We zijn bang en toch doen we niets

Ruim twee jaar geleden schreef ik een artikel met als kop ‘Als het klimaatprobleem zo acuut is, waarom doen we dan niks?’ Het was een paar weken voor de parlementsverkiezingen in Nederland en ik verbaasde me erover dat in de campagne amper werd gesproken over klimaatverandering – at uitstek toch a theme for politieke vergezichten.

De verrassing werd versterkt, kortom een ​​congres over klimaatimpact voor de financiële wereld. Klimaatwetenschapper en NOS-weerman Peter Kuipers Munneke gaf ter introductie een lezing, “Ik denk dat de komende vijftien jaar bepalend zijn voor het klimaat van de komende tienduizend jaar.”

Dat zinnetje is blijven hangen.

Ik volg dit onderwerp al meer dan tien jaar en weet dus heel goed dat de tijd nodig is. Dat we elkaar ontmoet hebben. Dat de afwijzing afstanden worden getoond en de kosten alleen maar hoger. Dat er kantelpunten zijn, waarvan we niet weten wanneer die zich gaat voordoen en hoe ze uitpakken, maar wel dat de consequenties groot en onomkeerbaar zijn.

In vele tientallen rapporten en onderzoeken zie ik die conclusies steeds weer voorbijkomen. Natuurlijk, ze are written with the scientists and scenes are interested with onzekerheden. Maar ik kan me niet aan de indruk hebben ontsexdt dat in bijna elk rapport de urgentie wordt aangegeven en de toon alarmerender wordt.

Een paar recente voorbeelden. De Wereld Meteorologische Organisatie meldt dat de afgelopen vier jaar de warmste is of the produce en dat de dure gevolgen van die opwarming toenemen. Het World Economic Forum noemt klimaatverandering het grootste risico voor de economie. Een brede wetenschappelijke studie laat zien op Antarctica, dat lange tijd de dans prei te ontspringen, het ijs smaak smelt. En volgens het VN-klimaatpanel IPCC kunnen we een opwarming van meer dan een anderhalve graad, en daarmee een aantal ernstige klimaatontwrichting, alleen niet voorkomen als we alles op alles zetten.

Maandag werd aan deze rapporten een nieuw dieptepunt toegevoegd. Een 1.800 pagina’s tellend VN-rapport over biodiversiteit. Dat wil zeggen, over onze leefomgeving, over de natuur zijn wij ook mensheid afhankelijk zijn. : A) d) a) d) d) a) d) a) d) a. (A).

Lees ook:Minder koeien en kolen niet genoeg voor klimaat

Door het lezen van al die rapporten word ik heen en weer geslingerd tussen zorg en hoop, woede en verdriet, cynisme en desillusie. Ik stel mezelf voortdurend de vraag uit het verkiezingsverhaal van twee jaar geleden: hoe kan het toch dat we eten handelen? Ook al weten we dat we nog maar een paar decennia hebben te te voorkomen dat we het klimaat hebben voor de verkeerde kant op sturen.

Het pijnlijkste is, dat ik alleen maar naar mezelf hoef kijk om te laten passiviteit te begrijpen. Wil je ook al weet ik hou van al die rapporten heel goed hoe wat ik zou doen doen, toch wil ik graag de allernieuwste iPhone en af ​​en toe een stukje vlees.

Ik weet dat die ene iPhone van een enkele gehaktbal het verschil niet zal maken. Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies zijn degenen grote problemen, dat is mijn persoonlijke gedrag. Ook dat schrijven al die onderzoekers. Het biodiversiteitsonderzoek over de noodzaak van eentransformatieve verandering: een sociale verandering in de sociale, economische en technologische structuren van onze maatschappij. Ga er maar aan staan.

Maar je kunt het net zo goed omdraaien. Als ik mezelf al niet in staat ben in mijn leven zo in te richten dat er zo min mogelijk onder lijdt, hoe kan ik dan verwachten dat we het systeem veranderen?

“De meest verstandige mensen ervarren wel dat ze te veel koolstof hebben verbrand”, schreef de Canadese psycholoog Robert Gifford in 2015 ineen artikelinThe New Scientist. “De meerderheid van diezelfde mensen is niet bang voor veel koolstof.”

Gifford doet al jaren onderzoek naar de relatie tussen psychologie en milieu. Zijn artikel heeft de weinig hoopgevende kopDe weg naar de hel van het klimaat. Gifford onbekende maar liefst 33 obstakels die ons in de richting van die klimaathel duwen.

Zo his our verouderde brain, that stammen on the time that we aroundliepen on the savanne en us absolutely drukwijd over the dreigingen in the here and here, not equipped for most of ver weg gelegen problemen. De onzekerheid is the best of the concepters of climate policy also too once wordt uitvergroot, maakt het moeilijk om in actie te komen. Te veel doemance ook tot passiviteit.

We verschuilen ons achter religie (de mens is te nietig om in schepping te zijn), ideologie (klimaatactivisten willen de neoliberale samenleving om zeep helpen) van technologie (we hebben altijd slimme uitwegen gevonden). We geven de buren de schuld (waarom moet ik veranderen, als de rest dat niet doet). En wie zet zijn comfortabele leven op het spel voor een vaag risico in de toekomst?

Als we al iets doen, kiezen we graag voor een beschatte aanpassing, zoals het scheiden van afval van het compenseren van een vliegreis door bomen te planten. Dat gebruiken we als een excuus om echte gedragsverandering (minder spullen kopen, niet meer vliegen) uit de weg te gaan. En wie iets goeds doet voor milieu en klimaat, gunt er graag een extraatje bij. Mensen met een energiezuinige auto doen het milieuvoordeel vaak teniet maar ze meer gaan rijden.

Hopeloos dus. Maar wat moet ik dan met al die rapporten en onderzoeken? Grote woorden kiezen, zoals president Obama in 2014: “Wij zijn de eerste generatie die de gevolgen van klimaatverandering voelt en de laatste die er iets aan kan doen”? Net als de jonge Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg zeggen: “Ik wil niet dat jullie hoopvol zijn. Ik wil dat jullie in paniek raken. Ik wil dat jullie de angst voelen die ik elke dag voel “? Of the sombere feiten negeren en optimistisch schrijven over de kansen van een ‘groene deal‘? Het eerlijkste antwoord is, dat ik het ook niet weet.

Lees Verder

Plaats een reactie