Doodsbedreiging is voor Haagse politici grimmige routine geworden

Translating…

Een fors gebouwde man van 49 jaar zit voorovergeleund op zijn stoel. Met zijn handen masseert hij zijn slapen. Hij draagt een zwart jack en een oranje trui, een leesbril op het voorhoofd. Hij huilt, terwijl de officier van justitie het woord voert. „U moet eens heel goed gaan nadenken over wat u wel en niet kan zeggen”, zegt ze. „Als uw Facebook-post over mij zou gaan, dan zou ik de deur niet meer uit durven.”

Op 22 april 2019 las de man op de Facebookpagina van D66 een bericht over Rob Jetten. Onder het bericht stonden, zoals eigenlijk altijd, talloze beledigingen en scheldberichten aan het adres van de fractievoorzitter. Deze man schreef: „Ik sluit me ook aan bij het vuurpeloton om jullie af te schieten. Hetplastromskehedde al om.” Met ‘plastromske’ bedoelde de man Jettens das.

Een medewerker van Jetten deed aangifte van bedreiging en kort hierna kreeg de man de politie aan de deur. Nu moet hij voor de politierechter in Den Haag verschijnen. Geëmotioneerd: „Ik wil graag mijn excuses aanbieden aan de heer Jetten.”

De man had, zegt hij, geen politieke motieven om het Kamerlid te bedreigen. Hij is dyslectisch, zegt hij, en weet niet wat woorden precies betekenen. „En ik zit een beetje in een dip.” Het gaat niet goed met zijn autoschadebedrijfje, in de achtertuin van zijn schoonouders. Als de rechter hem aanspreekt op de impact van de bedreiging, zegt hij: „Weet u: de druk is zo hoog. Er is soms weinig werk. Ik moet altijd alleen het hoofd boven water houden.”

De rechter: „Zoiets komt hard aan, hoor. Dit is echt een stevige bedreiging. Begrijpt u dat?” De man: „Ja, ja. Het was een stomme fout.”

De rechter geeft de man een boete van 500 euro, waarvan de helft voorwaardelijk. Begrijpt de bedreiger wat dat betekent? Hij knikt. „Ik schrijf maar helemaal niks meer op Facebook.”

Auto klemgereden

Natuurlijk ziet Rob Jetten reacties onder zijn Instagram- of Twitterberichten. Het zijn er meestal honderden. In mei plaatste Jetteneen filmpjewaarin hij homofobe en bedreigende berichten aan zijn adres voorlas, zoals: „Ik denk dat we Jetten zijn privéadres maar bekend moeten maken. Slaan ze 2 vliegen in één klap. Een ongelovige hond en een homo ineen… Maar ja, het is maar een gedachte.”

Bedreigingen maken Jetten „onrustig”, zegt hij. „Ik maak me weleens zorgen over collega’s, familieleden, of medewerkers. Dat drukt zwaarder op me.” De auto van Jetten werd in januari klemgereden en bestickerd door boeren, toen hij in een theater in Twente kwam spreken over klimaatbeleid. De sfeer was dreigend, zegt Jetten, zeker voor een medewerker die alleen in de auto zat en omsingeld was. Pas na bemiddeling van omstanders mocht de auto gaan.

Met online haat en geschreeuw op straat kan Jetten meestal omgaan, zegt hij. Lastiger vond hij een serie getypte brieven die hij maandenlang ontving van dezelfde afzender. De dreigende tekst was niet anders dan wat hij elders hoort, zegt hij, maar „de ouderwetse vorm” maakte indruk. „Iemand deed de moeite telkens brieven te schrijven en te posten. Dat kwam veel meer in mijn persoonlijke ruimte.”

Hij wil niet alles weten, zegt hij, „ook omdat ik bang ben dat ik dan op mijn woorden ga letten”. Medewerkers lezen alles wat binnenkomt: brieven, mails en berichten op sociale media. Zij doen aangifte.

Bedreigingen zijn niet nieuw in de landelijke politiek. Na de moord op Pim Fortuyn in 2002, zelf zwaar bedreigd, ontvingen politici kogelbrieven en dreigberichten. Geert Wilders (PVV) wordt al zestien jaar zwaar beveiligd. Maar in omvang en ernst is de laatste jaren een sterke toename te zien. In 2018, het laatste jaar waarover betrouwbare cijfers beschikbaar zijn, kreeg het Team Bedreigde Politici van het Openbaar Ministerie in Den Haag 620 meldingen binnen, bijna een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. Van die meldingen waren volgens het OM 362 gevallen strafbaar.

Fractievoorzitters en andere Kamerleden wijzen, soms anoniem, ook naar de sfeer rondom het Binnenhof, bijvoorbeeld bij demonstraties. Die is grimmiger geworden. Sommige politici praten er liever niet openlijk over, omdat ze bang zijn dat aandacht het probleem verergert. Bedreigingen komen niet alleen op papier of online voor, politici worden ook fysiek lastiggevallen. Maandagavond werd een partijbijeenkomst van Forum voor Democratie in Arnhem stilgelegd om een „mogelijk bedreigende situatie”. Thierry Baudet en Theo Hiddema moesten de zaal snel verlaten. Een paar weken geleden werd Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA)bedreigdtoen hij bij het Kamergebouw op straat liep. Dat gebeurde tijdens een demonstratie van aanhangers van de groep Viruswaarheid. Vorige week is een verdachte aangehouden. Politici noemen ook recente boerendemonstraties in Den Haag, waar openlijk dreigende teksten en afbeeldingen werden gebruikt.

Radicalisering

Rond Oud en Nieuw werd GroenLinks-leider Jesse Klaver gewezen opeen filmpjeop sociale media. Daarin is een jongen te zien die met carbid schiet op een afbeelding van Klaver. Een paar maanden eerder reed in een boerenprotest een zwarte pickup-truck mee, waarop een grafkist met de naam ‘Jesse’ lag. Vlak voor het Kerstreces bezetten boeren met tientallen tractors het Binnenhof. De sfeer was zo dreigend, dat Klaver alleen onder politiebegeleiding het gebouw binnenkwam. Klaver: „Ik ben niet bang aangelegd, maar dit was ontzettend beangstigend.” Volgens Klaver is „het maatschappelijke klimaat verhard”. „Online kwam dit al langer voor. Maar het normale gesprek op straat, essentieel voor een politicus, wordt steeds moeilijker. Dat baart me zorgen.” De maker van de doodskist legde zijn actie later uit als grap. Klaver: „Maar het normaliseert het spotten met geweld. Voor het eerst dacht ik: er is echt iets veranderd in Nederland. Als je op straat fietst, hoor je soms termen als ‘landverrader’. Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

Wie zijn deze bedreigers? Tien jaar geleden publiceerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) een onderzoek, onder meer geschreven door Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar polarisatie en veerkracht aan de Vrije Universiteit. Het onderzoek maakt onderscheid tussen verschillende dadertypes: straattaaldreigers, verwarde dreigers, gefrustreerden, en combinaties daarvan. Bijna de helft (43 procent) is ‘verward’ of ‘verward-gefrustreerd’. Die laatste groep lijdt onder stress of een trauma, en gaat dreigen na frustratie over een maatschappelijk probleem.

Inmiddels, zegt Boutellier nu, is het proces van radicalisering versneld. Dat werkt een toename van bedreigingen in de hand. Als oorzaak wijst hij naar de politieke en bestuurlijke cultuur. „Nederland is na de ontzuiling een ‘pragmacratie’ geworden. Ofwel: een pragmatisch gestuurde samenleving waar efficiëntie en effectiviteit tellen, en emotie en ideologie veel minder. Het is voor burgers lastig daar kritiek op te geven. Dat roept radicaliteit op. Om er overheen te komen of om te reageren liggen extreme posities voor de hand, dat is de enige manier om met een tegenverhaal te komen.”

Maatschappelijke verhitting

Protestbewegingen richtten zich in de naoorlogse decennia vooral tegen beleidskeuzes, zegt Boutellier. Nu richt het zich tegen groepen of personen. „Er ontstaat riskant vijandschap, in de hitte van de coronacrisis lijkt dat een groter risico te worden. Viruswaarheid richt zich niet primair tegen beleid, maar tegen de elite. Hun ideeën krijgen vorm door zich te richten tegen andere mensen.” Het is voor individuele politici moeilijk te ontkomen aan deze maatschappelijke verhitting, zegt Boutellier. „Als er nou één politicus zijn best doet om niet de kille pragmaticus te zijn, dan is het Pieter Omtzigt. En uitgerekend hij werd op straat bedreigd.”

Lees ook dit interview met Hans Boutellier:‘Ik voel de plicht om optimistisch te zijn’

De bedreiger van Omtzigt moet zich innovembervoor de rechter verantwoorden. Maar vaak blijft het stil na aangiftes. Daar kan Geert Wilders, de meest bedreigde politicus van Nederland, over meepraten. Al zestien jaar is zijn bewegingsvrijheid minimaal. Zijn werkkamer in de Tweede Kamer is afgeschermd, hij woont al jaren in eensafehouse. „Bedreigingen tegen mij zijn steeds internationaler geworden en komen vrijwel altijd uit radicaal-islamitische hoek”, zegt hij. „In het begin waren het Nederlandse groepen of individuen die me iets wilden aandoen, tegenwoordig komen ook veel bedreigingen uit Pakistan, Iran of andere landen.”

Wilders doet „honderden keren per maand” aangifte. „Het gaat met dikke pakken tegelijk. Mijn kast ligt vol aangifteformulieren.” Als bedreigingen uit het buitenland komen, komt het zelden tot vervolging. „Daar kan het OM weinig mee, of ze vinden de bedreiging te weinig concreet.” Vorig jaar deed het OM een vergeefsrechtshulpverzoekbij de Pakistaanse autoriteiten om een Pakistaanse geestelijke te verhoren. Deze geestelijke, Khadim Hussain Rizvi, had opgeroepen tot protesten tegen een cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed. Wilders had die na de bedreigingen afgeblazen.

Lees ook:Wat bezielt de coronademonstranten die politici belagen?

In augustus 2019 werd een 27-jarige man uit Pakistan aangehouden op Den Haag Centraal. Hij zou in een Facebook-filmpje een aanslag op Wilders hebben aangekondigd.De man kreeg een celstraf van tien jaar. Maar meestal, zegt Wilders, reageert de Nederlandse regering „labbekakkerig” op internationale bedreigingen. „Het is onbegrijpelijk dat landen niet worden aangesproken op de fatwa’s die daar worden uitgesproken. Er heerst doodse stilte. De sfeer rondom mij is dat we het allemaal wel weten. Alsof het erbij hoort, het nieuwe is eraf. Maar ik kan nog altijd niet naar de wc zonder dat er beveiligers voor de deur staan.”

Tunnelvisie

Beïnvloeden bedreigingen het gedrag van politici? Wilders: „Een columnist schreef eens: ‘Wilders zal wel een tunnelvisie hebben gekregen.’ Dat bestrijd ik. Ik heb ondanks alle beperkingen nog altijd gevoel voor wat er speelt, anders had ik hooguit één zetel gehad.” De cartoonwedstijd blies Wilders af. „De bedreigingen kregen zo’n omvang dat het mijn omgeving raakte.”

Klaver heeft zich op praktisch niveau aangepast. Hij meldt altijd pas laat wanneer hij op een openbare bijeenkomst aankomt. Maar, zegt hij: „Als mensen me aanspreken, maak ik daar tijd voor. Achter agressie en boosheid gaan vaak angst en onbegrip schuil, ook bij groepen als Viruswaarheid. Ik moet als politicus ervoor zorgen dat de kleine groep schreeuwers naar de flanken wordt gedreven, en met de rest moet ik in gesprek blijven gaan.”

Rob Jetten krijgt over een paar weken bezoek van een scholier, die na een bedreiging aan zijn adres een taakstraf kreeg. „De bedreiging was heel heftig. Later stuurde hij me een brief die me zo raakte dat ik hem heb uitgenodigd om een dagje mee te lopen. Zijn thuissituatie was complex, er speelde allerlei droevigs in zijn leven. Ik hoop dat zo’n vijftienjarige jongen er iets positiefs uithaalt.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 8 september 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 8 september 2020

Lees Verder

Plaats een reactie