Herinneringen aan de Nederlandse Grand Prix: Commentator Olav Mol

Translating…

21 december 2019– In de nieuwe rubriek ‘Herinneringen aan de Dutch Grand Prix’ blikt GPUpdate.net met bekende en minder bekende personen terug op eerdere edities van de Formule 1-race in Zandvoort. In het eerste deel van deze serie: Ziggo Sport-commentator Olav Mol, die bij de laatste Grote Prijs van Nederland in 1985 een van de speakers was op het circuit.

Und jetzt das erste freie Training!“, zo galmde 34 jaar geleden aan het begin van het Formule 1-weekend een inmiddels zeer bekende stem over het circuit. In 1985 hield een 23-jarige Olav Mol de bezoekers van de Grand Prix van Nederland op de hoogte van alles wat er zich op en rond de baan afspeelde. De Duitse bezoekers welteverstaan.

De Rudi Carrell van Zandvoort

“Ik deed het samen met Cees Verhart”, vertelt Mol, voordat we hem voor de camera spreken over zijn boek ‘F1 2019, Spektakel en intriges’. In 1984 was hij voor het eerst te horen op Zandvoort, alvorens hij een jaar later een van de vaste presentatoren was. “Cees had me erbij gevraagd omdat ik bij de lokale radio zat en wel eens wat dingen met hem deed. Dan belde ik hem bijvoorbeeld op over wat er die dag op het circuit gebeurde.” Van het een kwam dus het ander. “Omdat ik daar toch vaak was, heb ik toen een keer tijdens een of ander racefestival de startopstellingen voorgelezen. Zo ben ik speaker op het circuit geworden en was ik in ’85 ook een van de speakers bij de Nederlandse Grand Prix, wat betekende dat ik het Duitse gedeelte voor mijn rekening nam. Mijn Duits was niet heel slecht maar ook niet extreem goed. Het draaide er gewoon om dat er af en toe wat in het Duits gezegd werd, zoals vandaag de dag Engels – vaak Bob Constaduros – en de taal van het land waar we zijn op de baan te horen is. Het waren echt heel korte zinnetjes, maar het ging mij er vooral om dat ik er bij kon zijn.”

Over zijn werkplek weet Mol nog: “We noemden het een duiventil waarin we zaten. Het was bovenop het dak van een oud tankstationnetje. Daarop stond een soort ijzeren kooi. Van daaruit kon je over het circuit heen kijken. Er stond ook een telefoon waarmee je contact kon hebben met de wedstrijdleiding. Maar van de Grand Prix herinner ik me dat ik hoofdzakelijk buiten dat hok was. Ik liep rond met een draadloze zender om vanuit de pits wat dingetjes te doen: ‘Nu gaat er dit gebeuren, nu gaat er dat gebeuren.’ Er zal geen Duitser zijn die zich zal herinneren dat mijn stem te horen was tijdens die race. Maar ik was dus wel een van de speakers. Ik herhaalde een beetje in het Duits wat er geroepen werd over zaken als tijdschema’s en andere klassen die plaatsnamen op de grid. Het was een beetje op zijn Rudi Carrells, dat zal ongeveer het niveau zijn geweest. Maar het was wel een vette dag.”

Wat Mol nog het meest bijstaat van de Nederlandse Grand Prix van 1985? “Niki Lauda op het podium”, antwoordt hij. De Oostenrijker won de race op Zandvoort dat jaar voor de derde maal door nipt voor McLaren-teamgenoot Alain Prost te finishen. Ayrton Senna completeerde het podium door met zijn Lotus vlak voor Michele Alboreto in de Ferrari te eindigen. “En Nelson Piquet op pole-position. Met de BMW-Brabham, een blauw-witte auto met Olivetti-reclame. Ik zie de wagen nog zo voor me. Een lage auto met een lage cockpit waar Piquet enorm bovenuit stak. Een 1.11 had hij gereden in de kwalificatie, dat weet ik ook nog.”

Mol haalde dat weekend ook nog een flinke stunt uit. “Ik had stickers laten maken waarop stond ‘Racing Makes Him Bigger Than Sex’, om aan te geven dat racen echt heel vet is. Die had ik op de neuzen van een fiks aantal auto’s geplakt. Gewoon in de loop plakte ik dan een sticker op een wagen. En ik weet zeker dat Jacques Laffite hem heeft laten zitten”, vertelt Mol met een grijns van oor tot oor. Hoe hij het in hemelsnaam voor elkaar kreeg om stickers op Formule 1-auto’s te plakken? “De sport was in die tijd natuurlijk nog enorm toegankelijk. Je kon gewoon achter de pitbox zien hoe er aan een versnellingsbak werd gewerkt. De inlaatkelken werden afgedekt met doekjes om te voorkomen dat er zand en andere zooi in kwam. Alles en iedereen zat ook buiten. Zo herinner ik me hoe Ferrari-monteurs met hun bord op de sidepod zaten te eten.” Een andere herinnering die tijdens het gesprek ineens boven komt drijven: “Ik wandelde aan de binnenkant van het oude Bos Uit, toen ik Stefan Bellof driftend voorbij zag komen in de Tyrrell. Dat vond ik zo ongehoord vet!” Om daar bedrukt aan toe te voegen: “Twee weken later was hij dood. Verongelukt tijdens een langeafstandsrace op Spa.”

Terug naar Zandvoort

Dat de Formule 1 35 jaar later terug zou keren naar Zandvoort, had Mol nooit verwacht. “Nee, eigenlijk niet”, zegt Mol, die stelt dat de populariteit van Max Verstappen maar een deel van het verhaal is waarom de koningsklasse weer afreist naar het duinencircuit. “Ondanks dat we zelf vinden van niet, zijn we een rijk volk. Overal in de wereld zie je Nederlanders. En dat is het Formula One Management ook opgevallen”, aldus Mol, die opmerkt dat er geografisch ook ruimte is ontstaan door het wegvallen van een aantal circuits. “Als je om Zandvoort een cirkel trekt van 800 kilometer, dan had je tot voor kort Silverstone, Spa, Hockenheim, de Nürburgring en Magny-Cours. Je had dus meerdere banen die dicht bij elkaar zaten. Tegenwoordig is het veel meer verspreid, alhoewel Zandvoort natuurlijk nog steeds dicht op Spa zit, en datzelfde geldt in zekere zin voor Silverstone. Maar Hockenheim en de Nürburgring zijn afgevallen en voor de Franse Grand Prix zijn we helemaal naar het zuiden afgezakt. Maar ik had niet gedacht dat er zomaar weer een wedstrijd op Zandvoort zou komen. En zoiets gebeurt natuurlijk ook niet zomaar. Er is door heel veel mensen serieus hard aan getrokken.”

Een andere belangrijke factor is de wens van de huidige eigenaar van de Formule 1 om meer banen met een historisch karakter aan te doen. “Als de wil van Liberty Media er niet geweest was om meer ‘old school’ circuits een plaats te geven op de kalender, dan was een race op Zandvoort nooit ter sprake gekomen”, weet Mol zeker. “De mazzel die Zandvoort ook had is dat ze wisten dat ze een Grand Prix gingen krijgen en daarna aan de slag konden met de verbouwing. In het verleden moesten andere circuits eerst verbouwen om te laten zien dat ze er klaar voor waren om een Formule 1-race te organiseren. Als Zandvoort het ook op die manier had moeten doen, dan was het niet gelukt. Ik denk dat we in Nederland niet de handen op elkaar hadden gekregen als eerst het circuit verbouwd had moeten worden, voordat men bij de Formule 1 kon aankloppen met de vraag of er misschien weer een Grand Prix kan worden gehouden. Dan hadden ze het geld nooit bij elkaar gekregen.”

Olav Mol wist als een van de eersten dat de terugkeer van de Nederlandse Grand Prix in 2020 een feit was. Mol en collega Jack Plooij werden door de Formule 1 hiervan op de hoogte gebracht omdat zij in eerste instantie een rol zouden spelen bij de officiële bekendmaking van het nieuws, aangezien Ziggo Sport de zender is die de sport in Nederland uitzendt. Doordat de organisatie van de Dutch Grand Prix echter Talpa als mediapartner had gestrikt, liep het allemaal net even anders. “Oh shit, dat wordt een weekend”, was het eerste wat Mol dacht toen hij hoorde dat het Zandvoort gelukt was om de Grand Prix terug te halen. De media-aandacht rond het evenement zal enorm zijn en de stem van de Formule 1 in Nederland verwacht dat er ook massaal een beroep op hem zal worden gedaan. “Je kunt ervan uitgaan dat vanaf de dinsdag voor de Grand Prix er al programma’s zijn die iets met de race willen doen en ook iets van ons willen. Ik ben bang dat wij dat allemaal niet kunnen invullen.”

Ook is Mol niet helemaal gerust op het weer aan de Noordzeekust begin mei. “Het zou zomaar kunnen dat er een vrije training niet door kan gaan vanwege natte sneeuw. Dat kan gewoon écht gebeuren. Als we mazzel hebben met zijn allen dan hebben we een mooi voorjaarsweekend. Maar volgens mij is het gemiddeld 7 graden op 3 mei. Natuurlijk is er een uitzondering: in 1979 was het 25,3 graden. Maar het weer is dus wel een dingetje. Dan ga je als vader met je twee zonen naar Zandvoort en zit je met windkracht 7 en 6 graden een hele dag op een kletsnatte tribune”, spreekt Mol, die door zijn ervaring als zeiler wel het nodige van het weer weet, zijn zorgen uit. “Maar het mooie van de Grand Prix van Nederland is dat er weer een grote groep jongens en meisjes kan zeggen dat ze met hun vader, opa of oom naar het circuit zijn geweest om de Formule 1 in het echt te zien, net zoals die er tot halverwege de jaren tachtig was. Er komt weer een nieuwe generatie aan die daar echt een gevoel bij krijgt. Natuurlijk zijn er ook genoeg jongens en meisjes meegenomen naar Spa, maar een race in eigen land is toch iets anders. De indruk die het kan maken op die jonkies, vind ik heel belangrijk.” Om daarna nog even terug te komen op het weer: “Maar wat ik niet helemaal begrijp is waarom ze begin mei zijn gaan zitten. Dat is een enorm risico.”

Mol, die in 1978 als zestienjarige door zijn oom – “een bollenboer uit Hillegom” – voor het eerst werd meegenomen naar de Formule 1 op Zandvoort, staat bij zijn eerdere uitspraak dat de Dutch Grand Prix geen race is waar hij met name naar uitkijkt. “Niet specifiek”, merkt hij op. “Er zitten een paar races voor en er komen nog een paar races achteraan. Maar ik zou het super vinden als blijkt dat ze in Zandvoort zo’n goede job gedaan hebben dat we een Interlagos-achtige race krijgen waarvan iedereen zegt: ‘Wauw!’ Dat we een vette race krijgen is veel belangrijker dan of ik het wel of niet leuk heb gehad dat weekend.”

Video: Hoe Mol reageerde bij de formele aankondiging van de GP in Zandvoort

Lees Verder

Plaats een reactie