Het nieuwe goud tijdens economische crisis: de Libanese pijnboompit

Translating…

Libanon werd eerder dit jaar failliet verklaard, de prijzen stijgen met de dag en voor de gemiddelde familie is rondkomen een flinke uitdaging. Eén product wekt bijzonder veel verbazing: de pijnboompit. In rap tempo is het geliefde nootje wel zes tot zeven keer duurder geworden.

“Dit is een fortuin waard”, zegt Harout Tenbelian in zijn winkel in de Libanese hoofdstad. Sinds kort verstopt hij zijn kleine voorraad pijnboompitten, zodat ze niet gestolen kunnen worden. En in de hoop dat niemand hem vraagt of ze mogen proeven. Hij omarmt zijn zes zakjes: “Voor het bedrag dat deze pijnboompitten nu waard zijn, kon je tot voor kort een appartement aanbetalen of een kleine auto kopen.”

Hij verkoopt de pitjes inmiddels per gram en niet meer per kilo. “Ze zijn essentieel in veel van onze gerechten. Als er een baby geboren wordt strooien we ze over een puddinkje. Laatst had ik hier een zwangere vrouw helemaal in paniek. Voor de geboorte van haar eerste kind wilde ze graag een zakje pijnboompitten. Ze kon niet geloven hoe duur ze zijn geworden”, vertelt Tenbelian. Hij licht toe dat de prijs in korte tijd van 50.000 naar 300.000 Libanese ponden per kilo ging. “Het is het gesprek van de dag hier in de winkel.”

Correspondent Daisy Mohr zag hoe pijnboompitten nu grappenderwijs als kostbare sieraden worden gebruikt:

‘Pijnboompitten zijn nu onze parels en diamanten’

De oorzaak van de bizarre prijsstijgingen is dat de waarde van het Libanese pond met de dag keldert. Jarenlang was de munt aan de dollar gekoppeld met een vaste wisselkoers, maar dat is sinds begin dit jaar veranderd. Het resultaat is chaotisch.

“De Libanese economie is op weg naar een volledige ineenstorting”, zegt Sami Nader, een econoom in Beiroet. “De economie is in een vrije val terecht gekomen en niemand weet waar de rem zit. De druk op het Libanese pond is enorm en de koopkracht neemt af omdat er geen dollars meer zijn.”

Ruim vijftig procent van de bevolking leeft nu onder de armoedegrens, waarvan dertig procent in extreme armoede.

Mensen verliezen massaal hun baan. Als ze nog werk hebben, krijgen ze vaak maar een half salaris uitbetaald in Libanese valuta en dus is het nauwelijks meer iets waard.

“Ruim vijftig procent van de Libanese bevolking leeft nu onder de armoedegrens, waarvan dertig procent in extreme armoede”, vertelt Nader. Een recent rapport van het Wereldvoedselprogramma beschrijft de hyperinflatie en hoe twee derde van de bevolking keuzes moet maken over wanneer ze iets kunnen eten.

Rijen voor wisselkantoren

Bij wisselkantoren staan de afgelopen dagen honderden mensen. Hoewel de dollar al eind vorig jaar uit de markt werd gehaald, heeft men buitenlandse valuta nodig om internationaal zaken te kunnen doen.

“Iets importeren in Libanese ponden is onmogelijk”, legt Fouad Haddad, die zwetend en tierend in de rij staat. “Daarom heb ik dollars nodig. Vorig jaar konden we nog gewoon dollars pinnen of bij de bank krijgen, maar dat is nu een verre droom.”

De grootste uitdaging voor zijn middelgrote bedrijf in kantoorspullen is om aan dollars te komen om uit Europa te kunnen blijven importeren. Hij vreest, net als zoveel anderen, dat hij binnenkort de deuren zal moeten sluiten.

Libanon hoopt nu op steun van het IMF. Gesprekken zijn al dik een maand gaande, maar verlopen moeizaam. Vorige week diende de belangrijkste onderhandelaar van de Libanese regering zijn ontslag in en concludeerde dat de regering niet de wil heeft om daadwerkelijk hervormingen door te voeren.

“Wie strooit er in deze omstandigheden een half maandsalaris van een ambtenaar over zijn eten?”, vraagt de vrouw van een Libanese pijnboompittenboer zich af. Nawal ziet dat het gebruik van de pitten enorm is afgenomen. “Veel mensen gebruiken nu maar walnoten of pinda’s. Niet zo mooi en niet zo lekker, maar wel een stuk goedkoper.”

In de tussentijd is er belangstelling uit Turkije om Libanese pijnboompitten te importeren. Mede daarom blijven de boeren vasthouden aan hun hoge, aan de dollar verbonden, prijs.

De hemel

Kookboekenschrijver Merijn Tol, die verschillende boeken over de Libanese keuken schreef, begrijpt dat wel. “De Libanese pijnboompit is werkelijk een verrukking. Hij is mooi, lang, slank en roomwit. Vooral in smaak is ‘ie melkig en notig tegelijk. Totaal iets anders dan de Chinese pijnboompit die we hier hebben.”

Ze heeft thuis altijd een voorraadje uit Libanon liggen. “Ik doe mijn oren dicht als ik de prijs hoor. Want als je die Libanese pijnboompitten over je gerechten strooit, dan kom je een beetje in de hemel terecht.”

Lees Verder

Plaats een reactie