfs in de bus zit ze nog te leren. Ze liep stage bij de Hema, en nu op de basisschool in het dorp. Ze vindt alles goed, als ze maar Nederlands kan praten. Heeft u contact met de andere Syriërs in Bedum? “Ik ga liever met Nederlanders om. Dan leer ik de taal beter. “

Ik ga liever met Nederlanders om. Dan leer ik de taal beter.

Ze springt van de bank en zet de tv aan. Op het scherm verschijnt een liedtekst van Guus Meeuwis, in het Nederlands en het Arabisch. Dromerig zingt ze mee:Ik wil met je lachen / En ik hoop heel snel / Niets houdt het meer / Dat de afstand / Tussen ons steeds kleiner wordt.

Een bank van Marktplaats

Buurman Lodewijk aarzelde niet dat hij zag dat er Syriërs naast hem kwamen wonen. Maryam weet nog precies wat hij zei: “Hallo, ik ben Lodewijk. Als er iets is, weet je me te vinden. “De sleutel van zijn tuinschuur hangt in haar woonkamer.

Niet alle Bedummers verlaten hun ruime huizen en lopen door hun keurige voortuintje om de nieuwe dieren welkom te heten. Maar de vluchtelingen worden ontwikkeld met een jaren 70-achtige welwillendheid. Het zijn mensen die moeten worden moeten worden, dan hélpen we. Die mentaliteit. Het zwembad is snel ruimte voor een vrouwenuurtje. De wethouder denkt na over een uur aerobics voor vrouwen.

Er werden meubels verzameld. Er is uitgelegd hoe Marktplaats werkt – een buurvrouw van Gina en Omran kocht een bank voor hen via Marktplaats, zij betalen haar maandelijks een klein bedrag af. Een paar Syrische vrouwen leren op een avond aan blonde Groningse vrouwen hoe je een hoofddoek knoopt. En in Trefcentrum Bedum zijn goodbeemalee avonden met Syrische hapjes, Eritrese koffie en Somalische dans.

Sommige Bedummers gaan nog verder en worden via ‘Kleurrijke Het Hogeland’ ‘maatje’. Zo wipt Trienette Kroeze, een slanke, energieke vijftiger, regelmatig binnen bij Maryam en de kinderen – Abdolkader en Nour, een tweeling van 15, en Hatem, een jongen van 10. “Ik ben een goede vriendin van de familie”, stelt Trien aan de verslaggevers voor. Maryam knuffelt haar, iets te hard: “Nee, ze is mijn zus!”.

Tussendoor serveert Maryam muhammara, een salade van tomaat, sla, augurken en ingelegde pepers. En kibbeh, gehakt in deeg van bulgurmeel. In de voorraadkast staan ​​kruiden in glazen potten waar Nescafé in zat. De namen in het Arabisch: gemberwortel, laurierblad, gedroogde munt, za3tar, sumac, kurkuma. Ze vindt het rot om te zeggen, maar het Nederlandse eten … nou, nu ze er over nadenkt, laatst aten ze iets wat ze wel lekker vond. Ze roept naar haar zoon op de bank. “Hoe heette dat?”

“Shoarma!”, Roept hij terug.

In januari dit jaar stuurt Maryam een ​​bericht. “De beste wensen!” Ze meldt dat ze geslaagd is voor haar inburgeringsexamen. Binnen een jaar. Het is de dorpscultuur die nieuwelingen hoedt voor apathie. Onopgemerkt thuis blijven zitten, is lastig. “Ik heb gehoord dat vluchtelingen niet in Nederland zijn”, zegt Maryam. Omran had het daar ook over. Zijn neef uit Den Haag vertelde hoe de vrouwen soms bespikkeld worden op straat en de geldigheid onbekenden zijn. In Bedum merken de Syriërs daar niets van.

Maryam Alkahalaf met haar zoon Hatem en lekkernijen die zij maakte.Foto’s Kees van de Veen

Karate op hoog niveau

Op weg naar Eva Masoud en Samer Mohammad kom je langs Shoppyland, het winkelcentrum van Bedum. Met een Super de Boer, een Jumbo, een Mitra-slijterij, een Kruidvat en een Actie. Het kloppend hart van Bedum is klein, but heeft alles dat Bedummerm bediend heeft dan een uitgebreid halal-assortiment. Gina en Omran vinden dat prima. Andere moslims waarschuwen kip dat de kip in de Jumbo niet halal is, maar zegt Gina: “Kip is gewoon halal, het is niet uit hoe het geslacht is.”

Eva en Samer zijn spits. Samer doet normale boodschappen in Groningen.

De gele ophaalbrug over het Boterdiep staat op ansichtkaarten. Hup, erover, langs het water naar het hotel-café-restaurant ‘t Gemeentehuis. Via de Maranatha-kerk, een van de zeven kerken in het dorp, naar de zuidkant van Bedum.

Eva doet de deur open. Ze draagt ​​een hoofddoek en doet die alleen vrouwen binnenstappen. Ze is een slanke, elegante vrouw sterft in Syrië op hoog niveau aan karate daad. In Bedum kan dat niet meer. Ze zwemt en hoopt op een vrouwenuurtje in sportzaal De Vlijt.

Toen ze nog maar net in Bedum woonden, kwam de buurvrouw langs met een pan erwtensoep. Met varkensvlees. “Ik rook het te.” Eva kijkt moeilijk. Het duurde even voor ze het durfde te zeggen.

Mannen geeft Eva geen hand. Kon ze beter wel doen, zei een buurvrouw. Ze zou erover denken, zei Eva, maar er valt niet veel te denken. “Het is mijn geloof.” En de wethouder featuring er geen probleem van ned zij hem hemette met een hand op haar hart. Samer komt erbij zitten. Hij kan zich voorstellen dat het een probleem kan zijn in een land waar trouwen.

De buurvrouw van de erwtensoep, Els, is Limar (7), Nael (11) en Enji (12). Samer gaat met zijn buurman naar de sportschool en laat zijn hond soms uit. Zijn buurman hielp hem met het inburgeringsexamen ‘spreken’. Eva hielp een tijdje een oudere dame in de buurt. Ze is trots op het vertrouwen dat ze kreeg. “Ze gaf me haar bankpas om boodschappen voor haar te kopen.” Toen ze overliep, ging zij en Samer naar de uitvaart in de kerk. In Syrië leven moslims en christenen ook door elkaar heen, zeggen ze. “Je weet vaak niet eens of iemand christen van moslim is”, zegt Samer. “Dat merk je pas als iemand overlijdt, aan de ceremonie.”

Het enige wat echt echt is, familie and friends natuurlijk, is een moskee. Niet alleen voor de gebedsdiensten, maar ook voor de Koranlessen voor de kinderen. Het is te duur om elke week met het hele gezin naar Groningen te reizen. Dus maak ze elke zondagmiddag hun eigen Koranschool aan de salontafel: via een app krijgen de kinderen Arabische les en leren ze soera’s uit de Koran. De oudste twee deden mee aan de ramadan, vertellen ze trots.

Bedum vlucht het geloof dat bij de nieuwe inwoners hoort. Misschien omdat veel Bedummers zelf geloven, denken de Syriërs. De buurvrouw van Maryam ging ook googlen op ‘ramadan’, ‘offerfeest’ en ‘islamitisch gebed’ toen er moslims naast haar mee wonen. Ze komt soms op bezoek, zegt Maryam. “Ze vertelt over de regels van de ramadan.” Gina en Omran ontvingen appjes met ‘Eid Mubarak’ als het Suikerfeest is. Gina: “Van Nederlanders, hij.”

Omran Othman op weg in Bedum, naar zijn voetbaltraining. Foto Kees van de Veen

Sigaretje

Soms gaat de bemoeienis iets te ver. De Nederlandse docent van Omran sprak zijn zoom aan aan hij niet vastte tijdens de ramadan. “Hoe kan dat”, vroeg ze. “Je bent toch moslim?” Jawel, zei Omran, “maar in de streek waar ik vandaan kom, wordt daar losjes over gedaan.” De docent gaf niet op. Ze wees naar een klassegenoot. “Mustafa komt daar ook vandaan, hij vast wel.” Omran zoeken diep adem. “Ik zei: Ík ben Omran en dát is Mustafa.”

Het is als moslim een ​​beetje geven en nemen in een niet-islamitisch land, het vinden van Gina en Omran. Behalve als het gaat om de hoofddoek. Die is Gina Heilig. Ze wilde haar pills does not want to in the flying to Nederland Stapte en Omran haar smeekte: “Geen hoofddoek! Dat zijn de regels van dit land. “Jammer dan, vond ze, dan ga ik wel dood in mijn eigen land.

Maar dat haar zussen hun haren versleten en hun rokken tot boven de knie, moeten zij weten. “Als je precies zoals in Syrië wilt blijven, dan moet je terug naar Syrië”, vindt Omran. Je blijft moslim, but je moet er niet te strak mee omgaan, is zijn opvatting. Dat Omran niet groot tijdens ramadan, vindt Gina niks. Maar ze kent genoeg moslims die nét doen alsof ze vasten. Geef haar dan maar de eerlijkheid van haar man.

Het geloof, vindt Gina, zit in je hart. Het is tussen jou en God. Wat anderen waarvan vinden, is niet relevant. “Heb je een wit hart en een mooie tong, dan is het goed. Een goed mens is is dan vijf keer per dag geboden. “Omran knikt. Hij vindt ook dat hij het best met zijn oudste zoon een sigaretje kan roken. Sterker, hij kocht zelf het eerste biertje voor hem. Zijn zoon kan ook rustig ‘s avonds uit.

Heb je een wit hart en een mooie tong, dan is het goed. Een goed mens is is dan vijf keer per dag bevolen.

En zijn dochter Jivanda? Gelden voor haar dezelfde regels? Omran aarzelt zelfs. Gerrit komt hem te hulp. “Ik heb uitgelegd hoe de Nederlandse regels zijn. Dat is een meisje op haar achttiende voor de wet volwassen is. Als je haar dan thuis is dat ze uit wil, gaat dat schuren. “

“In Syrië is dat anders”, mompelt Omran.

En wat als ze een relatie met een Nederlander heeft? Nu is het Gina die aarzelt. “Eh, ja, als zij dat wil, dan mag het. Het is haar toekomst. Als hij maar moslim is. “Het is zelfs stil. Gina: “Hij kan zich toch bekeren tot de islam?” Dan lachen ze. Het is niet aan de orde. Jivanda is verliefd. Op een jongen uit Syrië.

Correctie (11 mei 2019)Maryam Alkahalaf droeg in een voorstelling van dit verhaal de familienaam van haar voormalige man. Dat is veranderd is haar huidige naam.

Lees Verder

Plaats een reactie