China sleutelt aan eigen munt: Hoe werkt een valutaoorlog?

Translating…

De Chinese en Amerikaanse delegaties konden de handelsoorlog vorige week niet oplossen EPA

Gidi Pols

redacteur Economie

China’s nieuwste wapen in de handelsoorlog met de Verenigde Staten heet devaluatie. Gisteren zakte de waarde van de Chinese munt ten opzichte van de dollar door een symbolische grens. Een dollar is nu 7 yuan waard. Gevolg: nerveuze beleggers en een woedende Trump.

Simpel gezegd is het devalueren van een munt een kwestie van vraag en aanbod. Door dollars te kopen voor yuan, kunnen de Chinezen ervoor zorgen dat er meer vraag komt naar de dollar en meer aanbod van yuan. Daarmee maken ze de eigen munt zwakker en de dollar sterker.

“In dit geval lijkt het er meer op dat ze gestopt zijn met het inkopen van dollars”, zegt Elwin de Groot, valutaspecialist van de Rabobank. “Door de handelsoorlog is de Chinese economie zwakker geworden en heeft de renminbi vanzelf de neiging om minder waard te worden. Door te stoppen met versterken geeft de Chinese overheid nu een heel duidelijk signaal af. Het laat aan de Verenigde Staten zien dat dit ook een instrument is dat China in kan zetten.”

Een zwakkere munt is namelijk een voordeel in de handelsoorlog met de Verenigde Staten. Doordat Amerikanen met 1 dollar nu meer kunnen kopen in China, maken de Chinezen de gevolgen van de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump instelde (deels) ongedaan.

Trump reageerde dan ook woedend en schreef op Twitter dat China aan “valutamanipulatie” doet. Een beschuldiging die hij niet voor het eerst uitte. Wel nieuw is dat het Amerikaanse ministerie van Financiën China nu ook officieel beschuldigt van het manipuleren van valutakoersen. Het heeft zelfs het Internationaal Monetair Fonds gevraagd om een onderzoek.

“Dit is het begin van een nieuwe fase van de handelsoorlog, met duidelijk een verdere acceleratie”, zegt De Groot. Het lijkt erop dat dit niet de laatste keer is dat het valutawapen uit de kast getrokken wordt. Op Twitter richtte Trump zich rechtstreeks tot de Amerikaanse centrale bank, waarmee hij suggereerde dat ook de VS devaluatie zou moeten inzetten in de handelsoorlog met China. “Wij verwachten ook dat China de renminbi geleidelijk verder zal laten verzwakken.”

Ook beleggers lijken zich te realiseren dat de handelsoorlog tussen de economische grootmachten verder ontspoort. Eerdere maatregelen van de VS en China hadden weinig effecten op de beurs. Maar toen Trump donderdagavond met nieuwe importtarieven kwam en maandag de renminbi naar de laagste koers in 11 jaar zakte, waren de financiële markten twee dagen van de leg.

Vandaag is de rust weer enigszins teruggekeerd, met kleine plusjes op de beurzen. De Groot: “Tot nu toe dachten de markten dat het wel goed zou komen met de handelsoorlog, maar de laatste dagen begint dat vertrouwen te verdwijnen.”

Slecht voor Chinese spaarders en Europese exporteurs

De nieuwe stap vanuit Chinese zijde is mogelijk ook slecht nieuws voor Europa. “Van de importheffingen tussen China en de VS kon Europa in theorie nog profiteren. Producten uit Europa werden door de heffingen relatief goedkoper voor kopers uit China en de VS”, zegt De Groot. “Maar de verzwakking van de renminbi is alleen maar slecht nieuws voor Europa.”

Het geld dat Chinese consumenten en bedrijven op de bank hebben staan wordt namelijk minder geld waard in buitenland. Chinese toeristen hebben daardoor minder te besteden in Giethoorn of Amsterdam en zullen sneller kiezen voor een Chinese auto dan voor een Duitse. De laatste is immers relatief duurder geworden.

Economisch gezien is het valutawapen dan ook geen prettige oplossing voor doorsnee Chinezen. “Als de overheid doorgaat met de munt verzwakken, verzachten ze de pijn van de Chinese exporteurs. Maar naast pijn in de VS, zorgen ze ook voor pijn in de eigen binnenlandse economie”, zegt De Groot. “Deze zet is geen economische, het is een politiek strategische zet. Een verdediging van de Chinese trots in een internationaal conflict.”

Lees Verder

Plaats een reactie