Drie gewoontedaders met zware problemen

Translating…

‘We hebben deze verbinding maar 45 minuten”, is het eerste wat de rechter bezorgd opmerkt, met een blik naar het grote beeldscherm. Daarop is Elizabeth (43) zichtbaar, althans, voor de togadragers op het podium. Beeldschermen in de rechtszaal blijven zwart.

Elizabeth werd met twee andere Roma-vrouwen in januari in een Leiderdorpse woonwijk betrapt. Zij hadden een achterdeur open ‘geflipperd’, door met een plastic kaart het slot te manipuleren. Een buurman zag de vrouwen wegrennen toen de bewoners thuiskwamen, en noteerde het kenteken van de auto waarin ze wegreden. Lades en kasten waren overhoop gehaald. Er ontbrak één gouden armband, met bedel.

Elizabeth spreekt vanuit het huis van bewaring in Ter Peel, waar ook Jagoda (43) vast zit. Rumyana (34) zit in Nieuwersluis. Zij laten verstek gaan. De verdachte en de advocaat kunnen tijdens de zitting elkaar niet zien noch met elkaar overleggen. De twee advocaten hadden op de gang al bezorgd overlegd. Er ligt een ongunstig reclasseringsrapport over Elizabeth. Criminaliteit zou daarin als „onderdeel van de Roma-cultuur” zijn beschreven, waardoor de reclassering geen mogelijkheden ziet om iets voor Elizabeth te doen. Terwijl Elizabeth juist had gehoopt op een deels voorwaardelijke straf, liefst met een enkelband.

Alle vrouwen hebben bekend. Elizabeth zegt bij herhaling „hele erge spijt” te hebben „ook voor die mensen”. Maar ze praat vooral, snikkend, over haar vermiste puberdochter „door wat ik heb gedaan”. Tijdens haar voorarrest is voor de dochter een gesloten uithuisplaatsing geregeld, „wat de mogelijkheden voor opsporing vergroot”, zo vult de advocaat aan.

Uit haar reclasseringsrapport citeert de officier dat „het Roma-milieu criminaliteit niet afkeurt”. Elizabeth „staat niet open” voor gedragsverandering. Het risico op herhaling „is niet te verminderen”. Ze eist zes maanden cel, net als voor Rumyana en en Jagoda, De officier vermoedt dat de vrouwen die dag meerdere inbraken pleegden. Er is bij hun aanhouding geld gevonden, volgens de officier afkomstig van diefstal, hoewel ze die niet met aangiften in verband kan brengen. De auto van Rumyana, een Audi A3 uit 2009, die voor de inbraak is gebruikt, wil ze laten verkopen.

De advocaat vindt de redenering over het gevonden geld „niet zuiver”. Dat zijn cliënt een woninginbraak zou hebben gepleegd, is ongebruikelijk. De laatste keer dat ze dat deed was bijna negentien jaar geleden. Sindsdien pleegde ze alleen winkeldiefstallen. Het gaat haar nu slecht. De advocaat kent haar „als een hele sterke dame”, maar na ruim drie maanden voorarrest zou ze „gebroken” zijn. Ze werd in die tijd tweemaal overgeplaatst, moest twee keer twee weken in quarantaine vanwege besmettingsgevaar. De zorgen over een vermiste dochter en het algemene bezoekverbod aan gedetineerden maakt haar situatie erg zwaar. Recent adviseerde de Raad van Europa in coronatijd zoveel mogelijk af te doen met proeftijden. Elizabeth smeekt via het scherm de rechtbank om haar „een beetje menselijk te behandelen. Ik hou dit niet vol.” Bezoek ontvangt ze nu in de vorm van beeldgesprek via Skype, dertig minuten per week.

De advocaat van Rumyana merkt op dat zij moeder is van vier kinderen, analfabeet, ernstig in de schulden en bedreigd met opzegging van de huur. De jongste is nog geen drie. Haar gezin wordt nu gerund door haar ex-man, die daarvoor tijdelijk uit Duitsland terugverhuisde. Beide advocaten schetsen levens waarin diefstal en inbraken gewoon zijn, in een sociaal milieu waarin men „niet over elkaar kan praten” en het moeilijk is om zich te onttrekken aan wat gebruikelijk is.

De rechtbank geeft alle drie vrouwen zes maanden, waarvan bij Elizabeth en Rumyana twee maanden voorwaardelijk. Jagoda krijgt de volle zes maanden vanwege haar strafblad. De reclassering wordt door de rechtbank niet ingezet. De vrouwen krijgen het geld dat ze bij zich droegen terug, 87,75, 42 en 25 euro. Rumyana is haar auto definitief kwijt – die wordt verbeurd verklaard.

Folkert Jensma

Procesdeelnemers: mr. M.M.F. Holtrop, mr. E.A.G.M. van Rens, rechter, mr. L.K. van Zaltbommel Advocaten: mr. A.C. Vingerling, mr. M. Hilhorst

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 15 juni 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 15 juni 2020

Lees Verder

Plaats een reactie