Kleedkamergeheimen met Swart, Tahamata en Van der Vaart

Translating…

Theater de Meervaart in Amsterdam Nieuw-West. Afgelopen dinsdagavond het decor van drie voormalig publiekslievelingen van Ajax: Sjaak Swart, Simon Tahamata en Rafael van der Vaart. Het werd een avond vol met mooie anekdotes over vroegere tijden en een portie flinke voetbalhumor.

Na drie nederlagen op rij word je er als supporter van Ajax niet vrolijker op. Gelukkig zijn er dan clubiconen als Swart, Tahamata en Van der Vaart die de fans van de Amsterdamse club weer aan het lachen kunnen maken. En bovendien: de zorgen over een crisis bij Ajax direct bij de aftrap van de theateravond wegnemen. Want van een crisis is absoluut geen sprake, zo vertelt Swart als presentator Eddy van der Ley hem daarnaar vraagt. Drie keer niet scoren, verliezen van Willem II en AZ en uitschakeling in de Champions League moet immers alarmerend zijn. ‘Dat klopt, maar het elftal draait. Dat heb je tegen FC Utrecht gezien. De spelers van FC Utrecht zeiden zelfs dat er niet tegen te voetballen valt, zo goed. Nu zou het in veertien dagen veranderd zijn en nu is het crisis, dat kan toch niet? Ze hebben wat pech met spelers, wat PSV ook gehad heeft.’

De heren laten het niet na om af en toe geintjes over elkaar te maken of om zichzelf op te hemelen tijdens deze avond. Ook worden er complimenten uitgedeeld. Zo noemt Swart Tahamata de beste jeugdtrainer van Ajax. De beste qua laten zien van het kappen en draaien, de ideale techniektrainer dus. Van der Vaart geeft aan dat hij Tamata eens mee zag trainen bij de O19 van John Heitinga. ‘Hij was verreweg de beste. En volgens mij is het niet goed als iemand van 63 de beste is, haha’, grapt Van der Vaart, waarna Swart aanvult: ‘En dan deed ik niet eens mee!’

‘Geen gekke dingen doen ‘s nachts!’

Want Swart is nog altijd fit, zeker voor iemand van 81 jaar oud. Hij heeft daar zo zijn verklaringen voor. ‘Ik denk dat het gewoon serieus leven is. Op tijd naar bed, niet roken, niet drinken en geen gekke dingen doen ‘s nachts’, zegt Swart, waarna er hardop gelachen wordt in de zaal. Swart voetbalt ook nog altijd twee keer in de week op de velden van Zeeburgia. ‘Het spelletje is nog veel te leuk.’

Er is ook ruimte voor enkele kleedkamergeheimen. Het levert de mooiste anekdotes op. Zo vertelt Swart over zijn goede vriend Bennie Muller. Er moest in de middag richting een Europese wedstrijd gerust worden, maar Swart en Muller konden nooit slapen. Muller moest even naar de wc, maar kwam pas na 25 minuten terug. ‘Toen hoorde ik de deur gaan en hoorde ik: “Kom maar binnen kleine kippenneuker”. En ik kijk, zie ik Michels voor de deur staan, haha.’

Ook Tahamata vertelt een mooie anekdote over zijn eerste training bij het eerste elftal. Toen hij de kleedkamer binnenkwam zag hij Wim Suurbier. ‘Hey kleine, wat doe je hiero? De jeugd speelt hier achter’, zei Suurbier. Tahamata zegt dat hij zich moest melden, waarna Suurbier zei: ‘Weet je wat, zie je dat, naast de deur. Daar ga je zitten en kom je er nooit meer af!’ Tahamata vertelt ook dat hij als jeugdspeler het laatste lesuur op school nooit heeft gevolgd. ‘Ik moest de trein van vijf over vier halen’, aldus Tahamata, die met een beetje geluk de aansluiting naar De Meer haalde. ‘Maar als ik pech had, moest ik vanaf Amstel Station met mijn boekentas en voetbalspullen sprintend naar De Meer toe. Poeh, hè, haha!’


Simon Tahamata aan het werk als jeugdtrainer bij Ajax. De beste jeugdtrainer, zo vindt Sjaak Swart. ‘De beste qua laten zien van het kappen en draaien, de ideale techniektrainer dus.’

Ook Van der Vaart vertelt een mooi kleedkamergeheim. Hij kwam net bij het eerste en had naar eigen zeggen nog geen haar op zijn piemel als zeventienjarige. ‘We hadden net gedoucht, ik lag lekker achterover in de jacuzzi en ineens staat Richard Witschge boven mij zijn ballen te scheren, haha.’

De middenvelder weet ook nog goed dat hij de Portugees Dani tegenkwam bij het eerste elftal van Ajax. ‘Hij heeft zo’n beetje alle wijven van Amsterdam gehad, geloof ik’, grapt Van der Vaart, die daarmee de zaal aan het lachen brengt. ‘Na de training stond hij er weer heel mooi aangekleed in pak’, aldus Van der Vaart, die van Dani de vraag kreeg of hij mee wilde rijden. ‘Ik dacht: dit kan weleens een leuke middag worden, maar ik had wel de ballen om te zeggen dat ik met mijn vader mee ging rijden. Dani leefde niet zoals Sjaak leeft zeg maar, en Sjaak was toen mijn zaakwaarnemer’, aldus Van der Vaart, die ook als jonkie bij Oranje kwam. ‘Ga dan maar even naast Edgar Davids zitten, dan krijg je niets meer door je strot heen, haha’, lacht Van der Vaart.

‘Ik zeg: Bennie, maak je niet druk, ik ga er zo eentje maken.’

Swart, Tahamata en Van der Vaart. Ze werden allemaal publiekslieveling. Swart werd altijd toegezongen met ‘Sjakie, Sjakie, Sjakie!’. Tahamata ziet ook Tscheu La Ling als een goede rechtsbuiten. Swart vraagt zich af wie dat is, waarop Tahamata zegt: ‘Een van de beste rechtsbuitens’. Swart: ‘Dat zeg je goed, een van de.’

Tahamata debuteerde tegen FC Utrecht. Een wedstrijd die met 7-0 gewonnen werd, maar scoorde Tahamata die wedstrijd? ‘Nee, natuurlijk niet’, zegt hij, waarna hij hardop moet lachen. Swart: ‘Ik denk dat je toch wel tien doelpunten gemaakt heb in je carrière, haha’, grapt de Amsterdammer. Van der Vaart debuteerde tegen FC Den Bosch. ‘Dat was in een van de slechtste Ajax-elftallen ooit. Ik stond tegen Frenkie van der Hoorn, zo’n grote vent. Het was de wedstrijd dat Hans Westerhof na een kwartier al zei dat iedereen moest warmlopen.’

Het publiek in de zaal krijgt vervolgens oude beelden te zien van Swart, Tahamata en Van der Vaart. We zien prachtige doelpunten en dat zorgt voor een groots applaus bij het publiek. Swart grapt over een aangekondigde goal. ‘Ik zeg: Bennie, maak je niet druk, ik ga er zo eentje maken. Het was de beslissende, de 3-1’, zegt Swart over een 5-1 zege op Feyenoord, die Ajax de titel bezorgde. In die tijd bestond Tinder nog niet, maar er was een meisje die er bij was bij die wedstrijd. ‘Ze is er niet bij vanavond, ik heb haar rust gegeven’, lacht Swart, die zijn vrouw ontmoette na afloop van die kampioenswedstrijd.

Van Tahamata zien we een doelpunt tegen FC Twente, de club waar hij bijna naartoe was vertrokken. ‘Dat was zeker ook je laatste’, grapt Swart. Tahamata: ‘Ik wil hem niet tegenspreken, ik zie hem morgenochtend weer’, zegt Tahamata, die door dat doelpunt bij Ajax bleef. Een vertrek zou Tahamata namelijk allesbehalve leuk hebben gevonden. ‘Als je graag bij deze club speelt en je moet weg, nee, dat is niet leuk.’

‘Had je er weer twee in het mandje liggen’

Van der Vaart wist in zijn carrière mooie en belangrijke goals te maken tegen Feyenoord. Wat te denken van de omhaal tegen de Rotterdamse aartsrivaal? ‘Zoiets bedenk je natuurlijk niet. Wel leuk om die beteuterde koppies van die Feyenoorders te zien. Ik besefte wel: dit gebeurt nooit meer’, aldus Van der Vaart, wiens beste vriend voor Feyenoord is. ‘Dat was natuurlijk een strijd. Hij speelde zondag en dan stonden zijn vrienden langs de kant en zeiden ze: “Die vriend van je is lekker bezig”. Had je er weer twee in het mandje liggen. We hadden weinig contact in die tijd, haha.’

Ook in De Kuip wist Van der Vaart eens te scoren tegen Feyenoord, in 2001/2002. ‘Het enige sprintduel wat ik gewonnen heb, haha. Mijn beste vriend zat daar, waar ik ging juichen. Bergdolmo kreeg nog een aansteker tegen zijn hoofd, een kleinigheidje, haha.’


Van der Vaart juicht na zijn schitterende doelpunt tegen Feyenoord. ‘‘Zoiets bedenk je natuurlijk niet. Wel leuk om die beteuterde koppies van die Feyenoorders te zien. Ik besefte wel: dit gebeurt nooit meer.’

Swart vertelt vervolgens enkele mooie anekdotes over toenmalig trainer Rinus Michels. ‘Hij had humor, maar hij kon ook bikkelhard zijn’, aldus Swart, die vertelt hoe hard Michels kon zijn. Een anekdote over boslopen volgt. Michels liet soms spelers extra rondjes lopen en anders werden er wel portiers in het bos ingezet zodat spelers niet konden ‘pikken’.

Vroeger speelde men bij Ajax ook met ballen met veters erin, vertelt Swart. ‘Als je dan verkeerd kopte en je kreeg de bal in je gezicht, had je zo’n striem. Daar had ik geen trek in. Ik bukte vaak en dan kreeg degene achter me vaak de bal in zijn gezicht’, aldus Swart, die daarna leerde koppen onder Michels.

Tahamata ging ooit eens op trainingskamp naar Ivoorkust. ‘Ik heb daar zelfs geschaatst. Een halletje met ijs. Ging ik een wedstrijdje doen met Jan Everse. Hij had die kunstschaatsen aan, die vrouwen dragen. Ik had die Friese doorlopers’, aldus Tahamata, die dacht dat hij wel een wedstrijdje ging winnen. ‘Maar hij ging zo goed op die vrouwenschaatsen en ik kon geen bocht maken. Ik was er niet blij mee, maar het was wel een hele ervaring om te schaatsen in Ivoorkust. Maar normaal gesproken win ik geheid, natuurlijk’, besluit hij met een knipoog.

Swart liep spelerstunnel in tijdens mistwedstrijd: ‘Dacht dat het al rust was’

We zien vervolgens beelden van de mistwedstrijd tegen Liverpool (5-1). Bij een stand van 3-0 dacht Swart dat het rust was en hij liep al de spelerstunnel in. ‘Toen riep Japie Hordijk, van het bestuur: “Wat ga jij nou doen?”. Ik zeg: “Het is rust”. Hij zegt: “Het is helemaal geen rust”. Dus ik ren terug het veld in. Bennie Muller speelt bij mij aan, ik loop er drie voorbij, geef een voorzet en het was 4-0.’

Het valt op dat het spel in die tijd een stuk trager ging, maar volgens Van der Vaart is het voetbal niet per se beter nu het tempo hoger ligt. ‘Het is allemaal gelul, want het gaat sneller, omdat het technisch slechter is. In Engeland lijkt het helemaal snel. Maar toen ik er ging spelen, viel het best mee hoor’, grapt Van der Vaart, die in zijn loopbaan bij Tottenham Hotspur speelde.

‘Ik wil geen rust, ik wil voetballen’

Het gaat ook over spelers die rust krijgen of rust willen. Tahamata begrijpt daar niets van. ‘Hoe is het in godsnaam mogelijk. Een voetballer die rust krijgt. Ik wil geen rust hebben, ik wil voetballen, punt uit!’, is Tahamata duidelijk. Van der Vaart: ‘Ik heb ook voetballers meegemaakt die niet wilden voetballen, waren blij als ze op de bank zaten. Vond ik zo bijzonder. Wie? Nou, Victor Sikora of die Belgen’, doelend op onder meer Wesley Sonck. ‘Hij maakte het een keer erg bont. Ging hij bij een vrije trap staan. Wesley en ik zeiden altijd: jij of ik. Kwam hij erbij staan. En toen? We hebben hem daarna niet meer gezien, haha.’

Tahamata haalt ook aan dat hij als jeugdspeler tweehonderd gulden kreeg, een flink verschil met de tijd van nu. Tahamata moest namelijk alles ook zelf bekostigen: het bezoeken van duels van Ajax, trainingspakken, schoenen en treinkaartjes. ‘Als ik dit verhaal vertel aan onze jeugd, kijken ze me aan: dat meent u niet! Zij krijgen alles. Als ze binnenkomen, lijkt het wel alsof ze bij de Makro zijn geweest. Twee tassen vol. Ze poetsen hun schoenen niet eens meer. De tijden veranderen natuurlijk, maar ik had er alles voor over om bij Ajax te voetballen.’

‘Ik vond Zlatan een geweldige klootzak’

Het kon niet uitblijven: Van der Vaart die een vraag krijgt over Zlatan Ibrahimovic. ‘Het was een geweldige klootzak’, zegt Van der Vaart. ‘Hij wilde de man zijn, ik wilde de man zijn. Het werkte niet. Of het ook oorlog was? Hij heeft me een keer uit de wedstrijd geschopt (tijdens Zweden – Nederland, red.) en daarna is het helemaal misgegaan. Sommige fans kozen voor zijn kant. Hadden ze Zlatan op mijn auto gekrast. Ik was blij dat hij weg was. Kon Wesley Sonck lekker in de spits spelen, haha.’

Van der Vaart heeft ook een opvallende uitleg over het feit dat veel ‘nummer tiens’ geen hoge opleiding doen. ‘Ga andere nummer tiens maar na, geen enkele heeft een redelijke studie gedaan. Als je te slim bent in je hoofd met andere dingen, ben je niet zozeer bezig met voetbal, denk ik altijd. Als ik in de opleiding keek en het huiswerk zag, dacht ik: als ik dat ook nog eens moet doen…. Ik ging volledig voor het voetbal.’

De creatieve middenvelder haalt ook nog aan dat hij voor het eerst een pak moest dragen. Van der Vaart had echter alleen witte tennissokken en die paste niet onder een pak. De enige donkere sokken, waren grijze Spiderman-sokken. Van der Vaart trok ze aan, waarna Jan van Halst in de bus zei: ‘Mooie sokken, pik.’


Sjaak Swart in 2013 in actie tijdens zijn 75e verjaardag. Nog altijd voetbalt Swart twee keer in de week op de velden van Zeeburgia. ‘‘Ik denk dat het gewoon serieus leven is. Op tijd naar bed, niet roken, niet drinken en geen gekke dingen doen ‘s nachts.’


Vragenronde

Na de pauze is het tijd voor het publiek om vragen te stellen aan Swart, Tahamata en Van der Vaart. Wij zetten hieronder enkele vragen uit die vragenronde op een rij:

‘Wat is je beste herinnering aan Cruijff?’

Swart: ‘Johan was een jaar of acht, negen en ik zat net in het eerste. Ik ging altijd op zaterdag naar hem kijken. Toen kon je al zien dat hij geweldig was. Hij passeerde elke wedstrijd heel makkelijk twee of drie mensen. Het mooie was: wij trainden om 16.00 uur. Toen kwam hij uit school en zijn vader woonde bij het stadion. Toen stond hij bij ons de ballen die over het doel heen gingen terug te schieten. Acht jaar later speelde ik met hem. Ik heb acht jaar met hem gespeeld en hij is de beste voetballer die we hadden.’

‘Waarom heb je je carrière niet beëindigd bij Ajax?’

Van der Vaart: ‘Dat zijn eigenlijk twee verhalen. De eerste keer belde Frank de Boer op en zei hij dat hij mij wilde terughalen. Hij zei wel dat ik niet meer goed genoeg was voor het middenveld, dus hij wilde mij als spits. Zo begin je geen gesprek in mijn ogen. Dus ik vroeg aan Frank: “Hoe lang duurt mijn contract?”. Waarop Frank zei: “Een jaartje.”‘

De middenvelder vertrok naar Real Betis, waar hij voor drie jaar kon tekenen. Na een ongelukkig jaar ging de telefoon. Edwin van der Sar belde. ‘Ik dacht: nou, dit is hem! Ik nam op en Van der Sar zei: “Ik bel niet voor jou. Ik vraag mij namelijk af wat jij van Heiko Westermann vindt”. Waarop ik zei: “Meteen halen!” Zo is Westermann dus naar Ajax gekomen.’

‘Met welke trainer heb je weleens ruzie gehad?’

Van der Vaart: ”We speelden tegen Bayern München in de Champions League. Toen zei Koeman dat ik niet goed genoeg was voor het middenveld en daarom als hangende linksbuiten moest spelen. Ik dacht: als ik niet goed genoeg ben voor op het middenveld, dan kan ik al helemaal niet als linksbuiten spelen.’

Van der Vaart kwam zodoende tegenover Kuffour te staan en die speler – die later nog Ajacied zou worden – zou veel opkomen als rechtsback. ‘Bij het idee dat ik er de hele tijd achteraan moest lopen, dacht ik: dat gaat hem niet worden. Ik weigerde vervolgens linksbuiten te spelen, wat natuurlijk superslecht was.’

Het duel eindigde in een 2-2 gelijkspel. Een dag later moest Van der Vaart bij Koeman op gesprek komen en hij raakte zijn aanvoerdersband kwijt. ‘Op het moment dat ik ging ontbijten, hadden die teringlijers een skelet bij de trainer voor de deur gezet met het shirt: Van der Vaart, nummer 11. Toen hadden ze bij Koeman aangeklopt en toen ik kwam aanlopen deed Koeman open. Hij dacht dat ik het zelf gedaan had, maar het was Wesley! Koeman en ik zijn nu supergoed met elkaar en we hebben er vreselijk om gelachen.’

Na de vragenronde was de avond in het theater afgelopen. Een avond met prachtige anekdotes van vroeger. De aanwezige fans konden daarna op de foto met de drie publiekslievelingen Swart, Tahamata en Van der Vaart. 

Bart Veenstra(Twitter:@Bart_Veenstra| e-mail:[email protected])
Arthur Vuijk ([email protected])

Plaats een reactie

Om een reactie te kunnen plaatsen moet uinloggenof voor een accountregistreren.

Reacties

Lees Verder

Plaats een reactie