Hoe denken jonge Chinezen dat China er over tien jaar voorstaat?

Translating…

Geïnterviewd worden voor een buitenlandse krant? En dan ook nog met je echte naam en foto erbij? Veel jonge Chinezen zijn er niet voor te porren. Want voor je het weet zeg je iets verkeerds over China, en dat nemen de autoriteiten je vast niet in dank af. Bovendien: willen westerse journalisten China niet alleen maar zwart maken?

De jongeren in Beijing die hier aan het woord komen, vormen dan ook geen representatieve dwarsdoorsnede van de Chinese jeugd. Jongeren die een deel van hun opleiding in het buitenland volgen, waren vaker bereid te praten. Werkende jongeren, jongeren van buiten de grote steden en zij die in China een technische opleiding volgen, zijn hier ondervertegenwoordigd.

Wat opvalt, is dat vooral hoger opgeleide jongeren verrassend weinig ambitie tonen. Ze hebben ook weinig interesse in geld. De wil om af te zien om zo je doel te behalen, vind je vrijwel alleen nog onder jongeren van het platteland. Maar de kans dat jij het wel maakt als het je ouders niet is gelukt, is tegenwoordig veel kleiner dan een generatie terug. De koek is verdeeld, de kaarten zijn al geschud.

冯 雨萌
Feng Yumeng: ‘Wie weet komt er een nucleaire oorlog’

Feng Yumeng“>

BarmedewerkerFeng Yumeng(geboren op 2 september 2001), een vrouw met groengeverfd haar en hippe kleren die beter Engels dan Chinees spreekt, is wel eens jaloers op de generatie van haar ouders. „Alles leek toen nog mogelijk, het leven was eenvoudiger, met minder afleiding. Mijn ouders hebben zich helemaal zelf een weg omhoog gevochten in de wereld.”

Feng werd geboren in New York, waar haar vader werkte aan zijn promotie in de computerwetenschappen. Haar moeder studeerde bio-informatica en genetica met een Amerikaanse beurs. „Op mijn vijfde kwam ik weer terug naar China. Nationaliteit en nationalisme zegt me niets, maar mijn wortels liggen wel hier, in China.”

Ze studeert eigenlijk in Amerika, maar doet nu een tussenjaar in China. Prima, vindt ze. „Ik ben blij dat ik zo aan corona ben ontsnapt.”

Feng weet nog niet hoe haar leven er in 2030 uitziet. Ze heeft niet veel vertrouwen in haar eigen generatie. Die verspilt in haar ogen tijd met het zoeken naar plezier en instant-bevrediging. „We eten te veel fast food en instant noedels. We zijn lui geworden, we zoeken informatie op internet, maar we bedenken niets meer zelf. We zijn gemakzuchtige consumenten geworden.”

Aan een leven met man en kinderen moet ze niet denken. „Ik geloof niet in het huwelijk. Bovendien: we zitten midden in een crisis, dat vind ik geen goede tijd om kinderen te laten opgroeien.” Ze doelt daarmee niet alleen op corona, maar ook op de toenemende spanningen tussen de VS en China. „De strijd tussen die twee landen om grondstoffen gaat nog wel even door”, denkt ze.

Of China in 2050 de VS van de eerste plaats heeft verdrongen als machtigste land? Ze heeft geen idee. „Wie weet is er dan al wel een nucleaire oorlog geweest. En zijn er dan überhaupt nog wel grondstoffen over? Leef ik zelf nog wel? We zijn dan misschien beland in een post-apocalyptische wereld, waar we pillen eten in plaats van maaltijden.”

魏 清清
Wei Qingqing: ‘Ik denk dat de lucht later schoner is’

Wei Qingqing “>

„Ik hoop dat het me in 2030 is gelukt om mijn vader en oma een keertje in Beijing op bezoek te laten komen”, zegtWei Qingqing(5 mei 1999), een verlegenserveersterdie al sinds haar zestiende werkt in het kleine buurtrestaurant van haar oom in Beijing. Van haar geboortedorp in West-China naar Beijing is het twee dagen en nachten met de trein. „En ik moest eerst nog drie uur met de bus: kotsmisselijk werd ik ervan.”

Wei is vooral dol op haar oma, van wie ze een foto laat zien: een boerenvrouw van in de zeventig met een halflang, recht kapsel. Trots zegt Wei: „Ze ziet er jong uit voor haar leeftijd, he? Ze klimt nog met gemak met een stapel hout op haar rug de berg op. Ze kan veel en ze eet alles.”

Haar moeder verliet het gezin toen Wei anderhalf was, haar opa stierf toen ze tien jaar was. Ze is opgevoed door haar vader en haar oma.

Wei werkt elke dag van 9 uur ’s ochtends tot 12 uur ’s avonds in het restaurant. Ze heeft nog steeds heimwee naar haar oma, die ze al twee jaar niet heeft gezien. „En dit jaar ga ik waarschijnlijk ook niet terug, want er komt vast weer corona.”

Ze hoop dat het in 2030 beter gaat met haar en haar familie. „We zijn arm, ik hoop dat we dan wat rijker zijn.” Ze weet zeker dat ze dan niet meer in dit restaurant werkt. Het huurcontract loopt namelijk al in 2021 af. „Ik weet niet of ik daarna in Beijing blijf. Dat zie ik nog wel.”

Wei gelooft ook dat China het in 2030 beter doet dan nu, maar ze is bang dat er oorlog komt met de VS.

Wei denkt dat China, naarmate het sterker wordt, een aantal van zijn problemen kan oplossen. „Ik denk dat de lucht in 2050 schoner is, en dat ze vrachtwagens hebben uitgevonden met betere remmen, zodat er minder kinderen worden overreden. Ik hoop dat er minder rampen zijn, en minder branden.”

Wei zegt dat ze eigenlijk bijna nooit nadenkt over de toekomst. „Ik doe alles rustig, stap voor stap.” „Dromen heeft geen zin, want grote dromen kan ik toch niet waarmaken.”

洪 梓鑫
Hong Zixin: ‘Hopelijk is in 2050 het homohuwelijk toegestaan in China’

Hong Zixin“>

De vader vanHong Zixin(geboren op 30 april 1998) wilde dat hij politieman zou worden, maar zelf voelde hij daar niets voor. „Ik wilde schilderen”, vertelt de goedlachse Hong. „Toen ik zestien was, weigerde ik nog naar school te gaan, tenzij ik in mijn vrije tijd op een schilderopleiding zou mogen”.

Hij kreeg uiteindelijk zijn zin, en daardoor lukte het hem later om op een van de beste kunstopleidingen heel China te komen: de Centrale Kunstacademie in Beijing. Hij is pas afgestudeerd, en werkt nu alsontwerper bij een patisserieketen in Beijing.

In 2018 vertelde hij zijn ouders dat hij op jongens viel. „Ik hing in tranen aan de telefoon.” Zijn vader reageerde boos en geschrokken, zijn moeder dacht dat het aan haar lag, dat ze iets verkeerds had gedaan. „Nu accepteren ze het wel, maar ze vertellen het tegen niemand”, zegt Hong. „Ze zitten op internet wel bij een groep van ouders van homoseksuele kinderen.”

Over zijn persoonlijke toekomst is Hong helder. In 2030 hoopt hij bij een ontwerpbureau te werken. „Ik hoop ook dat mensen tegen die tijd meer gevoel voor schoonheid en esthetiek hebben ontwikkeld in China. En dat Chinese kunst en ontwerpers internationaal bekender zijn.” Tegen die tijd, zegt hij „zijn we hopelijk ook opgehouden met het tonen van hypertraditionele, saaie Chinese kunst zoals de Confucius-instituten dat nu wereldwijd doen.”

Of de huidige president Xi Jinping dan nog aan de macht is, weet hij niet. „Ik heb niets met politiek.” Hij vindt dat de Communistische Partij van China goed voor de bevolking zorgt; zo zijn medische zorg, onderwijs en transport goed geregeld.

Hij hoopt datFarewell My Concubine, een Chinese film uit 1993 waarin homoseksualiteit een belangrijke rol speelt, in de toekomst openlijk in Chinese bioscopen vertoond mag worden. Ook hoopt hij dat er weer meer vrijheid zal zijn om over homoseksualiteit te spreken op het internet. „Die is nu beperkter dan een paar jaar geleden. Ik hoop dat dat een tijdelijke achteruitgang is.”

En in 2050? „Dan zeg ik bijna gedag. Ik wil niet zo heel oud worden”, zegt Hong lachend. „Ik hoop dat ik dan met een vriend, een hond en twee katten samenwoon en dat ik veel kan reizen.” Hij hoopt dat hij dan als ontwerper genoeg bekendheid heeft om zich ook openlijk in te zetten voor meer acceptatie van homoseksuelen in China. „En wie weet is het homohuwelijk dan ook in China toegestaan. 2050 is nog zo ver weg, dat moet lukken, toch?”

杨 子跃
Yang Ziyue: ‘China is straks het machtigste land ter wereld’

Yang Ziyue“>

Yang Ziyue(9 oktober 2001) is heel verlegen. Hij komt van het platteland op zo’n 200 kilometer van Beijing en werkt hier pas sinds twee maanden alsbewaker bij een appartementencomplex. Het is de eerste keer in zijn leven dat hij met een buitenlander praat. Hij wil alleen een glaasje water, want hij wil zijn gesprekspartner niet op kosten jagen.

Voor zijn werk meet hij in verband met corona of mensen koorts hebben als ze het complex binnen willen, en hij controleert of bezoekers een groene code op hun gezondheidsapp kunnen laten zien.

„Sommige mensen zijn naar tegen ons: ze vinden het vervelend om gecontroleerd te worden”, zegt hij. Beijing bevalt hem tot nu toe maar matig. „Ik mis mijn familie erg”, zucht hij. Zijn ouders zijn boeren, ze verbouwen graan en maïs. Zelf volgde hij een beroepsopleiding tot verkoper van elektrische apparaten, maar daarmee vond hij geen werk.

Voelt hij zich vrij in China? „Nee”, zegt hij meteen. Zijn onvrijheid heeft niets met politiek en alles met geld te maken. Hij voelt druk om een huis en een auto te kopen, zegt hij. „Anders wil geen meisje met me trouwen.” Daarom spaart hij op het moment zo’n 40 procent van zijn salaris.

Hij verdient nog geen 500 euro per maand, maar logies en eten krijgt hij gratis. Hij woont samen met vijf anderen op een slaapzaal. Ook daar voelt hij zich niet vrij. Je hebt corvee, je mag niet te laat thuiskomen en je moet je deken heel netjes opvouwen. „Thuis was het veel vrijer.”

Yangs toekomst staat hem helder voor ogen. Vóór zijn dertigste hoopt hij te trouwen met iemand uit zijn eigen dorp, hij wil het liefst twee kinderen. „Als ik die kan onderhouden tenminste.” En hij wil een eigen zaak. „Ik wil rijk worden in de handel.” China zal in 2030 zeker rijker zal zijn dan nu, denkt hij. „Tegen die tijd is de laatste armoede wel uitgebannen. En in 2050 zijn wij het sterkste, rijkste en machtigste land ter wereld.”

Zijn eigen kinderen zijn tegen die tijd volwassen. „Ik hoop dat ze heel rijk worden en een heel comfortabel leven leiden”. Wacht, dat is misschien niet het correcte antwoord, zie je hem vervolgens denken, en hij voegt toe: „Ik hoop dat ze dan ook iets goeds doen voor het land.”

Kylo: ‘Als we vooruit willen, moet China zich openen’

“>

„Noem me maarKylo”, zegt de tengere jongen met lang, licht krullend haar. Het is zijn bijnaam. In overleg gebruiken we die, want wat hij zegt over de studentenprotesten in 1989 ligt nog steeds erg gevoelig. Hij is op 13 maart 2000 geboren in een klein dorp in de Oost-Chinese provincie Zhejiang en is maar tijdelijk in Beijing. Hij loopt er een paar maanden stage bij het Nederlandse ontwerpbureau LAVA.

Dat hij daarvoor werd aangenomen, vindt hij bijzonder. Hij studeert namelijk geen grafisch ontwerp, maar veeteelt. „Ontwerpen doe ik ernaast: ik vind dat veel leuker.” Een vooropleiding tot ontwerper konden zijn ouders niet betalen. „En ze denken dat je met veeteelt ook een betere toekomst krijgt. Ze willen dat ik later in overheidsdienst ga, maar ik zie dat zelf niet zitten.”

Hij is niet erg enthousiast over de Chinese overheid. „Ik was 19 toen ik op internet zat te browsen. Ik heb een VPN, dus ik kan ook op buitenlandse sites. Ik las toen dat het precies dertig jaar geleden was dat er studentenopstanden waren op het Plein van de Hemelse Vrede.”

Het feit dat het voor het eerst was dat hij daarvan hoorde, maakte hem razend. „Ik vond het schokkend dat mijn land dit belangrijke onderdeel van onze geschiedenis volledig voor me verborgen had gehouden.”

Op de universiteit vindt hij de sfeer benauwend. Er zijn steeds minder films die op de campus vertoond mogen worden, en ook een muziekfestival mag dit jaar niet. „Docenten zijn bang dat er in die songteksten iets staat dat tegen het zere been is, en dat de universiteit hen daar dan op afrekent.”

In 2030 hoopt hij heerlijk vrij te zijn: niet meer naar de universiteit, geen vrouw en kinderen. Doordeweeks wil hij dan ontwerpen en in het weekend leuke dingen doen. Of China in 2050 de nieuwe wereldleider is? Kylo weet het nog zo net niet. „Moeilijk te zeggen. Als China zo doorgaat als nu, denk ik van niet. Als we vooruit willen, dan moet het land echt veel opener worden. Nu mag je nog heel veel niet zeggen, lezen of zien. China gaat steeds meer op slot. Als we echt verder willen, dan moet dat slot er juist steeds verder vanaf.”

魏 佩雯
Wei Peiwen: ‘Wij jongeren hebben geen vechtlust’

Wei Peiwen“>

„Ik wou dat ik terug kon naar Amerika”, zegtWei Peiwen(2 februari 2001), tweedejaars student design in Chicago. Door de coronacrisis zit ze nu in Beijing, waar ze het onderwijs op afstand volgt. De studie in de VS is behoorlijk duur. Ze heeft een kleine Amerikaanse beurs, de rest betalen haar ouders.

„Ik zit al vanaf mijn zestiende in de VS op school”, zegt Wei. Ze liep deze zomer in Beijing stage bij een bedrijf dat via een app wijn, boeken en parfum aan de man probeert te brengen. „Het was heel hard werken en heel saai, dus ik heb het niet afgemaakt.” Haar ouders vonden dat niet erg: ze hoeft alleen te doen waar ze plezier in heeft.

Of China in 2050 machtiger is dan de VS? Over die vraag moet Wei lang nadenken. Ze is niet zo’n prater, ze is veel liever alleen, vertelt ze. „Nu zijn de VS in elk geval nog veel machtiger”, zegt ze uiteindelijk. „Ik wil wel graag dat China het machtigst wordt, maar de Chinese traditie maakt dat moeilijk. Je krijgt aangereikt wat goed of fout is en je krijgt voorgeschreven wat je moet doen. Dat gebeurt thuis, op school en op je werk.” Volgens Wei geen goed idee. „Als je je wilt ontwikkelen, is onafhankelijk denken enorm belangrijk. Maar dat zie ik niet bij mijn leeftijdgenoten die altijd in China zijn gebleven. Ik kan niet goed met ze praten, ik vind ze beperkt in hun denken. Ook wat ze in de VS over kunst heeft geleerd, kan ze in China niet kwijt. „Ze weten niet waar je het over hebt.”

Toen Wei net terug was uit de VS omdat ze aan de corona-epidemie daar wilde ontsnappen, kreeg ze een voedselvergiftiging in het Chinese hotel waar ze verplicht in quarantaine zat. „Ze kwamen me ook testen en zeiden dat ik corona had.” Dat bleek uiteindelijk niet het geval, maar een paar dagen lang dacht ze dat ze alleen dood zou gaan. „Toen dacht ik: Wat laat ik na als ik sterf? Helemaal niets.” Het werd haar nog duidelijker waarop ze zich voortaan vooral wil richten: niet op geld of op andere materiële zaken. Wel op „geestelijk geluk en voldoening”.

刘 熙雯
Liu Xiwen: ‘Nog voor 2030 zijn we de grootste economie’

Lui Xiwen“>

„Ik wilde eerst niet in Amerika studeren, want ik wilde mijn ouders niet alleen in China achterlaten. Nu heb ik een broertje van vier, dus nu kan ik wel weg”, zegtLiu Xiwen(28 mei 2002,student in de VS), die grote kalmte uitstraalt. Haar ouders maakten gebruik van een recente versoepeling van de strenge regels rond geboortebeperking, vandaar haar veel jongere broertje.

Liu is begaan met het lot van Chinese kinderen in achtergebleven delen van China. „Ik geef al sinds mijn dertiende in vakanties les op scholen daar. Ik leer de kinderen klassieke Chinese gedichten, want die vond ik zelf als kind zo mooi.” Ze vindt het prettig op het platteland. „Ik hou van de traagheid en van het eenvoudige leven daar.”

Ze gaf onder meer les in Zuidwest-China, waar veel minderheidsvolkeren wonen. „Het volk van de Naxi heeft een eigen schrift, het Dongba. Ik merkte dat de jongeren dat niet meer konden lezen. Overal hangen ook bordjes met ‘Spreek Algemeen Beschaafd Chinees’. Zonde, want zo verdwijnt die cultuur.”

Ze is lid van de jeugdbeweging van de Communistische Partij. „Maar dat wordt bijna iedereen die zich goed gedraagt en goed kan leren. Alleen als je ouders erg religieus zijn, of erg tegen het communisme, word je geen lid.”

Liu overweegt om na het eerste, algemene jaar aan een studie sociologie of planologie te beginnen, al kan ze door corona voorlopig niet terug naar de VS. „In 2030 hoop ik dat ik voor een ngo werk, maar die heb je niet zo veel in China.” Ze hoopt ook dat tegen die tijd het armoedeprobleem in China is opgelost. Dat zou mogelijk moeten zijn, want „al vóór 2030 zijn we de eerste economie van de wereld”.

Ze verwacht dat het politiek systeem dan nog hetzelfde is. „Het staat dicht bij de mensen, ze zij eraan gewend. Ideeën van buiten hebben maar heel zelden echt invloed op de Chinese kijk op dingen.”

张 柏森
Zhang Bosen: ‘Mijn kinderen krijgen het nóg beter dan ik’

“>

Met zijn tengere postuur, acne en grote ogen doetZhang Bosen(28 juli 2000) jong aan. Hij spreekt vrijuit, maar heeft daar achteraf spijt van. Hij wil opeens niet meer op de foto, terwijl hij van alle jongeren het meest enthousiast is over zijn land.

„Mijn land is in 2050 vast nog veel sterker dan nu”, zegt hij. „Dat kan niet anders, want elke dag verbetert er wel iets om mij heen. In 2050 staan er vast nog mooiere gebouwen dan nu, en we rijden in nog duurdere auto’s.”

Hij denkt niet dat het in 2050 veel vrijer is, maar dat hoeft van hem ook niet. „We hebben nu eenmaal een traditionele en behoudende cultuur, en ik hou van die cultuur.”

Zhangs ouders zijn gescheiden toen hij jong was, hij is opgevoed door zijn grootouders. Bij hen woont hij ook in huis. Hij heeft nooit gevraagd wat zijn grootouders voor werk deden, maar hij weet wel dat hun leven niet gemakkelijk was. „Ik heb het al veel beter, en mijn kinderen krijgen het nóg weer beter.”

Zelf heeft Zhang spijt dat hij niet goed genoeg in wiskunde was om naar een goede middelbare school te gaan. „Mijn leven had heel anders kunnen lopen”, zegt Zhang. Hij ging voortijdig van de middelbare school af. Hij haalde een getuigschrift voorbarista: hij kan een keurige cappuccino maken. Daarmee heeft hij pas een baan in een bar veroverd. „Ze betalen me voorlopig 20 kuai [zo’n 2,60 euro] per uur.”

Zhang is heel trots op zijn land. Toen hij vorig jaar naar de grote militaire parade ter ere van 70 jaar Volksrepubliek keek, moest hij huilen. „Ik voelde: Wat is het Chinese leger sterk en wat doet mijn land het goed. Wat is het geweldig dat ik Chinees ben.”

Zijn toekomst heeft hij al uitgestippeld. Vóór zijn 27ste wil hij trouwen met zijn vriendin. „En vóór mijn dertigste wil ik mijn eerste kind. Ik wil er hoogstens twee. Meer is te duur, want je moet zorgen dat ze een goede opleiding krijgen.” Als hij 35 is, gaat hij nadenken over de rest van zijn leven.

Is China straks het sterkste land ter wereld? Hij wil niet onbeleefd zijn, maar eerlijk gezegd weet hij zeker van wel. „Kijk bijvoorbeeld naar de aanpak van corona. Ik wil geen kritiek geven op de VS, maar alleen China heeft de ziekte zo goed en zo snel onder controle gekregen.”

In een vrienden-appgroepje hebben ze het over het nieuws. „Dan lees ik bijvoorbeeld dat er een nieuwe rijstsoort is uitgevonden, een kruising tussen twee oudere soorten, en dat daarmee veel grotere oogsten mogelijk zijn. Dat is heel belangrijk, positief nieuws.”

Voelt hij zich eigenlijk vrij in China? „Je moet geen slechte dingen zeggen, maar je mag wel gewoon zeggen wat je vindt”, zegt Zhang.

王 子儒
Wang Ziru: ‘China mag best wat minder eenvormig worden’

Wang Ziru“>

Wang Ziru(28 juli 1999) bestelt heel zelfverzekerd haar lunch in het westerse café waar het gesprek plaatsvindt. „Welke gerechten hebben rundvlees? Varkensvlees wil ik niet”, zegt ze beslist. „En een caffè latte graag.”Ze studeert filmwetenschapin Beijing enwerkt daarnaast voor Phoenix Nieuws, een groot, deels Hongkongs mediabedrijf. Daar maakt ze reportages over maatschappelijke problemen. Momenteel werkt ze aan een verhaal over een vrouw die voor een groot bedrag is opgelicht. „Ze hebben me al een baan aangeboden na mijn studie.”

Ze komt uit de Zuid-Chinese provincie Hunan, haar moeder is met haar mee verhuisd naar Beijing om haar op de universiteit te kunnen begeleiden. Zij adviseert rijken over hun kunstaankopen. „Ze vliegt het hele land door.” Haar vader werkt als manager bij een groot conferentiecentrum.

Haar ouders hebben haar altijd vrijgelaten in haar keuzes. Ze hoefde vroeger ook niet het beste kind van de klas te zijn. „Als ik maar koos voor de dingen die me echt inspireerden.”

„Ik hoop dat ik in 2030 nog nieuwsgierig en blij ben”, zegt ze. „Ik streef er niet naar om me verder te ontwikkelen. Behouden wat ik heb, is goed genoeg.” Ze heeft een vriendje, maar ze denkt niet dat ze met hem gaat trouwen. „Wie weet trouw ik wel met een ander.”

Wang denkt na over de rol die haar land speelt in de wereld en heeft er een duidelijke mening over. „Ik vind dat China zich internationaal agressief en weinig ontspannen opstelt. Waar is dat voor nodig? Het mag allemaal best wat losser”, zegt ze terwijl ze in haar biefstuk prikt. „China hoeft van mij ook niet het sterkste land ter wereld te worden.”

In plaats daarvan hoopt Wang dat mensen in 2030 gelukkiger zijn dan nu. „Dat is veel belangrijker.” Als China minder eenvormig wordt, helpt dat misschien, „En laten we wat minder krampachtig doen tegen andere landen.”

China zal in 2050 zeker rijker is dan nu, haar kinderen zullen het nog beter krijgen dan zij. Maar zal China tegen die tijd ook de VS voorbijgestreefd zijn? „Dat is maar de vraag. Ik zie de VS niet als een wereldmacht in verval. Het is een land met veel talent en met heel hoog ontwikkelde mensen. En: hun politieke systeem geeft mensen ook de kans om zich te ontwikkelen.”

王 坤
Wang Kun: ‘Er komt geen oorlog, zo dom zijn China en de VS niet’

figure>

Wang Kun“>

Wang Kun(16 september 2000), een lange jongen met stekeltjeshaar, groeide op bij zijn tante. „Mijn vader wilde zijn positie als hoge ambtenaar niet in de waagschaal stellen, dus bracht hij me bij haar onder. Ik was namelijk zijn derde kind, en daarmee overtrad hij de regels voor geboortebeperking. ” Bijna schouderophalend voegt hij toe: „Hij koos voor het behoud van zijn positie, niet voor mij.”

Wang komt uit een Oost-Chinese stad waar zijn vader onderburgemeester was. Hij leerde hem pas kennen toen hij twaalf was. „Hij eiste dat ik van hem zou houden, omdat hij al die tijd voor mijn levensonderhoud had betaald”, zegt Wang. „Maar dat zag ik toch anders.” Zijn vader sloeg zijn moeder en hem. „Buiten stelde hij zich heel beminnelijk op, maar thuis was hij een tiran.”

De relatie met zijn ouders is nooit meer geheeld. „Op mijn zestiende wilde ik graag verder in de muziek, maar dat vond mijn vader niets. Toen stopte hij met betalen. ” Wang ging van school en reisde door heel China. Hij werkte onder meer in een bar, waar hij mensen moest enthousiasmeren om veel te drinken. Door het vele drinken kreeg hij een maagperforatie en belandde voor een maand in het ziekenhuis.

Nu werkt hij in Beijing in een koffieketen, hij deelt woonruimte met een vriend. Hoge verwachtingen koestert hij niet. „Ik heb geen plannen voor de toekomst. Sinds ik van de middelbare school af ben, heb ik geen dromen meer. Elke dag een beetje prettig doorkomen is genoeg. ”

Wang denkt zelden na over politiek of over de toekomst van zijn land. Maar hij heeft een uitgesproken hekel aan corruptie. „Toen ik nog op school zat, mocht ik mee op een reis naar Milaan. Die was bedoeld voor de beste leerlingen. Mijn cijfers waren slecht, maar ik mocht toch mee omdat mijn vader onderburgemeester was. ” Volgens Wang kan je in China alles maken, als je maar geld hebt. „Ze pakken corruptie nog niet echt aan, alleen als het erg in het zicht loopt.”

In 2030 is China sterker dan nu, denkt Wang. Er komt geen oorlog. „Zo dom zijn China en de VS niet. Met al die kernwapens weten ze dat ze elkaar anders volledig middelen. ”

Van China in 2050 is het rijkste en machtigste land ter wereld? „Nee. Veel steden in China komen nog niet mee. Daar gaan nog generaties overheen. Ik geloof dus dat er dan nog meerdere sterke landen zullen zijn. ”

Zelf hoopt hij tegen die tijd niet meer te werken. „Ik ga dan elke dag wandelen, en ik maak me nergens meer druk om.”

Alle foto’s en video bij deze interviews:Ruben Lundgren.

Lees Verder

Plaats een reactie