Topman VDL: ‘Ik moest mijn vader naar huis sturen’

Translating…

„Momentje. Je vroeg hoeveel touringcars we afgelopen week maakten?” De wijsvinger van Willem van der Leegte glijdt langs pagina’s met tabellen. In een map A4’tjes staan alle resultaten van VDL – een van de grootste Nederlandse familiebedrijven – sinds de coronacrisis toesloeg.

Die kwam als een mokerslag. Normaal gesproken produceert VDL minstens vijftien touringcars per week, luxe bussen die zo’n 250.000 tot 300.000 euro per stuk kosten. En nu? De wijsvinger stopt.

„Nul bussen geleverd”, zegt Willem van der Leegte. Zijn wijsvinger schuift een tabel op: „En nul bussen verkocht.”

Van der Leegte (38) is geen man van veel woorden. Van getallen, daarentegen, krijgt hij niet snel genoeg. „Ik ben een cijferfetisjist.”

Liefst cijfers op papier, gebundeld in een plastic mapje. Zo deed zijn vader Wim het al, die VDL vijftig jaar leidde, tot 2016. Het is de manier om overzicht te houden op een conglomeraat dat voor buitenstaanders een allegaartje lijkt: VDL Groep telt 104 fabrieken, groot en klein, die allerlei producten maken, van zendmasten tot zonnebanken. Met 16.000 werknemers, van wie 13.000 in Nederland, en 5,8 miljard euro omzet is VDL de barometer van de Nederlandse maakindustrie.

Vergeleken met week 10, de laatste week voordat corona Nederland platlegde, verloor het bedrijf direct twee derde van de omzet. Alles wat met transport te maken heeft, viel stil. De auto-industrie komt nu mondjesmaat op gang, maar over touringcars maakt Van der Leegte zich geen illusies; het seizoen is voorbij voordat het begon en de vooruitzichten zijn onzeker.

„Wie gaat er nog op busvakantie? Reisorganisaties hebben de bussen al in april in de winterstalling geplaatst. Stel dat 40 procent van onze klanten omvalt, dan gaat de andere 60 procent echt geen nieuwe touringcars kopen. Die kopen de bus van de concurrent, die bij de curator staat. Eentje met weinig kilometers.”

Een Chinese belegger zou vorig jaar interesse hebben gehad in VDL’s bussentak. Is dit een moment om te verkopen?

„Dat verhaal klopt helemaal niet. Er is nooit interesse getoond uit China voor een van onze onderdelen.”

En als ze zich nu zouden melden?

„Wij zouden heel veel moeite hebben om een bedrijf van ons in Chinese handen te laten belanden. Heel veel moeite.”

Dat is nog geen nee.

„Dat is een verzachte, Brabantse nee. Als we een bedrijf hebben, dan willen we het niet verkopen. Eigenlijk aan niemand. Maar zeker niet aan de Chinezen.

Later benadrukt de woordvoerder, die ook bij het gesprek zit: „We zijn niet tegen China hè.”

Van der Leegte: „Kijk, wat ik van China vind… er is geenlevel playing field. Vanwege staatssteun – allerlei redenen.”

„Als iemand zich meldt van wie wij denken dat het een betere aandeelhouder is, die beter voor de belanghebbenden is, voor onze mensen, dan zijn we best bereid te verkopen. Maar dat zal niet snel gebeuren. Het gaat ons om continuïteit en toegevoegde waarde, om werkgelegenheid en zekerheid te bieden.”

Investeren in eigen land en regio hoort daarbij, vinden ze bij VDL. Vandaar dat Wim van der Leegte reageerde toen vorig jaar grote orders voor elektrische ov-bussen in Nederland bij Chinese bedrijven belandden. „China trekt werkgelegenheid weg”, schreef de vader van de huidige topman ineen boze open briefaan

Het Financieele Dagblad.

Lees ook:Is VDL dupe van Chinees vals spel, of gewoon een slechte verliezer?

VDL Groep maakt behalve bussen en vrachtwagenonderdelen ook auto’s, bij VDL Nedcar in Born, en levert geavanceerde onderdelen aan chipmachinefabrikant ASML, de medische sector en de voedselindustrie. Zoveel uiteenlopende producten – dat is in crisistijd een voordeel, zegt Willem van der Leegte.

„Bij ASML gaat het goed en in de medische sector en voedselindustrie is ook meer vraag. Dus we proberen nu medewerkers te verplaatsen naar andere fabrieken. Bijvoorbeeld naar VDL Systems Uden, waar machines voor voedselbewerking gemaakt worden. Dat gebied is volgens de krant een coronabrandhaard, dus sommige medewerkers aarzelen daarnaartoe te gaan. Gelukkig zijn er ook mensen die zeggen: als ik op anderhalve meter afstand kan werken, is dat perfect.”

VDL Nedcar, normaal gesproken goed voor de helft van de groepsomzet, moest een maand lang dicht. Door corona viel bij toeleveranciers de productie stil. „En je kunt geen auto afleveren zonder koplamp”, zegt Van der Leegte droogjes.

De internationale productieketen is kwetsbaar tijdens deze pandemie. „China verscheept een onderdeeltje naar Hongarije, daar wordt het in een ander onderdeel geschroefd, waarna er in Spanje een koplamphoek van gemaakt wordt, en dan in Born in een auto gezet.”

Het heeft iets pervers, die complexe ketens, vindt de topman. Zeker omdat de doorlooptijd almaar korter wordt: „Als jij een ander stuurtje in je auto wilt, kun je dat tot drie weken van tevoren nog doorgeven.

„Waarschijnlijk zullen veel bedrijven nu vanwege corona de productie dichterbij halen, binnen Europa. Maar over twee jaar zoekt iedereen toch weer naar de goedkoopste mogelijkheid.”

Vakantie in Tirol

VDL is een familiebedrijf pur sang. Opgericht door Pieter van der Leegte in 1953, groot gemaakt door Wim van der Leegte, die dus een halve eeuw aan het roer stond. Naast jongste zoon Willem zitten ook dochter Jennifer en zoon Pieter in de directie. Werk en privé lopen door elkaar heen en elk jaar gaan de Van der Leegtes met elkaar op vakantie. „Eind januari waren we met z’n allen in Tirol, met een man of vijftien”, zegt Willem. Achteraf gezien kropen ze door het oog van de naald: begin februari werd Tirol een coronabrandhaard.

Het VDL-hoofdkantoor, langs de A2 bij Eindhoven, is net verbouwd. Afgelopen week had de opening moeten plaatsvinden, maar dat is vanwege de coronacrisis uitgesteld. Nu is de entree verlaten en de showroom leeg. Straks staan daar de mooiste VDL-producten op een voetstuk, met daarbij de hologrammen – video’s in 3D – van de familie Van der Leegte. Zelfs de kleinkinderen, de aankomende generatie, doen daaraan mee.

Alle aandelen zijn in het bezit van de familie. Het is een manier om de bedrijfscultuur op de lange termijn te bewaken, zegt Willem van der Leegte. Ze voelen een belangrijke regionale rol, zoals de Philips-familie die ooit ook had. Maar terwijl Philips zijn conglomeraat opknipte en bedrijven afstootte op zoek naar rendement, blijft VDL uitbreiden: bijna elk jaar neemt het wel een bedrijf over.

Van der Leegte: „Mijn vader heeft ons aandelenkapitaal altijd beschermd voor invloeden van buitenaf. En Philips bracht hun aandelen heel vroeg naar buiten. Ik vraag me wel eens af: wat nou als een familie de aandelen van Philips in handen had gehouden? Hoe zag Philips er dan uit?”

Voor de deur van het VDL-kantoor staan opvallend veel BMW’s. Dat krijg je als je auto’s maakt in opdracht van de Duitse autofabrikant. Ook Van der Leegtes eigen auto staat ertussen, een model uit de 7-serie. „Deze was nog van mijn vader, die ben ik blijven rijden nadat ik in 2016 de leiding heb gekregen. Maar ik had wel kort geleden een nieuwe auto gekocht. Nu we de rem hebben gezet op investeringen, heb ik de dealer gebeld om de bestelling af te blazen. Je kunt niet tegen je medewerkers zeggen: wacht maar even met die nieuwe auto van de zaak, en dan vervolgens zelf in een nieuwe auto voor komen rijden.”

Van der Leegte pakt een A4’tje met minuscule cijfers. Het is een overzicht van de liquiditeit van de VDL Groep. Dit lijstje houdt hij nu nauwlettend in de gaten. „Het gaat erom wat er binnenkomt en wat eruitgaat. Bedrijven gaan niet failliet omdat ze te weinig vermogen hebben, maar omdat ze geen rekening kunnen betalen.”

VDL besloot over 2019 geen dividend uit te betalen. Een lastige beslissing?

„We hebben wat gesprekken in de familie gevoerd om de neuzen dezelfde kant op te krijgen, maar er is niet lang over gestoeid. VDL maakt gebruik van een overheidsmaatregel in de vorm van uitstel van belastingen. Dan vind ik het niet gepast om dividend uit te keren. Ook al gaat het om dividend over vorig jaar, je haalt toch liquiditeit uit het bedrijf.

„Dividend is niet per se zelfverrijking. We investeren ook in bedrijven buiten VDL. Die kunnen in deze crisis het extra geld hard nodig hebben.”

Hoe zijn de verhoudingen binnen de familie, in crisistijd?

„Goed. Iedereen staat op om z’n steentje bij te dragen. Ik heb wel mijn vader naar huis moeten sturen. Hij is 72 en behoort tot de risicogroep. Tot begin maart kwam hij nog bijna elke dag naar kantoor. Ik zei: je blijft overal rondlopen, dat moet je niet doen.”

En, luisterde hij?

„Niet naar mij, wel naar de dokter. Die zei: als jij corona krijgt, is er een grote kans dat je het niet overleeft. Dat was een eyeopener. Maar het is moeilijk voor hem. Hij ziet VDL als zijn vierde kind. En wat doe je als je kind ziek is? Dat wil je beter maken.

„Goed, we zijn niet ziek, maar toch… als er iets is met je kind, wil je erbij zijn. Dan wil je adviseren. En dat kan nu alleen op afstand. Voor ons is het makkelijker om achter zo’n schermpje te gaan zitten. Hij wil voelen, mensen in de ogen kijken. Dat kan opeens niet meer en daar heeft hij enorm veel moeite mee.

„Daarom belt hij bijna elke dag. Dan zegt ie: hedde daarover nagedacht? En daarover nagedacht? Dan zeg ik: dat doen we zo, zo en zo. Oké, zegt hij dan, daar ben ik het mee eens.”

Ervaart u dat als een last?

„Nee, het liefst had ik hem hier bij me. Hij is niet de persoon om mij in de weg te staan. Ik krijg hulp van iemand die vijftig jaar aan het roer heeft gestaan en alle ins en outs kent. Die geen andere agenda heeft, die alleen maar het beste voor het bedrijf wil. Hij belt ook de andere twee, mijn broer en zus. Om te adviseren. En als wij zeggen: we maken een andere keuze, dan vindt hij het ook prima.”

En wat is het plan?

„Op een crisis als deze kun je je niet voorbereiden. Al die verschillende bedrijven van ons reageren anders. Bij de een valt het stil, bij andere onderdelen weten we niet hoe snel we het gemaakt krijgen. In juni hopen we op 80 procent van de normale omzet te zitten. Dan gaan we onze bestedingen wat vrijer laten. Lukt dat niet, dan houden we de rem erop. Je moet rekening houden met je leveranciers. Als je een paar weken geen auto’s bouwt, komen zij in de problemen. We zitten nu op 50 procent omzet voor de hele groep en ik denk dat de grootste zorg nog moet komen, in het derde en vierde kwartaal.”

Hoe lang kan VDL dit volhouden?

„Ons hoogste doel is continuïteit van het bedrijf. Als we iets minder verdienen, of iets minder vermogen opbouwen, dan accepteren we dat. Zolang de rest van het bedrijf niet in gevaar komt.

„Mijn vader is emotioneler. Tijdens de financiële crisis van 2008/2009 had ik een heel persoonlijk gesprek met hem. Hij wist niet of hij alle vaste mensen kon behouden. Zoiets kun je cijfermatig beredeneren, maar daar ging het hem niet om. Hij had er een slecht gevoel over dat hij wellicht mensen moest ontslaan die met hem het bedrijf opgebouwd hadden. Maar je doet het om het bedrijf voort te laten bestaan. Om al die anderen wel een baan te kunnen laten behouden.”

Zijn gedwongen ontslagen een optie?

„Het zou kunnen. In 2009 zaten veel mensen van ons de deeltijd-WW, maar van de vaste medewerkers hebben we niemand hoeven ontslaan. Wanneer is corona afgelopen, hoe diep wordt de crisis? Als jij het weet, kan ik je vraag beantwoorden. We zullen hele moeilijke keuzes moeten maken.”

Ligt u daar wakker van?

„Nee. Ik slaap goed, zeven uur per nacht. Overdag gaat alle aandacht naar het werk. Sommige mensen bevriezen in crisissituaties, anderen worden juist actief . Ik ben iemand die er energie van krijgt. In een goeie tijd kan bijna iedereen wel een bedrijf leiden. Nu kun je het onderscheid maken.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 23 mei 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 23 mei 2020

Lees Verder

Plaats een reactie