Community-interview – De drum'n'bass van kaos001

Community-interview – De drum'n'bass van kaos001

Translating…

Tweakers logo

Tweakers maakt gebruik van cookies

Tweakers is onderdeel van DPG Media. Onze sites en apps gebruiken cookies, JavaScript en vergelijkbare technologie onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren, en deze informatie toevoegen aan bezoekersprofielen.

Cookies kunnen worden gebruikt om op Tweakers advertenties te tonen en artikelen aan te bevelen die aansluiten bij uw interesses. Ook derden kunnen uw internetgedrag volgen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij embedded video’s van YouTube.

Cookies kunnen ook worden gebruikt om op sites van derden relevante advertenties te tonen. Meer informatie hierover vindt u optweakers.net/cookies.

Om pagina’s op Tweakers te kunnen bekijken, moet u de cookies accepteren door op ‘Ja, ik accepteer cookies’ te klikken.

Klikhierom in te loggen.

Lees Verder

Volwassenen ontdekken lego: ‘het is een moment om tot rust te komen’

Volwassenen ontdekken lego: ‘het is een moment om tot rust te komen’

Translating…

Wie de vlizotrap van Alex van den Mosselaar (49) uit Stolwijk beklimt, komt in een totaal nieuwe wereld terecht. De muren van zijn zolder hangen vol met bakken vol legoblokjes, keurig gesorteerd op kleur en soort. Waar nog ruimte is, hangen planken met kleurige legobouwwerken. Een tot in de detail ingericht boomhuis, een werkende achtbaan, gedetailleerde kopieën van bekende auto’s. Op het bureau in het midden van de kamer ligt een gevaarte van 1,60 meter lang. Het is het onderstel van een op schaal gemaakte hijskraan. Via een app op zijn telefoon laat Van den Mosselaar de wielen draaien. „Het was technisch een behoorlijke uitdaging om te zorgen dat die stuurden zoals bij de originele kraan, maar het is me gelukt.”

Het legoën is een vast onderdeel van de dag voor Van den Mosselaar. Na zijn werk als commercieel technisch adviseur gaat hij eerst eten, daarna trekt hij zich één tot anderhalf uur terug op zolder om aan zijn bouwsels te werken. „Het is voor mij een moment om tot rust te komen.”

Lego is niet meer alleen voor kinderen. Een grote en groeiende groep volwassenen is fan van de gekleurde blokjes. Hoewel Lego geen cijfers over de exacte aantallen deelt, vertelde de speelgoedfabrikant in 2019 tijdens een presentatie aan fansites dat de zogeheten AFOL’s (Adult Fan of Lego) goed zijn voor ruim 10 procent van de omzet, die in dat jaar in totaal bijna 5,2 miljard euro bedroeg.

In Nederland nam de populariteit de afgelopen maanden flink toe. Door de coronacrisis zaten mensen meer thuis waar ze zochten naar manieren om de tijd te verdrijven. Daar kwam in april het populaire RTL-programmaLego Mastersnog bij, waarin volwassenen het tegen elkaar opnamen in verschillende lego-bouwopdrachten en dat wekelijks meer dan een miljoen kijkers trok.

De lego-zolder van Alex van den Mosselaar.
Foto’s Folkert Koelewijn

„De afgelopen tijd heb ik heel veel nieuwe gezichten in de winkel gezien van mensen die geïnspireerd waren doorLego Masters”, zegt Pieter Boersma, eigenaar van legospeciaalzaak Playtoday in Gouda. De winkel had dit jaar de beste start sinds de oprichting in 2012 – volgens Boersma een duidelijk gevolg van de coronacrisis enLego Masters. Lego voor volwassenen zorgt momenteel voor ongeveer een helft van de omzet van de winkel, zegt hij.

Lees ook de Zap over Lego Masters:De brickmaster joeg een volwassen man de tranen in de ogen

Ook andere winkels zagen de verkoopcijfers van lego stijgen. Bij speciaalzaak Brickfever in Oisterwijk lagen de verkoopcijfers in de maanden maart, april en mei 212 procent hoger dan in diezelfde periode een jaar eerder. Onlinewinkel bol.com noteerde in week 12 tot en met 22 van dit jaar – de periode waarinLego Masterswerd uitgezonden – een verkoopgroei van 116 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De verkoop van Lego Classics (dozen met losse basisonderdelen) steeg in diezelfde periode zelfs met 243 procent, vergeleken met het voorgaande jaar. Speelgoedwinkelketen Intertoys bevestigt ook dat lego de afgelopen maanden populairder was dan daarvoor, maar wil geen verkoopcijfers delen.

„Met name de afgelopen twee jaar zie je dat Lego sterk focust op de afzetmarkt voor volwassenen”, zegt Michiel de Ruijter (33), eigenaar van fanwebsite bouwsteentjes.info. Als ‘LEGO Ambassador’ staat hij in nauw contact met Lego en fungeert hij als schakel tussen het bedrijf en de Nederlandse AFOL’s. „Sinds kort staat op sommige dozen de aanduiding 18 . Dat wil niet per se zeggen dat ze te ingewikkeld zijn voor mensen van jonger dan 18, maar het is een manier waarop Lego de volwassenen wil aanmoedigen. Ze kunnen zich zo beter identificeren met het product.”

Tien jaar geleden werd ik raar aangekeken toen ik weer met lego begon, maar nu lijken mensen het wel cool te vinden

Pieter Boersma

Het imago van kinderspeelgoed zorgt er misschien voor dat volwassenen er niet graag voor uitkomen dat ze graag met lego bezig zijn. „Maar ik denk dat het eerder de angst is dat er een stigma op zit, dan dat er daadwerkelijk een stigma op zit”, zegt De Ruijter. Zelf krijgt hij nooit nare reacties als hij over zijn hobby vertelt. Dat is de laatste jaren veranderd”, vult Boersma van Playtoday aan. „Tien jaar geleden werd ik nog raar aangekeken toen ik als twintiger weer met lego begon, maar nu lijken mensen het wel cool te vinden.”

De volwassen legoliefhebbers zijn er in verschillende leeftijden, zegt Boersma. Wel valt het hem op dat ongeveer 80 procent van zijn volwassen klanten man is. De volwassen legoër voelt zich vooral aangetrokken tot de grotere en technisch uitdagende sets, ziet de winkeleigenaar. „En alles met een filmthema doet het goed bij die groep:Star Wars,Harry Potter,Jurassic World, superheldenfilms.”

Uitgestald in de woonkamer

Voor Sandra Polman (38) uit Veenendaal was een lego-set in het thema van de televisieserieFriendstwee maanden terug haar eerste aankoop als volwassen legoër. Ze had door de coronacrisis tijd over. „Op Instagram en Facebook zag ik steeds vaker volwassenen met lego voorbijkomen, ik zag dat zelfs bekende mensen als Fred van Leer en Kiki Bertens lego in huis hadden.” Ze besloot het ook eens te proberen. „Ik heb eerst een set voor mijn vriend gekocht en toen voor mezelf deFriends-set besteld. Het is een fijne activiteit om samen te doen en het is ontspannend.”

De twee sets staan uitgestald in verschillende kasten in Polmans woonkamer, en set nummer drie is ook al in huis. De reacties die ze op haar nieuwe hobby krijgt, zijn positief, zegt Polman. „Vooral kinderen zijn onder de indruk, die bij het zien van de sets vragen of ik meedoe aanLego Masters.” Ze verwacht niet dat de nieuwe hobby enorme proporties aan zal nemen. „Ik kan me voorstellen dat ik nog wel wat extra sets aanschaf als het straks kouder wordt en ik er minder op uit kan, maar het wordt niet iets waar ik maandelijks geld aan uit ga geven.”

Foto’s Folkert Koelewijn

Voor Lars Troost (32) uit Den Haag is legoën wel de voornaamste hobby. De projectcoördinator bij Stedin is dagelijks één á twee uur bezig met de bouwwerken op de speciaal ingerichte legokamer van zijn appartement. „Ik ben een zogeheten MOC’er. Dat staat voor My Own Creation, en betekent dat ik vooral zelf gebouwen ontwerp en bouw. Soms heb ik een idee, ga ik bouwen en zie ik wat er uit mijn handen komt. En er zijn ontwerpen waar ik van tevoren een schets van maak. Als ik iets nabouw uit een film of serie, heb ik er vaak referentiefoto’s bij. Meestal bouw ik in fantasy-thema’s: ik maak veel kastelen en ben momenteel met een piratenlandschap bezig.”

Belangrijk onderdeel van zijn hobby is het contact met de legogemeenschap, dat wordt onderhouden via zogeheten LUG’s (Lego User Groups) op internet. „Ik ben actief op LowLug, een populair Nederlands forum waarop we foto’s delen, nieuwe sets bespreken en samen evenementen voorbereiden.” Met een deel van zijn mede-fans van het forum reist hij meerdere keren per jaar af naar lego-evenementen in binnen- en buitenland.

Kasteel van 2,5 meter hoog

Jaarlijks neemt Troost een week vrij van werk om bij het evenement LEGO World in Utrecht te kunnen zijn. „Met ongeveer tachtig AFOL’s maken we een reeks bouwwerken, die we daar exposeren. Vorig jaar bouwde ik een kasteel van 2,5 meter hoog. Dat heeft me ongeveer driekwart jaar gekost. Technisch was het nog even puzzelen, omdat ik het kasteel naar evenementen mee moest kunnen nemen. Uiteindelijk wist ik het in acht delen op te splitsen, die ik in vier verhuisdozen kon vervoeren.”

Het bouwen brengt hem ontspanning en voldoening, zegt Troost. Daarnaast vindt hij het fijn dat bouwen met lego relatief simpel is. „Ik ben creatief in het verzinnen van concepten, maar ben minder vaardig met schilderen, knutselen of tekenen. Bij andere vormen van modelbouw moet je vaardig zijn met verschillende materialen, terwijl lego heel logisch in elkaar zit. Op een gegeven moment weet je welke steentjes je hebt en hoe je daar bepaalde vormen mee maakt. Daarnaast heeft lego voor mij een nostalgische waarde: ik kan nu de kastelen maken waar ik als kind alleen maar van droomde.”

Lees ook:Grote slagen met kleine poppetjes: de mannen achter wargaming

Dat kinderen van sommige legosets alleen maar kunnen dromen, heeft ook met de prijs te maken. Sets die speciaal voor volwassenen uitkomen, kosten vaak enkele honderden euro’s. Begin deze maand lanceerde Lego nog een Lamborghini-model van Lego Technics. De vierduizend stukjes tellende auto kostte 380 euro en was al uitverkocht voordat hij op de markt kwam. Prijzen voor gebouwen uit deHarry Potter-serie variëren van 75 euro (Potters huis aan de Ligusterlaan) tot 450 euro (een uitgebreide versie van Zweinstein).

„Het is geen goedkope hobby”, zegt ook Van den Mosselaar. Hij durft de waarde van alle lego op zijn zolder niet in te schatten, maar geeft jaarlijks tussen de 1.000 en 2.000 euro uit aan nieuwe onderdelen. In de hijskraan die hij nu bouwt, komt zo’n 15.000 tot 20.000 euro aan lego terecht, voorspelt hij.

“>

Foto Folkert Koelewijn

Ook qua tijd is het een behoorlijke investering: hij is nu zo’n halfjaar bezig met de onderkant van het gevaarte, en verwacht dat de rest van de bouw zo’n 1 à 2 jaar in beslag neemt. Dat komt ook omdat hij minutieus te werk gaat: elk detail moet kloppen, werken en perfect op schaal zijn. Van den Mosselaar zocht daarom eerst contact met kraanverhuurbedrijf Van Marwijk om de originele bouwtekeningen van de machine op te vragen. Als hij foto’s van de ontwikkelingen op internet zet, krijgt hij af en toe foto’s toegestuurd van geïnteresseerde kraanmachinisten: ‘Bij mij ziet het dashboard er zo uit.’

Het bouwwerk wordt in volle lengte ongeveer 4,5 meter hoog. Van den Mosselaar wil het meenemen naar enkele lego-evenementen en hoopt dat het daarna wellicht ergens een permanente plek kan krijgen, bijvoorbeeld in een museum. En als dat niet gebeurt? „Dan breek ik hem weer af en verdwijnt hij in de bakken op zolder.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 8 juli 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 8 juli 2020

Lees Verder

Mohammed Allach: ‘Van een keurslijf word ik dwars’

Mohammed Allach: ‘Van een keurslijf word ik dwars’

Translating…

„Kijk”, wijst Mohammed Allach, daar woonde ik als kind. „Linksboven op de tiende verdieping.” De flat uit zijn jeugd werd vorige maand afgebroken. Wat rest is de flat waarop hij uitkeek. „Mijn broer stuurde een filmpje van de sloopwerkzaamheden. ‘Onze geschiedenis brokkelt af’, appte hij. ‘Misschien maar beter ook.’”

Allach, technisch directeur van RKC Waalwijk, wilde wandelen in de multiculturele wijk waar hij een groot deel van zijn jeugd woonde: Palenstein in Zoetermeer. Een wat troosteloze wijk met veel hoogbouw waar flink gerenoveerd wordt.

Hij was als kind geen haantje de voorste, zegt hij. „Ik liep niet met mijn dromen te koop. Iedereen had me uitgelachen als ik had gezegd dat ik profvoetballer wilde worden. Werken met coaches als Peter Bosz, Louis van Gaal en Fred Rutten? Het viel in Palenstein buiten het voorstellingsvermogen.”

De loopbaan van Mohammed Allach (Den Haag, 1973) loopt niet via een rechte lijn omhoog. Als verdediger brak hij relatief laat door – op zijn 22ste bij Excelsior – en kampte hij vaak met blessures. Nadat Leo Beenhakker hem op zijn 26ste bij Feyenoord had ingelijfd, besefte Allach al snel dat het te hoog gegrepen was. „Ik zie mezelf nog huilend bij Leo zitten. Of ik alsjeblieft terug naar Excelsior mocht, zodat ik weer aan spelen toekwam.”

Het werd geen Excelsior maar FC Groningen, waar hij uitgroeide tot vaste basisspeler. Maar na twee seizoenen stuurde coach Dwight Lodeweges hem weg omdat hij een „stoorzender” zou zijn. Via de media probeerden club en speler hun gelijk te halen.

Begin dit jaar kwam Allach opnieuw in opspraak, toen hij als technisch-directeur van Vitesse botste met de clubleiding. Hij wil er weinig over kwijt, behalve dat hij als leidinggevende niet kon doen wat hij wilde. „Ik heb bij Vitesse prachtige dingen beleefd, zoals het winnen van de KNVB-beker in 2017, maar ik voelde me er niet meer senang. Als het gevoel ontbreekt, haak ik af.”

“>

Dit interview vond, op verzoek vanNRC, plaats tijdens een wandeling. Mohammed Allach, technisch directeur van RKC, koos als locatie de Zoetermeerse wijk Palenstein, waar hij een deel van zijn jeugd woonde.

Veel van de keuzes die hij in zijn leven heeft gemaakt, zijn terug te voeren op die eerste jaren in Palenstein, denkt Allach. Hij is er al twintig jaar niet meer geweest, hooguit reed hij er een keer langs. Op deze plek hoopt hij een andere kant van zichzelf te laten zien.

Hij is geen man van grote emoties, maar al lopende wordt duidelijk hoeveel oud zeer in Palenstein verborgen ligt. „En ik maar denken dat ik het redelijk voor elkaar had”, zegt hij met een wrang lachje.

ADD’er

Allach is de middelste van vijf kinderen; vier jongens en een meisje. Zijn Marokkaanse ouders beproefden hun geluk begin jaren zeventig in Nederland. Vader vond een baan als lopendebandmedewerker bij een zuivelfabriek in Zoetermeer, moeder was schoonmaakster in een bejaardentehuis. Ze waren zelden thuis, de kinderen moesten zichzelf zien te redden.

Een gevoelig kind was hij, zegt Allach, nu zou hij misschien de diagnose ADD krijgen. Zijn oudere broers runden het huishouden, maar ook hij moest als kind belastingaangiften invullen. „Al jong droeg ik veel verantwoordelijkheid.”

Geldgebrek was in huize Allach een terugkerend onderwerp, de schulden stapelden zich op. Lang douchen was uit den boze. De wasmachine mocht niet te vaak draaien. En voor de deur lag een handdoek om de warmte binnen te houden. Het zit zo ingebakken, zegt hij, dat het hem stoort als zijn dochters ongevraagd iets uit de koelkast pakken. „Ik wil dat ze beseffen wat een luxe dat is.”

We gaan op zoek naar de mini-speeltuin waar hij als kind veel tijd doorbracht. De schommel, glijbaan en het klimrek zijn vernieuwd, maar verder is alles bij het oude gebleven. Gretig kijkt hij om zich heen, op zoek naar herkenningspunten.

Allach wil niet zielig overkomen, zegt hij, want een slachtoffer heeft hij zich nooit gevoeld. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij zich in Palenstein vaak machteloos heeft gevoeld. „Mijn ouders waren een hopeloos slechte match. Buren klaagden over de heftige ruzies. Nu ik zelf vader ben weet ik hoe moeilijk opvoeden is, maar sommige dingen …”, hij zwijgt even, „… zijn niet te herstellen. Hoe diep je ook van iemand houdt, dan moet je afstand nemen.”

Zijn ouders scheidden toen hij negen was, maar de jaren ervoor waren de moeilijkste uit zijn leven. De spanningen in het gezin liepen zó hoog op, dat de Kinderbescherming er aan te pas moest komen. Mohammed werd in tehuizen ondergebracht, waarna hij met zijn moeder, broers en zus in een Blijf-van-mijn-lijfhuis belandde. „Ik zal nooit de boze mannen vergeten die hun vrouw en kinderen kwamen opeisen”, zegt hij. „Dan dacht ik: zou mijn vader hier straks ook staan?”

Poging tot gezinshereniging

Op de plek waar ooit zijn basisschool stond – nu een leeg grasveld langs een sloot – vertelt Allach over de dag dat zijn vader de kinderen mee naar Marokko nam, tot wanhoop van zijn moeder, die met de baby achterbleef. Het was een uiterste poging tot gezinshereniging, denkt hij. Van een ontvoering wil Allach niet spreken, maar een ultimatum was het natuurlijk wel.

In de havenplaats Al Hoceima woonde Allach een jaar bij familie van zijn vader. Een „heftige” tijd, want niet alleen sprak hij de taal slecht en miste hij zijn moeder, ook werd hij op school geslagen met een liniaal als hij zich de lesstof niet snel genoeg eigen maakte. Met grote tegenzin zong hij ’s ochtends met klasgenoten het Marokkaanse volkslied onder de vlag.

Ook voor de rechten van Joden en homo’s moeten we de straat op

In die tijd groeide zijn afkeer van dwang, vermoedt Allach. Wat er ook gebeurt, hij wil controle over zijn leven. Die behoefte is zó sterk, dat zelfs de grootst mogelijke materiële welvaart er niet tegenop kan.

Als voorbeeld noemt Allach zijn vertrek als technisch-directeur bij Maccabi Haifa in 2018. Met zijn gezin woonde hij in een prachtige villa met zwembad, er stonden twee auto’s voor de deur en hij had een heel goed salaris. Ook zijn vrouw en kinderen hadden het na verloop van tijd erg naar hun zin in Haifa. „Maar ik miste de connectie wat visie en strategie betreft. Procesmatig denken was bij Maccabi bijna een vloek. Ik moest me te veel aanpassen.”

Als moslim voelde hij zich op zijn gemak in Israël, waar „iedereen wel een verhaal heeft”. Hij las veel over het jodendom en vierde joodse feestdagen mee – iets wat sommigen in de Marokkaanse gemeenschap als verraad beschouwen. „Maar toen ik niet meer kon doen wat ik wilde, was ik weg.”

In de voetbalwereld houden mensen hem vaak voor een jobhopper, weet Allach. „Daar zit een kern van waarheid in.” Maar het is niet omdat hij zich snel verveelt of superieur voelt. Hij is gewoon vrij van geest. „Ik wil niet in een keurslijf. Daar word ik dwars van.”

Bij de Zoetermeerse amateurclub DWO leerde hij dingen die je normaal van je ouders meekrijgt: je wekker zetten, afspraken nakomen, de dag beginnen met een goed ontbijt. Hij heeft er tergend lang over gedaan om een academisch denkniveau te bereiken, maar beseft dat het ook heel anders met hem had kunnen aflopen. „Meerdere jeugdvrienden gingen het criminele pad op. De omstandigheden waren ernaar om te ontsporen.”

Verdiep je in spelers

Tegen trainers met wie hij de afgelopen jaren als technisch-directeur samenwerkte, zei hij altijd hetzelfde: verdiep je in je spelers. Opvoeding, afkomst en intelligentie bepalen mede hoe iemand presteert. Over de sportieve lat valt niet te twisten, maar het mag best meer op maat. Creëer veiligheid, zodat spelers zich goed kunnen ontwikkelen. Benoem hun kwaliteiten, zodat ze zich gezien voelen.

Neem het conflict bij FC Groningen met coach Lodeweges, zegt Allach. Het kan best dat hij – een verbaal sterke jongen die snakte naar erkenning – een stoorzender was. Maar wáárom sprak Lodeweges hem ten overstaan van de groep aan op zijn gedrag en persoon? „In de Marokkaanse cultuur wordt dat als zeer vernederend ervaren. Zelfs mijn vrouw mag mij niet op die manier aanpakken waar andere mensen bij zijn.”

“>

Mohammed Allach, technisch directeur van eredivisieclub RKC.

Foto Merlijn Doomernik

Met belangstelling volgt Allach de felle debatten over Black Lives Matter. Uit ervaring weet hij hoe het voelt als winkelpersoneel je schaduwt, als je er als enige in de rij voor de discotheek wordt uitgepikt. „Dat is kut”, klinkt het fel. Hij weet nog goed dat hij een keer voor het stoplicht stond in zijn snelle auto. De jonge bestuurder naast hem deed zijn raam open. Allach deed hetzelfde, in de veronderstelling dat hij een routebeschrijving moest geven. ‘Die heb je zeker cash betaald’, zei de jongen, knikkend naar zijn auto. Allach: „Het raakte me enorm. Maar wat had het voor zin te schelden? Ik keek hem strak aan en zei: ‘Hé kerel, wat vervelend dat je dat zegt. Ik werk hard voor mijn geld.’ De jongen schrok en bood zijn excuses aan. Daarna reden we door.”

All lives matter”, zegt Allach op ernstige toon. Ook homo’s die niet vrijelijk hand in hand kunnen lopen. En de joodse winkelier wiens winkelruit wordt vernield. „Voor hun rechten moeten we ook de straat op.” Hij had graag met zijn dochters de anti-racisme-actie op de Dam bijgewoond, zegt hij, maar de angst voor corona – zijn schoonvader is 82 – hield hem tegen. „Al vraag ik me wel af of al dat protesteren niet te vrijblijvend is. Hoeveel van die demonstranten zijn lid van een politieke partij? Hoeveel maken gebruik van hun stemrecht? Blijven we na de demonstraties ook in gesprek?”

Na tweeënhalf uur zijn we terug bij de flat die alleen nog in zijn hoofd bestaat. „Ik heb lang getwijfeld of ik wel zo open moet zijn”, zegt Allach. Het oordeel van anderen boezemt hem angst in. „Maar dan denk ik aan mijn moeder die in haar eentje vijf kinderen onderhield. Als zij het overleeft, waarom ik niet?”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 29 juni 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 29 juni 2020

Lees Verder

Zie marketing als een bordspel [7 lessen]

Zie marketing als een bordspel [7 lessen]

Translating…

0 26 juni 2020om 13:008 minuten lezen

Online marketing kent twee succesfactoren: meetbaarheid en creativiteit. En laten dat nu net factoren zijn waaraan een succesvol bordspel ook moet voldoen. Ik zie mijn vak als marketeer als een spel waarin scores, uitgekiende strategieën en een nietsontziende competitie mij motiveren om het maximale uit mijn werk te halen. Let the fun take over! In dit artikel deel ik zeven lessen die marketeers kunnen leren van bordspellen.

Als marketeer bij een spellenbedrijf spendeer ik veel tijd aan het testen van spelletjes en de principes daarachter. Het testen van bordspellen levert mij tevens het nodige inzicht op in de psychologie achter bordspellen en gamification in het algemeen. Graag deel ik zeven lessen die ik hierdoor heb geleerd.

1. Creëer betrokkenheid met interactieve storytelling

De leukste spellen hebben doorgaans een aantrekkelijk verhaal. En of dat nu gaat om een groepje ganzen dat de finish moet bereiken in Ganzenbord of om een complexe table-top-RPG zoals Dungeons & Dragons: het verhaal speelt een leidende rol. Wat bordspellen daarin uniek maakt, is dat je als speler zelf de katalysator bent van dat verhaal. Jij ontwikkelt het verloop ervan en bepaalt hoe het afloopt.

Veel bedrijven hebben een waanzinnig corporate verhaal bedacht, maar zien het belangrijkste onderdeel – interactiviteit – over het hoofd.Corporate storytellingis niet heel anders dan het verhalende element van een bordspel: je wil erin meegezogen worden. Er onderdeel van uitmaken. Betrokken zijn.

Goede voorbeelden van interactieve storytelling zijn:

In elk van deze voorbeelden speelt de klant een actieve rol in het verhaal. Hij of zij vormt de katalysator van iets goeds, iets blijvends, iets waarmee je het verschil maakt. Dat hoeft niet per se te maken te hebben met een betere wereld. Het kan ook op microniveau. Je kunt bijvoorbeeld inspelen op het verhaal waar jouw klanten zichzelf mee identificeren:

  • Een interieurwebsite waar je afbeeldingen van meubels kunt integreren in foto’s van je eigen huis.
  • Een autofabrikant die een rekentool biedt waarmee je kunt uitrekenen hoeveel CO2 je jaarlijks uitstoot per auto, op basis van het aantal kilometers dat je rijdt.
  • Een sportmerk dat een mobile app ontwikkelt waarmee je jouw progressie kunt meten met hardlopen, fitness of afvallen.

Beschikt jouw bedrijf al over interactieve storytelling? En zo niet, wat zijn manieren waarop je dat zou kunnen bereiken?

Mensen die een bordspel spelen.

2. Kies jouw herkenbare pion en blijf hier trouw aan

Als je een spel vaak genoeg speelt, krijg je vaak de voorkeur voor een specifieke pion. Je wil bijvoorbeeld per se met geel spelen tijdens Ganzenbord, omdat je met rood altijd in die vermaledijde put terechtkomt. En je wil met Monopoly koste wat het kost de hond als pion, omdat je daar ooit op het allerlaatste moment mee won. Terwijl dat door je opponenten onmogelijk werd geacht.

Het voordeel van jouw eigen pion is dat iedereen in één oogopslag ziet waar jij je op het speelbord bevindt. Zelfs wanneer iemand halverwege het bordspel invalt. Jij bent herkenbaar, want jij speelt altijd met hetzelfde poppetje of met dezelfde kleur.

Het marketingspeelbord

Ook op het marketingspeelbord is het belangrijk om onderscheidend te zijn. Jouw bedrijf is een pion die moeiteloos herkenbaar moet zijn voor je doelgroep. Zelfs als je duizend concurrenten hebt. Hierdoor weet jouw klant je in alle fases van de customer journey te vinden. Bedrijven die zich met hun ‘eigen pion’ weten te onderscheiden, doen dat meestal door hun positionering en storytelling. Je ziet dat onder meer terug bij lifestyle-merken zoals Apple, Nike en Mini. Of bij rebelse en vooruitstrevende organisaties zoals Tesla en YoungCapital.

De kans is groot dat jij als marketeer niet over de budgetten beschikt om jouw bedrijf landelijk of zelfs wereldwijd op de kaart te zetten. Gelukkig hoeft dat niet, want ook lokaal – of misschien zelfs juist​​ lokaal – kun jij het verschil maken met jouw eigen, herkenbare stijl. Soms is een gevatte pay-off, een ludieke actie of een ambachtelijk streekproduct genoeg om viral te gaan in jouw gemeenschap. Ook een in het oog springende huisstijl op je bedrijfsbus kan jou al van een afstand herkenbaar maken.

Welke elementen maken jouw pion herkenbaar op het speelbord? En hoe kun je die herkenbaarheid vergroten? Doorloop je USP’s, storytelling, huisstijl, propositie en positionering om te ontdekken waar verbetering mogelijk is. Dat kun je zelf doen, maar het is veel effectiever om je klanten ernaar te vragen. Met bijvoorbeeld een enquête of een poll op social media. Een paar simpele vragen zijn genoeg om te ontdekken of klanten jou als onderscheidend zien.

3. Leer de regels en het speelbord kennen als je broekzak

Welk bordspel je ook speelt, het speelbord en de spelregels zijn bepalend voor je succes. Schaken is daar een uitstekend voorbeeld van. Door een paar stappen vooruit te denken en te anticiperen op de gevaren en kansen die een schaakspel biedt, neem je een voorsprong op je opponent. Hoe beter jij het speelbord en de bijbehorende regels kent, hoe groter de kans dat jij je tegenstander schaakmat zet. Veel beginnende schakers weten bijvoorbeeld niet dat je kunt rokeren of dat je al in het openingsspel de middelste vakken van het bord moet domineren.

Ook online marketing biedt een complex speelbord met regels en richtlijnen die je in jouw voordeel kunt gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Hoe hoger de concurrentie op een zoekwoord, hoe meer je betaalt per klik.
  • Hoe specifieker de targeting die je instelt, hoe kleiner je doelgroep.
  • Hoe meer je werkt aan kwalitatieve linkbuilding, hoe hoger de domeinautoriteit van je website.
  • Hoe meer touchpoints jij gebruikt in de customer journey, hoe groter de kans dat potentiële klanten jou leren kennen.
  • Hoe meer aandacht jij besteedt aan je bestaande klanten, hoe groter de kans op retentie en ambassadeurschap.

Review regelmatig waar jouw bedrijf zich op het speelbord bevindt en via welke paden jij je doelgroep kunt bereiken. Is dat een organische toppositie middels long-tail zoekwoorden en een sterke linkstructuur? Een Google Ads Search-campagne op de meest converterende zoektermen? Een interactieve contentstrategie op social media? Een loyaltycampagne via mailing? Of juist een combinatie van deze?

Let hierbij niet alleen op wat jij wil bereiken, maar ook op de inspanningen van concurrenten. Het is bijvoorbeeld weinig zinvol om te vissen aan een overvolle oever. En het is heel nuttig om te ontdekken op welk deel van het speelbord jouw concurrentie tekortschiet.

4. Voorkom tunnelvisie: maak gebruik van het volledige speelbord

Veel bordspelspelers focussen zich volledig op één deel van het speelbord. Een straat in Monopoly of in het geval van Risk een werelddeel. Ervaren spelers hebben daar een passende term voor bedacht: tunnelvisie. Je kunt tunnelvisie eenvoudig voorkomen door risico’s te spreiden en dynamisch in te spelen op de kansen die zich aandienen.

Voor marketeers is tunnelvisie een veelgemaakte fout. Dat heeft soms te maken met onkunde, maar meestal door een werkgever of klant die niet begrijpt dat marketing en sales essentieel van elkaar verschillen. Dat leidt er vaak toe dat marketeers uitsluitend met performancemarketing bezig zijn en daardoor niet aan duurzaam en organisch succes werken. Dat is zonde, want hoewel een sale het huwelijk tussen klant en bedrijf bezegelt, is marketing de relatie die daaraan voorafgaat.

Op meerdere paarden wedden

Wil jij je klanten loyaal maken richting jouw bedrijf? Dan is alleen performancemarketing niet genoeg. Je moet op meerdere paarden wedden en het liefst zoveel mogelijk touchpoints inzetten. Voorkom echter dat je de boter uitsmeert over te veel brood. Een laag budget betekent immers dat je niet overal zichtbaar kunt zijn. Ook als je maar een paar uurtjes per week aan je marketing kunt werken, is het van belang dat je gerichte keuzes maakt:

  • Heb je weinig budget te besteden? Focus je op SEO ensocial advertising.
  • Wil je snel resultaat? Kies voor adverteren in de zoekmachine.
  • Wil je duurzaam resultaat zonder veel geld kwijt te zijn?Kies voor SEO.
  • Wil je bestaande klanten bereiken? Maak gebruik van loyalty-mailings, funnels, blogs en organische berichten op social media.
  • Wil je een doelgroep tot klant maken die jouw website reeds heeft bezocht, maar zonder lead of conversie? Maak gebruik vanremarketing in Google Ads en op social media.
  • Wil jij doelgroepen marketen die overeenkomen met je huidige klanten? Richt je dan op lookalike-audiences in Facebook.

Probeer organische marketing altijd te combineren met betaalde campagnes voor een maximaal resultaat. SEO-pagina’s kosten bijvoorbeeld geen cent aan advertentiebudget, maar leveren je wel duurzame vindbaarheid op in de zoekmachine. En een awareness-campagne op social media levert bereik en naamsbekendheid op tegen een schappelijk tarief.

Een paard waarop je sowieso moet wedden,is jouw huidige klantenkring. Jouw klant is namelijk je belangrijkste marketinginstrument. Door hem of haar tot fan te maken behaal je het beste resultaat. Dat bereik je met een goede klantenservice (zowel online als offline), interactieve content die jouw klanten meerwaarde biedt en loyaltymarketing. Er gaat niets boven ambassadeurschap!

bordspel

5. Maak gebruik van een uitgekiende strategie

Om een bordspel te winnen is een goede strategie onmisbaar. Dat doe je door slim handel te drijven, een psychologisch spel te spelen en vooraf jouw route uit te stippelen naar de winst.

Als marketeer krijg je met twee vormen van strategie te maken: klantgericht en intern. De klantgerichte strategie draait om een universeel principe: uitkomst bieden voor een probleem waar jouw doelgroep mee kampt. Je verkoopt namelijk geen dienst of product, maar een oplossing. Daarom zeggen shampoo-fabrikanten niet slechts dat ze shampoo verkopen, maar dat ze een revolutionaire oplossing hebben ontwikkeld, waardoor je nooit meer klitten in je haar hebt. En daarom is een cabrio geen auto zonder dak, maar een voertuig waarmee je de vrijheid ervaart van de zon op je bol, de wind door je haren en de horizon die zich voor je uitstrekt.

6. Houd je score bij!

Het bijhouden van je score is een essentieel onderdeel van een bordspel. Bij sommige spellen kun je zelfs niet zonder. Scores zijn belangrijk om te ontdekken hoeveel punten je nodig hebt om te winnen en waar je staat ten opzichte van je concurrenten.

Ook voor marketeers geldt dat het bijhouden van je score een vereiste is. Het is onderdeel van je interne marketingstrategie. Welke scores je meet, hangt sterk af van de KPI’s die je hanteert. Enkele belangrijke scores om bij te houden:

  • Zoekwoordposities in je SEO-plan
  • Klikkosten in Google Ads
  • Aantal volgers op social media
  • Aantal inschrijvingen voor je mailing
  • Aantal leads en bezoekers per acquisitiekanaal

Het bijhouden van je scores biedt inzicht in de kosten, baten en effecten van je marketingcampagnes. Hierdoor is jouw marketing niet langer nattevingerwerk, maar een meetbare route naar winst en succes. Handig voor jezelf, maar ook voor de stakeholders aan wie je verantwoording aflegt.

Wil jij zeker weten dat je de juiste scores meet en dat je op basis daarvan kunt groeien? Baseer je marketing dan altijd op een customer journey met bijbehorende touchpoints, budgetten en KPI’s. Daarmee heb je een recept in handen waarmee je het spel kunt winnen.

7. Gebruik het wedstrijdelement om je krachten en zwaktes te doorgronden

Een bordspel spelen met een tafel vol fanatiekelingen: er is geen betere manier om een druilerige zondagavond te besteden. Zelfs als de wanhoop, afgunst en frustratie in het heetst van de strijd naar boven komen, heb je de grootste lol met elkaar. En het leuke is: door dat wedstrijdelement leer je je krachten en zwaktes beter kennen. En temeer nog: je leert elkaar beter kennen.

Op het speelbord sta je nooit alleen. Ook niet als marketeer. Er zijn altijd kapers op de kust. Bedrijven met een grotere marketingafdeling en meer budget dan jij. Het spelen van bordspellen heeft mij geleerd dat niet te zien als een bedreiging, maar als een kans. Om mijn succes niet te baseren op de hoogte van het budget, maar op creatieve manieren om dat budget in te zetten. Om mijn strategie niet te kopiëren van een ander, maar om te vissen in een andere vijver. Niets maakt een mens vindingrijker en creatiever dan een gezonde dosis concurrentie.

Maak van marketing een bordspel en je hebt het leukste vak ter wereld.

Lees Verder

‘Je komt het verst als je je op één ding focust’

‘Je komt het verst als je je op één ding focust’

Translating…

‘Corona is eigenlijk een saaie ziekte: je stelt de diagnose en dan is er alleen ondersteunende therapie. Als er een wondermiddel was, wisten we het nu wel”, zegt Miquel Ekkelenkamp, arts-microbioloog in het UMC Utrecht. Tegelijkertijd vindt hij corona fascinerend. „Tuberculose is duizend jaar geleden ontstaan. Het gebeurt nu waar we bijstaan, een nieuwe ziekte die niet meer weggaat.”

Miquel Bulnes, de romanschrijver die in hetzelfde lichaam (1976) huist en de naam van zijn Spaanse moeder gebruikt, laat een jonge arts-onderzoeker zeggen: „Goede en slechte genen bestaan niet.” Je hoort wel dat corona het failliet aantoont van onze geglobaliseerde manier van leven en zo morele betekenis krijgt. Maar dat idee is dus niet aan hem besteed.

„Het virus is een stukje RNA met eiwit dat zich kopieert”, zegt hij. „Ik stoor me aan de manier waarop erover wordt gesproken, zoals de term ‘tweede golf’, alsof het virus zich herpakt en in de tegenaanval gaat. Het virus verandert niet, het enige wat verandert, is wat wij doen.”

Dat is nuchter, maar het land van uw moeder heeft de crisis anders beleefd.

„Het virus kwam daar eerder, Spanje was slechter voorbereid. Alleen al in Madrid zijn ruim tienduizend mensen overleden, meer dan één op duizend. En toch moeten we aan het eind van het jaar nog maar zien of er statistisch gezien verschil is in sterfte ten opzichte van 2019.

„Over mijn eigen familie heb ik me niet veel zorgen gemaakt, ze waren in zelfisolatie op het platteland, waar weinig ziekte was. Ik maak me wel zorgen over het land als geheel, dat compleet plat heeft gelegen. De Spaanse manier van leven – ik ben benieuwd wat ik morgen aantref.”

Morgen. We spreken elkaar op de valreep. De arts is moe van de lange diensten die hij erop heeft zitten. Maar de schrijver blaakt van energie, want die staat op het punt om naar Madrid te vliegen en zich twee maanden af te zonderen om zijn nieuwe boek af te maken. „Het is makkelijker om je te isoleren op een plek waar veel mensen zijn”, zegt hij. „Schrijven vereenzaamt. Je ziet de hele dag niemand en als je dan even naar buiten gaat en nog steeds niemand ziet, zou ik gek worden.”

In Madrid denk ik in het Spaans, tegelijk merk ik hoe Nederlands ik ben

Miquel Ekkelenkamp

Tot 2007 publiceerde Bulnes drie romans die zich afspeelden in zijn eigen werkkring: ziekenhuizen en laboratoria, waar cynisme het ruimschoots van idealisme wint. Daarna schreef hij twee lijvige historische romans:Het bloed in onze aderen, over de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog (1936-39), dat in 2012 op de longlist van de Libris-prijs kwam, enReconquista(2018), met de nadagen van de islamitische heerschappij in het Spanje van de twaalfde eeuw als decor. Zijn jongste boek is de ‘literaire thriller’Openbaringen, die ook in stripvorm verscheen.

Probeer niet te veel te willen. Focus is alles

Als schrijvend arts voegt u zich in een rijtje met Slauerhoff, Vestdijk, Brakman en Kopland. Kunt u niet kiezen, of zijn schrijven en arts-zijn complementair?

„Ik zou ze geen van beide kunnen missen. En ik wil eigenlijk te veel. Niet alleen schrijven en arts-microbioloog zijn. Maar binnen die vakken ook van alles. Wetenschappelijk onderzoek, ik wil patiëntenzorg blijven doen, ik organiseer cursussen. Je komt het verst als je je op één ding focust. Als schrijver zou ik eigenlijk alleen nog maar historische romans moeten schrijven. En als ik als arts ver wil komen, moet ik stoppen met schrijven en me op onderzoek richten.”

Bij een boek weet je op een gegeven moment: dit kan niet beter. Is er in uw ‘medische leven’ daarvan een equivalent?

„Ja. Neem de kunstharten die we in Utrecht implanteren. Het probleem daarbij is dat de batterij buiten het lichaam moet blijven en die verbinding is een poort voor infectie. Andere landen hebben óf geen kunstharten, óf ze transplanteren veel meer. Nederland heeft wel kunstharten maar weinig donoren, dus mensen zitten eindeloos aan een kunsthart. En dus hebben wij ook relatief veel infecties. Maar we vonden een manier om met bepaalde antibiotica een infectie langdurig te onderdrukken. Ja, hoe je dat punt bereikt, dat is wel iets moois.”

Foto’s Roger Cremers

Is er ook een medisch equivalent van een lelijke zin, of zelfswriter’s block?

„Als je over het hoofd ziet wat je niet had mogen missen. Een diagnose die niet voor de hand lag maar waar je toch voor had moeten testen. Dat neem ik mezelf wel kwalijk.”

Een slechte zin is een slechte zin, maar een foute diagnose kan een leven kosten.

„In theorie wel. Mijn vak is iets beschermder omdat ik er nooit alleen voor sta – als microbioloog word je geconsulteerd – dus er is een gedeelde verantwoordelijkheid met andere artsen. En toch, ja, het is wel een nachtmerrie dat je zo de plank misslaat dat… Of het zijn kleinere dingen. Dat een bepaalde test niet of niet goed is gedaan en alles over moet. Een urinemonster is makkelijk, maar een hersenbiopt doe je niet zomaar nog eens.”

Lees ook:We maken onszelf letterlijk dom door telkens onze aandacht te verplaatsen

U wekt toch een bevlogen indruk.

„Voor zover ik frustraties heb, betreft het vooral organisatorische dingen. De kwaliteitssystemen die vaak alleen nog gaan over het afschuiven van verantwoordelijkheid. Als je zonder noodzaak een beroep doet op iemand, alleen zodat een manager een vinkje kan zetten, dan ontneem je concentratievermogen dat gebruikt had kunnen worden om een patiënt beter te maken. Of al onze verplichte cursussen; het enige wat daar gebeurt, is dat je zes uur ouder wordt.

Goed doen zonder meer bestaat niet. Weeg de nadelen af.

U wilt geen energie vermorsen.

„Je moet kosten en baten afwegen. Alles wat misschien verbetering brengt, heeft ook nadelen of kosten. Geen medicijn zonder bijwerkingen. Je kunt niets invoeren zonder dat het consequenties heeft op ander vlak.”

Xavi, een arts in uw laatste boek, zegt dat ‘het geluk schuilt in dingen die je kunt tellen’.

„Ik vind dat niet, maar ik vond het bij hem passen. Veel mensen hebben zich die kijk op de wereld aangemeten. Geluk zit in méér van dingen. Geld, aanzien, hebben. Geen zweverige dingen als aandacht of genegenheid.”

Is arts-zijn de ‘telbare’ kant en schrijven de niet-telbare kant van het leven?

„Ik benader mijn vak wel ‘tellend’. Via statistiek: bij een bepaalde uitslag moet je denken aan diagnose x. Maar wat maakt dat ik met plezier werk, is niet ‘telbaar’.”

En is Nederland uw praktische kant en Spanje de romantische?

„Als ik in Madrid ben, ga ik in het Spaans denken en klinken als de Madrilenen. Tegelijkertijd merk ik dan hoezeer ik Nederlander ben, in de manier waarop ik naar de wereld kijk, vind hoe dingen moeten gaan. Zoiets simpels als een afspraak maken met een Spaanse vriend. In Nederland zeg je: wanneer kan jij, wanneer kan ik en dan heb je een afspraak. Als je tegen een Spanjaard zegt wanneer je zou kunnen, zegt hij: ja dat is goed. En dan: maar misschien moeten we nog even kijken wat er nog méér kan. Ik ben eraan gewend, maar ik neem het niet over.”

Wat bevalt u in Spanje?

„Het is geen toeval dat Nederlanders daar graag wonen. Het buitenshuis leven. Veel dingen zijn betaalbaar, de meeste mensen kunnen tussen de middag simpel maar goed uit eten. Nederland kan veertig jaar vergaderen over drie kilometer snelweg. Spanjaarden nemen snel beslissingen, want daarna zijn er weer verkiezingen. Het nadeel is wel dat je dan soms met een spookvliegveld zit dat niemand wil. Of met allerlei rotondes, omdat de burgemeester even zijn stempel wil zetten.

„Nederlanders lijken individualistischer maar dat is omdat we gewend zijn om vanuit het collectief te denken en dingen goed hebben geregeld: de straat wordt gemaakt als-ie kapot is en het land loopt niet onder. Juist het collectieve staat ons toe om ons individueler op te stellen. In Spanje geldt dat minder, dus zijn sociale contacten belangrijker. Het mooiste is om van allebei iets te hebben.”

Bent u gelijkmoedig?

„Nee, ik wind me wel op. Ik ben bijna 44 en vraag me van veel dingen af: waar doe ik ze voor? Als ik nog iets anders wil dan moet het wel nu.”

Iets anders of iets anders schrijven? U lijkt zichzelf al heruitgevonden te hebben tussen uw drie ‘artsenromans’, met hun ironische toon, en de twee grote historische romans. Soms kun je bijna niet voorstellen dat het dezelfde schrijver is.

Zorgschreef ik op mijn 26ste. Een roman, dik aangezet, over nare en onverschillige mensen die het lichaam zien als een soort auto waar je aan sleutelt. Door iets technisch te maken, hoef je je niet in te leven en de pijn ervan mee te dragen. Dat heb ik zelf ook wel gedaan.”

Foto’s Roger Cremers

Zodat het je niet te veel wordt?

„Een arts móét technisch zijn om zijn werk te kunnen doen, maar niet technisch alleen. Ik herinner me een dame van begin tachtig met uitgezaaide kanker. Ze wilde niet meer behandeld worden. Haar kinderen vroegen: hoelang heeft ze? En ik weet nog dat ik dacht: oké, als je nu de behandeling staakt, duurt het nog ongeveer een maand en gemiddeld schatten artsen zoiets een factor twee te hoog in, en toen zei ik: twee weken. Ik gaf antwoord op wat ik dacht dat een technische vraag was. Tot ik opeens besefte: ik heb nu iemand verteld dat zijn moeder binnen twee weken gaat overlijden en ik ken die dame, ik heb haar elke dag gezien. Dat moet je niet wegdrukken, maar het zeggen in het besef van wat die familie doormaakt. Ik moest dat leren.”

Reduceer kwesties niet tot techniek, maar doorvoel ze

De verteller in ‘Reconquista’en ‘Het bloed in onze aderen’lijkt ook meer open te staan voor zulke emoties, hij is minder ironisch-afstandelijk.

„Mijn ‘zorgboeken’ gingen minder over mensen en meer over een systeem. Voor de historische romans moest ik me inleven in mensen, mensen met wie ik het totaal oneens ben, en die hun macht misbruiken om zich van anderen te ontdoen, maar ik moest hun manier van denken leren begrijpen.”

U vertelt ook anders, neemt meer tijd en ruimte, zoals in de proloog van ‘Het bloed in onze aderen’, over een Spaanse nederlaag tegen de Berbers in 1921.

„Alle Spaanse militairen die bij de coup van 1923 betrokken waren, hadden die ervaring. Ik wilde laten zien waar ze vandaan kwamen, en waarom ze anders aankeken tegen de democratische rechtsorde. Toen ben ik begonnen met ooggetuigenverslagen te lezen. Ik kwam zelfs nog een Bulnes tegen, die wel familie geweest moet zijn, want mijn grootvader en zijn vijf broers waren militairen. Het is een relatief onbekende periode die toch heel belangrijk is geweest voor het land.”

Is het in het Spaans gepubliceerd?

„Nee, maar de tekst is wel al vertaald.”

Ziet men u als een Spaans of een Nederlands auteur?

„Het is een typisch Nederlands boek, met al die gezichtspunten. Als je een Spaans boek leest, weet je meteen of de auteur links is of rechts. In Spanje heb je aan politieke partijen gelieerde stichtingen die geschiedenisboeken uitgeven. Stel je voor: de geschiedenis van de jaren zeventig, nu uitgegeven door de PvdA. Of de VVD.”

Lees ook:Hoe nep-emoties op werk je ziek maken

In Madrid gaat Bulnes schrijven, maar ook hérschrijven. „Het boek speelt in 2020 en dan kun je niet om corona heen”, zegt hij. Maar daarna begint hij weer aan een historische roman. Die moet spelen in de zeventiende eeuw, zo rond het Twaalfjarig Bestand (vanaf 1609) in de Tachtigjarige Oorlog. „Dat lijkt me een mooie periode, een periode van chaos waaruit een nieuwe toekomst ontstaat.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 22 juni 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 22 juni 2020

Lees Verder

Help, mijn dochter is een Greta Thunberg

Help, mijn dochter is een Greta Thunberg

Translating…

Pontificaal scheurden op 4 juni eindexamenleerlingen op Twitter hun diploma doormidden. Jongeren van klimaatbeweging Fridays for Future vroegen zich af: „Wat heb je aan een toekomst als die wordt verwoest door klimaatverandering?”

Het was de zoveelste klimaatactie van jongeren in de afgelopen twee jaar. Sinds de Zweedse Greta Thunberg een fenomeen werd als ‘klimaatmeisje’ demonstreren steeds vaker jonge mensen voor het milieu.

Wat je ook ziet: er komen nieuwe milieubewegingen op, zoals Fridays for Future, De Jonge Klimaatbeweging en Youth For Climate. Zij organiseren bijvoorbeeld stakingen, waaronder de grote scholierenstakingen van vorig jaar in Amsterdam en Den Haag.

Ook het WNF ziet een toename van actievoerende kinderen en tieners, zegt woordvoerder Annet Les. „Bijvoorbeeld tijdens de bosbranden in Australië. Toen kregen we tientallen belletjes van kinderen die wat wilden doen. De actie SOS Koala had in korte tijd 3.500 aanmeldingen.”

Bij de jongerenorganisatie van Milieudefensie sloten zich het afgelopen jaar eveneens meer actieve jongeren aan, zegt bestuursvoorzitter Rico Disco van Jongeren Milieu Actief. „Zonder te hoeven ronselen hadden we meer dan veertig actieve vrijwilligers. Terwijl we drie jaar geleden met moeite twintig vrijwilligers konden vinden.”

Maar die interesse gaat niet op voor alle jongeren, zegt Adwin Bosschaart, hoofddocent aan de lerarenopleiding aardrijkskunde op de Hogeschool van Amsterdam. Hij deed in 2018 onderzoek onder zo’n tweeduizend 15-jarigen. Veel tieners bekommeren zich niet om het milieu, bleek daaruit. Bosschaart: „Hoe belangrijk jongeren dit onderwerp vinden hangt heel erg van het schooltype af. Op het vmbo speelt het klimaat amper, op de havo al meer. Het bewustzijn over hoe we met de aarde omgaan zit met name bij leerlingen op het vwo. Fanatieke , duurzame jongeren zitten voornamelijk op dat schooltype.”

Wat opvalt is de invloed van die jongeren op hun ouders. Woordvoerder Erik Christiansson van Fridays For Future: „Ik heb mijn ouders geprobeerd ervan te overtuigen vegetariër te worden. Bij mijn moeder is dat beter gelukt dan bij mijn vader. Hij eet af en toe nog wat vlees.”

Ook de vaders en moeders in de interviews bij dit artikel zijn door hun kinderen duurzamere keuzes gaan maken. Zo stopte de familie van Betty (15) met vlees eten nadat zij vegetariër was geworden. De ouders van Rosa (9) stappen binnenkort over op een elektrische auto, omdat hun dochter maar bleef zeggen dat hun eigen auto te vervuilend was.

Onder wetenschappers zijn weinig onderzoeken bekend over de beïnvloeding van ouders door kinderen. Nadja Zeiske, gedragsonderzoeker aan de RUG, stuurt een studie van de Stanford University waaruit blijkt dat ouders zuiniger met energie omgaan als hun dochters op scouting les krijgen in energiebesparing. Arjen Wals, hoogleraar ‘transformatief leren voor sociaal-ecologische duurzaamheid’, kent nog een ander onderzoek. Wetenschappers van de North Carolina State University keken of ouders van mening zouden veranderen over klimaatverandering, wanneer hun kinderen daarover werden onderwezen. Ze onderzochten 238 families. En ja, zo bleek: de ouders maakten zich door de lessen van hun kinderen meer zorgen over de toekomst van de wereld. Daarnaast bleek dat dochters meer invloed op de overtuigingen van hun ouders hadden dan zoons.

Meiden lijken inderdaad fanatieker. Ook in de jonge milieubeweging zijn veel meer meisjes actief dan jongens. Erik Christiansson : „Misschien denken jongens gewoon minder na over de toekomst. Zijn ze met andere dingen bezig.”

Mirjam van der Steur (15): ‘We hebben gepraat over gearresteerd worden’

Mirjam van der Steur is sinds vorig jaar betrokken bij actiegroepen voor het klimaat.

Vader Jacob Jan van der Steur:„Mirjam hield altijd al van de natuur.”

Moeder Saskia Kieft-Van der Steur:„Ze kreeg wandelende takken van de buurvrouw, waar ze thuis mee speelde.”

Mirjam van der Steur:„Of ik had slakken uit de tuin gehaald.”

Moeder:„Die liepen dan over haar arm. Ik vond dat altijd wel bijzonder.”

Mirjam: „Maar ik ben me vorig jaar zomer pas echt zorgen gaan maken over het klimaat. De Amazone stond in brand, daar kwam het door. Bij aardrijkskunde kreeg ik les over het klimaatprobleem, maar ik dacht dat het een probleem van de toekomst was. Toen ik het ging uitzoeken begreep ik dat het klimaatprobleem binnen nu en tien jaar opgelost moet worden. Ik ben er lang bang en gestresst van geweest.”

Vader:„Ik wist eigenlijk niet dat het haar zo bezighield. Tot het moment dat ze op de bres sprong, zo van: hier moeten we wat aan doen.”

Mirjam:„Ik ging nadenken over mijn toekomst en raakte in paniek. Ik had piekergedachtes, zelfs slapeloze nachten. Een paar keer ben ik ’s nachts bij mijn ouders in bed gekropen.”

Vader:„Kijk, we deden al wel de simpele dingen in huis.

Moeder:„Papier in de papierbak, glas in de glasbak.

Vader:„We hebben zonnepanelen op het dak. Maar Mirjam werd lid van actiegroepen.”

Mirjam:„Jongeren Milieu Actief, coördinator van Extinction Rebellion Jong, lid van de lokale afdeling van Extinction Rebellion.”

Moeder:„Dat vonden we wel spannend. Gewoon, omdat ze vijftien is en je als ouder denkt: wat sta ik toe? Mag ze alleen naar Amsterdam, de grote stad?”

Vader:„En we spraken over die burgerlijke ongehoorzaamheid van Extinction Rebellion. Wat gaat dat worden, dachten we.”

Moeder:„Maar ze is wijs.”

Vader:„En mondig.”

Mirjam:„M’n vader ging mee naar de eerste bijeenkomst van Extinction Rebellion.”

Vader:„Dat was een eyeopener. Als je die grafieken ziet en weet dat als we willen dat de aarde maar anderhalve graad opwarmt, we nu moeten stoppen met de uitstoot van CO2. Dat gaat niet lukken. En dat had ik me niet gerealiseerd.”

Moeder:„Daarna zijn we wel bewuster met dingen omgegaan. Onze groentela zit vol vleesvervangers.”

Vader:„Ik heb die groep ook gevraagd: waarom burgerlijke ongehoorzaamheid? Waarom niet een petitie of een motie of iets dergelijks? Toen zeiden ze: voor veel dingen die wij nu voor lief nemen, is ooit actie gevoerd.”

Mirjam:„We hebben een keer gepraat over gearresteerd worden.”

Vader:„Ik heb tegen haar gezegd: als jij een keer in de gevangenis belandt, dan kom ik je er gewoon uithalen.”

Mirjam: „Jij zei (ze kijkt naar haar vader): ik ben het eens met wat ze doen en hoe ze het doen. En jij zei toen (knikt naar haar moeder): oké dan.” Haar moeder lacht.

Mirjam:„Maar als burgerlijke ongehoorzaamheid niet nodig is, en we respectvol actie kunnen voeren, dan moeten we dat doen.”

Vader:„Misschien doe ik de volgende keer wel mee.”

Lilly Platt (12): ‘Plastic blijft en blijft en blijft’

Lilly Platt is de Greta Thunberg van de plasticsoep. Ze sprak al onder andere bij de VN over zwerfafval.

Lilly Platt:„Drie jaar geleden liep ik met opa naar de McDonald’s. We zagen heel veel plastic op de grond, echt overal. Wij dachten toen, laten we het opruimen. In 15 minuten vonden we 91 stukken afval. Ik ging daarna uitzoeken wat er gebeurt met al dat plastic.”

Moeder Eleanor Platt:„Lilly is van de feiten. Ze zoekt alles op.”

Lilly:„Plastic is gemaakt van fossiele olie en dus blijft het bestaan. Het blijft, het blijft, het blijft. Het breekt wel in kleine stukjes, die heten microplastics. En die worden ook weer kleiner, dat heet nanoplastics. Niemand weet hoe klein plastic kan worden. En omdat het zo klein is, kan plankton dat plastic opeten. Kleine vissen eten plankton, de kleine vissen worden opgegeten door grote vissen en die vissen eten wij weer. Zo komt plastic ook in ons.”

Vader Jaap Bouma:„En je vindt het ook erg voor de dieren. Los daarvan, het is gewoon een smeerboel.”

Moeder:„Ze begon een Facebook-pagina en maakte foto’s van al het afval dat ze vond.”

Lilly:„En toen schreef de lokale krant er een artikel over. En daarna kwam Q-Music.”

Moeder:„In het begin is ze door heel veel media geïnterviewd, dat was wel overweldigend. Daarna werd ze door veel organisaties gevraagd. Ze stond in het Europees Parlement, op congressen van internationale organisaties en werd zelfs eens uitgenodigd door de Egyptische president.”

Lilly:„Alleen maar 2 procent van mij was een beetje zenuwachtig. De rest zei: dit is een monsterlijk verhaal, ik moet dit vertellen.”

Moeder:„Alles wat ze tegenkomt ruimt ze op.”

Lilly:„Mijn ouders moeten er altijd een kwartier bij tellen als we ergens naartoe gaan.”

Moeder:„Tot nu toe raapte ze zo’n 100.000 stuks op. Niet alleen, ze gaat ook wel eens met opa op pad.”

Lilly:„Een keer dacht iemand dat hijcommunity servicedeed. Dat hij uit de gevangenis kwam, hahaha.”

Moeder:„We zijn blij dat ze zo vrolijk is. Ze is ook nog steeds kind, ondanks alle aandacht die er voor haar is. Als ze terugkomt van een bijeenkomst pakt ze gewoon haar kleurpotloden om te kleuren.”

Lilly:„Soms ben ik wel verdrietig om wat er gebeurt door plastic en klimaatverandering. Maar in plaats van denken in negatieve dingen moet je nadenken over de positieve dingen. Over hoeveel mensen al zien dat de aarde niet een creditcard is die je gewoon maar kunt gebruiken.”

Vader:„Onze bemoeienis is eerder beschermend dan pushend.”

Moeder, in een apart telefoongesprek:„De onlinereacties vallen me wel zwaar. Die komen vaak van mannen boven de veertig die hatelijke opmerkingen maken. Lilly weet van die reacties, maar ze leest ze niet. Ik verwijder ze en blokkeer de trollen. In het begin heb ik wel eens gedacht: moeten we hier niet mee stoppen? Maar ze wil dit zo graag doen. Zelf kwam ik tijdens een actie een keer een vrouw van een jaar of zestig tegen die zei: ik heb van mijn ouders nooit mogen protesteren voor de dieren als kind, dat zat zo diep. Toen begreep ik hoe belangrijk het is om je te kunnen uiten.”

Betty Humphries (15): ‘Heel naar, de macht die je hebt om een dier te doden’

Betty Humphries stopte met vlees eten toen ze negen was. Nu is ze veganist.

Moeder Marjolein van den Hoven:„Betty vindt het wel fijn dat ze geïnterviewd wordt. Ze zoekt naar manieren om gehoord te worden door volwassenen.”

Betty Humphries: „Ik heb ooit een sollicitatiebrief geschreven naar Greenpeace.”

Moeder:„Er was daar een vacature voor chief director. Dat ze tien was, zag ze niet als probleem.”

Betty:„Vaak wordt tegen jongeren gezegd: wat weet jij nou helemaal van klimaatverandering en dierenwelzijn, laat het aan de volwassenen over. Maar we hebben het aan de volwassenen overgelaten en je ziet wat daarvan is gekomen.”

Moeder:„Mijn man en ik werken ook voor een goed doel, maar zij is de voorvechter in de familie. ”

Betty:„Ik kan me herinneren dat ik als kind al mensen probeerde tegen te houden om op mieren te staan. Ik hou niet van het idee dat je iets anders kan vermoorden. Heel naar, de macht die je dan hebt. Alleen at ik wel dieren, want als kind realiseer je je natuurlijk niet dat kip kip is.”

Moeder:„Ik heb zelf voor het WNF gewerkt en focuste op palmolieplantages in Indonesië. In een van die opvangcentra zat een orang-oetan die bijna volledig verlamd was, in ieder geval van onderen. Neergeschoten toen hij in een palmolieveld was terechtgekomen, wat natuurlijk zijn oorspronkelijke habitat was. Hij mocht de rest van zijn leven in een kooi slijten, volledig depressief. In die opvang zat ook een andere orang-oetan, die me door de tralies een hand gaf. Ik voelde dat haar vingers ontbraken omdat die er met een machete af waren gehakt. Moeder en kind waren met grof geweld gescheiden omdat de baby goed verkoopt. Dat was wel een moment dat ik totaal verslagen dacht: hoe kan het dat we zo ontzettend slecht met dieren omgaan?”

Betty:„Ik dacht steeds vaker: waarom is het wel erg dat een orang-oetan zo wordt behandeld, of dat een sneeuwluipaard wordt vermoord, maar niet dat een varken wordt gedood. Dat is toch ook een dier?”

Moeder:„Het zetje kwam van haar. Daarna zijn we allemaal gestopt met vlees eten.”

Betty:„Maar ik mocht niet meteen veganist worden, daar heb ik echt voor moeten lobbyen. Moeten opzoeken wat voor vervangers er zijn, wat ik qua vitaminen dan zou moeten eten.”

Moeder:„In de media wordt gezegd dat veganisme voor kinderen niet goed is. Die informatie is de laatste jaren wel veranderd, maar toen was men daar echt geen voorstander van. Als je kind van twaalf dan besluit om geen melk en eieren meer te eten maar linzen en noten, is dat dan wel verstandig? Ze is nog zo jong, zeiden mensen. Ik had daar geen antwoord op. Maar Betty was heel fel.”

Betty:„Zo fel was ik toch niet?’’

Moeder:„Ze at sommige dingen gewoon niet meer. Ik heb wel eens in de keuken gestaan en gedacht: misschien dat ik hier stiekem iets doorheen mix. Dat heb ik nooit gedaan hoor. Maar je zit zo vastgeroest in denkbeelden: kinderen moeten melk en eieren eten. Uiteindelijk heb ik een lijst van internet geplukt en in de keuken gehangen. Zo van, hier zit calcium in, hier B12. En nu is het zo normaal geworden dat het hele gezin vaak veganistisch eet.”

Rosa Stepien (9): ‘Waarom gooien mensen die rotzooi op straat?’

Rosa Stepien raapt overal vuil op.

Rosa Stepien:„Ik zag een keer een film over een robotje dat alleen was overgebleven op aarde,Wall-E. Het was er zo vies dat alle mensen in een ruimteschip moesten. En dat robotje moest alles opruimen. Omdat de mensen zolang in het ruimteschip zaten, konden ze niet meer lopen. Ik dacht aan het einde van de film: als dat maar niet in het echt gebeurt.”

Moeder Doenja Nab:„Daarom raapt ze nu bijna alles op wat ze op de grond ziet liggen: vuurwerk, rietjes, stukken plastic, dopjes op het strand.”

Rosa:„Anders eten de eenden alles op en gaan ze dood.”

Moeder:„We gingen een keer ergens koffiedrinken en daar zag ze een groot stuk plastic op straat liggen. Nou, dat moest en dat zou in de prullenbak. Liep ze door de stad met dat stuk vuil. Oh mijn god, dacht ik: gênant. Maar dat vindt ze zelf niet. Dus dan denk ik ook: laat maar. Het is heel puur en het is heel mooi dat dit van binnenuit komt.”

Rosa:„Met oud en nieuw staken buurjongens vuurwerk af. Maar ze ruimden het niet op. Dat heb ik toen gedaan.”

Moeder: „Nou, eerst werd je boos op ze.”

Rosa:„Ik zei: jullie moeten het wel opruimen.”

Moeder:„Ze lijkt nu een beetje verlegen, maar dat durft ze dus.”

Rosa:„Als ze iets stouts doen dan zeg ik het gewoon.”

Moeder:„Als ze op de markt al die rotzooi ziet liggen, krijgt ze bijna een hartaanval.”

Rosa:„Waarom gooien mensen dat op de grond?”

Moeder:„En we moeten een elektrische auto van jou, hè?”

Rosa:„Als ik op de weg uit het raam van de auto kijk, zie ik al dat stof en die aswolkjes. Dan denk ik: dat is niet goed, dat is vervuiling voor de lucht.”

Moeder:„Ze blijft zeggen: jullie moeten echt een elektrische auto kopen, dat is veel beter.”

Rosa:„Dat is ook veel beter.”

Moeder:„We krijgen de elektrische auto binnenkort. We moesten een nieuwe leaseauto en toen had ik ook zoiets van: als we de keuze hebben dan doen we het gewoon. Haar klasgenoten schilderen haar wel eens af als groene freak: heb je haar weer, de politieagent. Dat is de andere kant van het verhaal, maar ze komt er vanzelf achter hoe ze daarmee om moet gaan. Ik zie het wel als mijn taak als opvoeder om haar weerbaar te maken tegenover mensen die anders denken. Als ze naar buiten rent om mensen aan te spreken die afval op straat gooien, en ze reageren daar dan raar op, leg ik uit: jij bent hun moeder ook niet. Of hun juf. Of de politie.”

Rosa:„Dat vind ik wel moeilijk.”

Lees Verder

Herinneringen aan een koloniale jeugd

Herinneringen aan een koloniale jeugd

Translating…

Nadat de lockdown ons van binnen zacht had gemaakt, was de moord op George Floyd een stomp in onze maag. Op Blackout Tuesday postte ik samen met miljoenen andere instagrammers een zwart vierkant als steunbetuiging aan de Black Lives Matter-beweging. Dat er in de 21ste eeuw nog uitgeschreeuwd zou moeten worden dat zwarte levens ertoe doen, had ik niet voor mogelijk gehouden. De filmbeelden van de moord op Floyd bewijzen de hallucinante noodzaak.

Als een bezetene begon ik te scrollen om zo veel mogelijk zwarte vierkanten te ‘liken’. In het begin vol plichtsbesef, maar al gauw op de automatische piloot. Terwijl mijn vingertop op de hartjes tikte, dacht ik aan waterdruppels die de kracht hebben een rots uit te hollen.

Op zoek naar een foto van mijn kindermeisje Moersini stuitte ik in een schoenendoos op een ogenschijnlijk onschuldig kiekje. Ik denk dat ik twee moet zijn geweest. Ik zie een dikke buik vol taart. Over me heen gebogen mijn kindermeisje dat nog meer taart voor me opschept. Het jongetje vertedert me allerminst. Die arrogante blik waarmee je een heel continent kunt innemen. Ik zou hem het liefst een draai om zijn oren geven. Koude rillingen kreeg ik pas toen ik zag dat de vrouw geen gezicht had. Haar hoofd was brutaal afgesneden. Ze was alleen een voorovergebogen lichaam. Ik telde, de taart telde, maar zij niet. Toch was zij Moersini. De vrouw die ik de eerste jaren van mijn leven als mijn bloedeigen moeder beschouwde.

De foto was gemaakt door mijn vader die als jongeman naar Engeland was gevlucht toen de nazi’s Nederland binnenvielen.Daar was hij opgeleid tot paracommando en met een parachute was hij boven Ceylon gedropt om te vechten tegen de Jappen. Mijn leven lang heb ik gehoord dat hij had gevochten voor mijn vrijheid en dat ik en mijn generatiegenoten alleen goed waren in het uitleven ervan. Koloniaal was voor hem een heldenpredicaat. Daarom vond hij het heerlijk dat hij na mijn geboorte naar Suriname werd overgeplaatst.

We woonden voortaan in een bungalow aan de rand van Paramaribo. Achter in de tuin, achter de bananenbomen, begon het oerwoud. Overdag waren Moersini en ik samen. Je kon haar al van ver aan horen komen op haar slippers. Het grootste gedeelte van de dag hield ze zich op in de keuken. Daar kookte ze, deed ze de was en de strijk. Af en toe schreeuwde ze zo hard dat ik dacht dat alle dieren uit het oerwoud de tuin in waren gelopen. Zwaaiend met de pollepel riep ze: „Wat jij willen, klap op je blote bamboebillen.”

Na het eten stopte ze me onder mijn klamboe. Diep in de nacht kwamen mijn ouders thuis. Ze maakten veel lawaai. Ik hoorde zware voetstappen en driftig getik van naaldhakken. Ik heb de brieven die mijn moeder in die periode ’s nachts zieltogend onder haar klamboe (haar eigen bewoordingen) aan haar moeder schreef, teruggevonden. Ze beweerde dat ik een wild kind was dat de hele dag met Moersini apenklanken uitstootte. Ze noemde onze taal denigrerend taki taki. De volgende zin is bijna even choquerend als de foto: „Ik hoor het sloffen van Moersini, de dag is alweer begonnen, kan ze haar poten niet optillen? Zo komt mijn leven nooit van de grond.” Het was ongetwijfeld mijn moeders zwarte humor, maar gezegd was toch dat Moersini een beest was dat voor mijn moeders ongeluk verantwoordelijk was.

Lees ook:Hoe Nederland Suriname heeft uitgebuit en verwaarloosd

In een andere brief vertelde ze geamuseerd het verhaal dat Moersini met een zakdoek aan haar bloedende mond op haar had staan wachten. „De kleine mijnheer wilde ketchup”, jammerde ze. Omdat ze de fles niet met haar handen kon openkrijgen had ze die tussen haar tanden opengedraaid. Het ging niet goed met mijn moeder. Ze dronk en snoof poedertjes die haar lijfarts haar gaf. Ik heb haar dramatische liefdesleven waarvan ik de geheime vrucht ben in mijn romanJachthuisbeschreven. De roman is niet alleen mijn afscheid van haar, maar ook van de moeder die haar schaduw was: Moersini!

Op mijn vierde verjaardag gaf ze mij de Surinaamse vlag. Ik herkende de vijf sterren en de cirkel. Moersini wees naar de rode ster en vroeg: „Wat is dit?” Ik dacht even na en zei: „Dat zijn de indianen.” Haar vinger wees nu naar de zwarte ster: „En dat?” „Dat zijn de Bosnegers.” „En de bruine ster?” „De Javanen!” „En de gele ster?” „De Chinezen!” Ten slotte wees Moersini naar de witte ster. „De witte ster, wat is dat?”

Af en toe schreeuwde ze zo hard dat ik dacht dat alle dieren uit het oerwoud de tuin in waren gelopen

Ik lachte en wilde nu op Moersini’s schoot gaan zitten. „En de witte ster?” „Nou, dat zijn de mensen.”

Grinnikend stopte Moersini mij onder. Ze spreidde de vlag uit als laken. Ze gaf me een kus op mijn voorhoofd, sloot de klamboe en deed de lamp uit. Ik bekeek in het zwakke licht de vijf sterren op mijn bed. Ik vroeg me af welke ster ikzelf was.

Op een morgen werd ik door mijn moeder en vader gewekt.Mijn moeder kleedde me snel aan en pakte wat spullen in. Moersini zat op een hutkoffer en keek verdrietig voor zich uit. „Een kus, ik wil een kus!”, fluisterde ze. Ze tilde me op en bracht me naar de auto, die voor het terras stond. Ik stapte in en daarna ook mijn ouders. Ze zeiden dat we op reis gingen. Ik vond het leuk om op reis te gaan.

De auto trok langzaam op. Moersini rende helemaal mee tot aan het grote hek en zwaaide dat open. Ze wrong haar dikke lijf door het portier en kuste me. Ze kuste mijn gezicht helemaal nat. Ze fluisterde in mijn oor: „Zorg voor je moeder.” Terwijl ze haar lijf terugtrok zei ze onophoudelijk: „Kleine mijnheer, kleine mijnheer.”

De auto draaide de zandweg op. Moersini rende erachteraan en schreeuwde nu kreten die ik niet verstond. Ik vroeg waarom Moersini niet mee mocht op reis. „Moersini hoort bij het huis!”, riep de chauffeur lachend over zijn schouder en toeterde een paar keer. Ik draaide me nog eenmaal om naar Moersini maar ze was al verdwenen in het opstuivende zand.

Lees ook:Groeit het besef van het koloniale verleden bij Nederlanders?

Ik boog mijn hoofd naar achter op de armen van mijn vader en moeder. Ik zag alleen maar blauwe lucht en hier en daar een overhellende palmtak. Later in het vliegtuig zag ik wolken, wolken, wolken, rood en blauw.

Voortaan woonde ik in het land dat Moersini me in het vriesvakje lachend had aangewezen. Ik hoefde met Sinterklaas mijn schoenen niet meer voor de ijskast te zetten maar voor de openhaard. Zwarte pieten waren een herinnering aan de goede oude tijd. Het amuseerde me de negatieven van de Suriname-foto’s tegen het licht te houden. Moersini was wit en ik was zwart. Ik hing mijn kleren op aan een dressboy. Een schattig zwart mannetje met een rood hoedje. Zo onbewust was ik.

Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kwamen veel Surinamers in Nederland wonen. Volgens mijn vader het bewijs dat de koloniale tijd veel beter was. Ik herinner me dat we op Koninginnedag volgens mijn moeder „hoog bezoek” zouden krijgen. Pas toen we in de auto stapten, zei ze dat het Moersini was die we van de trein zouden ophalen.

Ik werd opeens heel erg bang, straks zouden we elkaar niet meer herkennen, ik schaamde me ervoor dat ik was gegroeid. Toen we bij het station aankwamen, zei mijn moeder laconiek: „Dat wordt twee keer rijden.” Toen zag ik voor de ingang twee Moersini’s staan. „Honderd kilo per stuk”, zei mijn moeder. Moersini wrong zich op de achterbank en sloeg haar armen om mij heen. „De kleine mijnheer”, noemde ze me nog steeds. Mijn moeder riep dat ze niets in de binnenspiegel kon zien. Na een half uur rijden kwamen we thuis. Moersini ging op het tuinbankje zitten en mijn moeder en ik reden terug naar het station voor wat mijn moeder de tweede vracht noemde.

Toen we terugkwamen, was mijn moeder verontwaardigd dat Moersini zich niet had verroerd.„Jullie zullen wel honger hebben”, zei mijn moeder en ging naar de keuken. Ik volgde haar om te helpen. Ze had een blik tomatensaus in een pan gedaan en kookte drie pakken spaghetti. Haar fles whisky stond op het aanrecht. Ik zette in de kamer de televisie aan en liet de vrouwen op de bank plaatsnemen om naar het defilé te kijken. Ik was bang om met hen te praten.

Toen we aan tafel gingen, zag ik dat mijn moeder al uitgeput was. Met haar laatste krachten schepte ze de spaghetti op maar zelf had ze geen trek. Moersini kon niet van mij afblijven. De vrouwen hadden ook nadat ze hadden gegeten honger. Gelukkig was er taart.

Ik ruimde op en maakte koffie. Moersini kwam bij me staan en pakte een pollepel uit de la. „Wat jij willen”, riep ze, „klap op je blote bamboebillen” en toen nam ik haar eindelijk vast. Toen kwam mijn moeder binnen en zei verontwaardigd: „Pardon dat ik jullie stoor.” Ze liep naar haar studeerkamer en sloeg de deur achter zich dicht. „Ze is niet te redden”, zei Moersini. Ze wilde terug naar Amsterdam om op tijd te zijn voor het vuurwerk. „Breng eerst mijn zus”, stelde ze voor, „dan was ik intussen af.” Hoewel ik zag dat Moersini hoopte even alleen met mij te zijn, vergezelde ik mijn moeder om mee op de weg te letten. Toen we terugkwamen was Moersini de keuken aan het dweilen. „Heb je geen zin om hier te komen werken?”, vroeg mijn moeder. „Dat wilt u niet”, zei Moersini.

Terwijl we naar het station reden, waren we alle drie stil. Ik heb Moersini nooit meer gezien. Ik had haar zoveel willen vragen. Het enige wat ik over haar wist, was dat ze in de binnenlanden van Suriname was opgegroeid in een dorpje dat ze had moeten verlaten toen na het bouwen van een dam het dorp onder water was gezet. Als je over het stuwmeer voer, zag je nog de oude kerktoren en de hoogste toppen van de bomen boven het water uitsteken.

Lees ook:Dit is hoe racisme je leven tekent

In mijn studententijd had ik een liefdesverhouding met een hindoestaan uit Suriname. Ik nam hem achterop de fiets overal mee naartoe. Trappend op de pedalen, betaalde ik mijn koloniale schuld af. We lagen hele dagen in een hangmat en hij kookte. Ik wilde mijn Surinaamse tijd terug. Hij was depressief, blowde veel, had geen werk, ook hij was na de onafhankelijkheid weggerukt uit Suriname. We hebben samen nog een maand door India getrokken. Ik heb hem niets over zijn familieverleden gevraagd, maar hij ook niet over het mijne. Ik was er net als hij nog lang niet klaar voor om erover te vertellen.

Een jonge regisseur die ik in Amsterdam interviewde, vertelde me dat ze nog steeds de zweepslagen die haar voorouders kregen op haar eigen rug voelt.Een collega van haar vertelde dat hij verder terug wil gaan in de tijd, voorbij de slavernij, en kracht putten uit de tijd dat zijn voorouders in een paradijselijke wereld samenleefden met respect voor elkaar en de natuur. Als ze gevist hadden, legden ze de graatjes neer op de oever om andere mensen een teken te geven dat ze beter op een andere plek konden gaan vissen.

Naast mijn bed ligt een stapel boeken die ik de komende weken wil herlezen.De vreemdeling in onszelfvan Julia Kristeva.The anatomy of human destructivenessvan Erich Fromm enIch und Duvan Martin Buber. Ik heb ook een antiquarisch boek besteld met de titelHoe ontmoet ik mijn medemens?. Hoe sociaal en open ik mezelf ook vind – ik heb al mijn liefdes op het openbaar vervoer ontmoet – denk ik dat ik nog veel te leren heb. Intussen wil ik niet vergeten wat Freud met zijn concept van de ‘unheimliche Fremdheit’ bedoelde. Ieder mens is in zijn onbewuste een vreemde voor zichzelf.

De autobiografische familiesageJachthuisvan Oscar van den Boogaard is verschenen bij De Bezige Bij, 400 blz, 25 euro.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 27 juni 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 27 juni 2020

Lees Verder

Na maanden applaus is de zorg toch weer terug bij af

Na maanden applaus is de zorg toch weer terug bij af

Translating…

De afwezigheid van daglicht doet iets met het gemoed. Dwalend door de verlaten gangen van een duister ziekenhuis. De zusterposten als eilanden van gekeuvel en gezelligheid. De spoedeisende hulp waar een paar lallende jongeren hun vriend bijstaan die niet gehecht wil worden. De vaart waarmee een puffende vrouw, een vermoeide gynaecoloog en een verwarde vader met babybedje en al richting de operatiekamer snellen om nieuw leven te verwelkomen. Nachtdienst. Voor wie het werkende leven al jaren bestaat uit een maandag-tot-vrijdag- negen-tot-vijf-nu-ook-af-en-toe-een-dagje-thuiswerken-bestaan, kan ik het bijna aanraden.

Terwijl de mensen op het terras tegenover mijn huis langzaam dronken worden en de bootjes weer bijna als vanouds door de grachten glijden, trek ik de deur achter me dicht. Het voelt onnatuurlijk om op zaterdagavond naar je werk te rijden. Het omgekeerde ritme versterkt je zintuigen. Met de verdwalende noten van Michiel Borstlap op de piano, verdwijn ik in een soort niemandsland. Het lege asfalt, de nazinderende warmte van deze zomerdag, de schemer waarmee ook de voorspelbaarheid van de dingen die overdag gebeuren, lijkt te verdwijnen.

Bij binnenkomst in het ziekenhuis knik ik naar de portier. We kennen elkaar nauwelijks maar ik bel hem vaker dan mijn beste vriend. Bij een gebarsten lichaamsslagader, een steekpartij of een groot auto-ongeluk, vormt hij de cruciale schakel tussen mij en de dienstdoende chirurg. Ik kleed me om en zie in het computersysteem dat mijn collega net klaar is met opereren. Aan de hand van een powerpointpresentatie die we elke dag handmatig maken, draagt ze aan mij over welke patiënten er die avond nog zijn opgenomen en wie er zijn geopereerd. Ze overhandigt me het traumasein, een pieper die afgaat als er een patiënt in kritieke toestand op de spoedeisende hulp wordt binnengebracht, en onze diensttelefoon, een kleine ogenschijnlijk onschuldig ogende Nokia. Ze wenst me een rustige nacht en loopt de trap af.

Rond een uur of twaalf maak ik een rondje langs de afdelingen. De verpleegkundigen zijn pillen aan het delen. Ik ben eigenlijk altijd wel blij om ze te zien maar weet nooit precies wat ik moet zeggen.

„Hadden jullie nog vragen?”

Mijn woorden worden overstemd door een combinatie van gegrom en warrige taal uit een van de kamers. De verpleegkundige kijkt me moedeloos aan. „Nou ja, precies dus, mevrouw T. Kophalsprothese van gisteren, was al beginnend dement maar er is nu echt geen land meer mee te bezeilen. Ze probeert uit bed te klimmen, wil de beukenhaag snoeien en roept de hele tijd om een gieter.”

Een delier is een plotseling optredende ernstige verwardheid. Het bewustzijn van de patiënt is wisselend helder. Vooral ’s nachts is iemand erg gedesoriënteerd wat tijd, plaats en persoon betreft. Er is geen beter ziektebeeld dat een totale samenvatting is van het fenomeen nachtdienst. Het is een acceptatie van de noodzaak om beslissingen te nemen met een beperkte hoeveelheid kennis. Eigenlijk vergelijkbaar met de toestand waarin ons land de afgelopen maanden verkeerde. „We moeten met 50 procent van de kennis 100 procent van de beslissingen nemen”, zei Rutte tijdens een van de eerste persconferenties van de coronacrisis.

Vaak is een infectie van de longen of de urinewegen de onderliggende oorzaak van een delier. Ik heb mevrouw T. van top tot teen nagekeken maar geen duidelijk infectieus probleem kunnen vinden.

‘Geef maar 1 milligram Haldol.”

Het is een middel dat aangrijpt op de dopaminereceptoren en daarmee de hallucinaties dempt. Het is symptoombestrijding. Geen langetermijnoplossing. Je komt er de nacht mee door maar de volgende dag zullen je collega’s er toch iets mee moeten.

Afgelopen week gaf het kabinet-Rutte ons – nou ja, ongeveer iedereen in de zorg, behalve de mensen die ooit bedacht hebben voor het grote geld te gaan en arts te worden –1.000 euro bonus. In diezelfde week werd demotie om een structurele loonsverhoging in de zorg te bewerkstelligen, verworpen. Na maanden applaus, lovende woorden en ander gejuich, lijken we toch weer terug bij af.

Ik heb de komende dagen nog vooral de duisternis om me heen, maar ik hoop dat onze volksvertegenwoordigers meer doen dan symptoombestrijding. Want juist in tijden van verwarring kan een beetje daadkracht vanuit visie, erg heilzaam zijn. Misschien moet ik de portier even bellen om me door te verbinden met het Catshuis.

Emma Brunsis arts-onderzoeker en chirurg in opleiding.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 1 juli 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 1 juli 2020

Lees Verder

‘Nu ik alleen ben, werk ik nog meer dan voorheen’

‘Nu ik alleen ben, werk ik nog meer dan voorheen’

Translating…

Kees:„Ik ga elke dag nog gewoon naar mijn werk op Kasteel Coevorden, alsof er geen coronacrisis is. Alleen heb ik nu vaak een spijkerbroek en een hoodie aan, in plaats van een driedelig pak. Want gasten zijn er nauwelijks en de werknemers en ik zijn nu veel bezig met het onderhoud van het kasteel en van de tuin. Dan trek je niet je nette kleren aan. In het hotel zelf is het stil. Gemiddeld zijn er nu drie of vier van de vierentwintig hotelkamers bezet.

„Als managing director ben ik voortdurend bezig met de vraag wat wel en niet mag. We hebben bijvoorbeeld een boeking gekregen voor eind augustus van een organisatie die twee nachten alle kamers wil boeken, inclusief ontbijt en diner. Dat mag, want hotels zijn gewoon open in deze tijd. Maar ze willen ook vergaderen in het kasteel en dat mag dan weer niet wegens de grote groep mensen bij elkaar. Dat soort dingen uitzoeken is nu mijn belangrijkste taak.

„Verder krijg ik nu meer vragen van het personeel, hebben we een nieuwe film opgenomen over het kasteel en post ik nieuwtjes over Kasteel Coevorden op Facebook. Ook heb ik het kasteel aangemeld op Thuisbezorgd.nl. De meeste rekeningen kunnen we nog wel betalen gelukkig. Als ons terras op 1 juni weer opengaat, krijgen we hopelijk wat meer lucht.”

Terug naar de Randstad

Kees:„Ik heb de Middelbare Hotelschool gedaan in Amsterdam en heb daarna jarenlang gewerkt bij facilitybedrijf Sodexo, bij verschillende hotels in Amsterdam en bij de KLM. In 2014 kwam ik in contact met de eigenaar van Kasteel Coevorden die me vroeg om sales manager te worden. Elke dag pendelde ik heen en weer tussen mijn woonplaats Zaandam en Coevorden. Een jaar later werd ik managing director, kasteelheer, zeg maar. Ik heb geen speciale band met kastelen, maar ik vind het heerlijk om een mooi bedrijf te runnen, ook al ben ik niet de eigenaar.

„Ik krijg de ruimte van mijn werkgever om mezelf te ontwikkelen. Daarbij mag ik mijn eigen tijd indelen, een vrijheid die ik nooit eerder heb gehad bij een werkgever. Het klikt heel goed met de eigenaar, circa eenmaal per maand zien we elkaar om naar de cijfers te kijken. Het is inmiddels gelukt om verlies om te zetten in een bescheiden winst. Het nadeel van dit kasteel is dat het slechts 24 kamers telt en dat is weinig voor een hotel.

„Inmiddels was ik met mijn toenmalige vriendin verhuisd naar een boerderij in het buitengebied van Emmen. Die relatie is voorbij en ik woon er nu alleen. Maar ik ga de boerderij te koop zetten en weer in de regio Amsterdam wonen. Al mijn vrienden en familie wonen in het westen namelijk. De boerderij was echt een avontuur waar ik samen met mijn ex-vriendin aan begonnen ben, zij wilde heel graag dieren houden. Ik blijf hier niet in mijn eentje. Als je met z’n tweeën bent, is het makkelijker om ver weg van alles te zitten, dan heb je elkaar. Ik ben nu voortdurend aan het jongleren: mijn zakelijke leven in Drenthe, mijn privéleven in het westen. Als ik het huis verkocht heb, houd ik een kleine studio in het kasteel aan, zodat ik niet elke avond dat hele stuk terug naar de Randstad hoef te rijden.

„Nu ik alleen ben, werk ik nog meer dan voorheen. Ik begin een uurtje eerder, ga een uurtje langer door. Ik hoef niet per se thuis te zijn namelijk. Ik voel dat mijn werk-privébalans niet helemaal in orde is, maar ik vind dat niet zo erg. Ik heb maar vijf tot zes uur slaap per nacht nodig. Het gevaar is wel dat er niemand thuis is om me te corrigeren. Als ik voorheen ’s avonds wel eens op de bank in slaap viel, maakte mijn vriendin me wel wakker. Nu niet, dus ik zet nu maar een wekker, anders raakt mijn slaap-waakritme helemaal in de war.”

Chillen in de tuin

Kees: „Geld geef ik uit aan kleding, uiteten gaan, goede wijn en mooie whisky, vakantie en voorheen dus huisdieren. En aan alimentatie voor mijn kinderen uit een eerdere relatie, maar ik heb geen contact met hen. Wegens de dieren ging ik met mijn voormalige vriendin nooit ver van huis tijdens vakanties. Maar vóór die tijd heb ik wel verre, luxe reizen gemaakt, ik houd van comfort. Vorig jaar, toen mijn relatie uit was, vroegen vrienden mij mee naar een camping in Frankrijk. Daar sliep ik in een stacaravan. Ik zag er enigszins tegenop, maar ik heb een fantastische vakantie gehad. Soms moet je even uit je eigen comfortzone stappen. Voor dit jaar hadden we een glampingvakantie in Italië geboekt, maar ja, dat gaat dus waarschijnlijk niet door.

„Echte hobby’s heb ik niet, maar ik kijk graag voetbal en ben een fervent Ajax-fan. Ik houd van gezelligheid, samen eten met vrienden, een spelletje. Ik kijk graag films en series en in de zomer zit ik graag in de tuin met een muziekje.

„2020 had het jaar moeten worden van de nieuwe start, ik voel dat ik wel weer toe ben aan een nieuwe relatie. Maar ja, dat is nu even moeilijk. Er zijn geen festivals of kroegen om nieuwe mensen te ontmoeten. Maar dat komt wel weer.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 30 mei 2020

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 30 mei 2020

Lees Verder

Leiderschap in crisistijd = bouwen aan herstel

Leiderschap in crisistijd = bouwen aan herstel

Translating…

0 2 juni 2020om 07:306 minuten lezen

Ons leiderschap wordt op de proef gesteld, op een manier die we weken geleden nog niet voor mogelijk hadden gehouden. De maatschappij zit ‘intelligent op slot’, onze reis- en vergadermogelijkheden zijn ingeperkt. Maak je borst maar nat: zwaar weer is op komst, niemand uitgezonderd. Nu zal blijken hoe veerkrachtig onze onderneming is en hoe groot onze aanpassingssnelheid. Visionaire leiders moeten niet zozeer incasseren en op de rem staan, maar juist anticiperen op het herstel en daarin een voorbeeld zijn.

Voor crises als deze, bestaan geen draaiboeken. Meet leiders en hun organisaties daarom af aan hun herstelvermogen, hunresilience, en toets ze op 4 punten.

Slack-oprichter Stewart Butterfield communiceert entweetover de zakelijke gevolgen van de coronacrisis. Maar voordat hij dat doet, maakt hij duidelijk waar het ook in zijn leven ten diepste om gaat, als hij schrijft:

Als mens maak ik me zorgen om mijn dierbaren, en voel ik me diep betrokken bij de miljoenen mensen van wie de banen op de tocht staan en van wie de gezondheid gevaar loopt.

Zó en niet anders, hoor je inderdaad te beginnen.

Bij tegenslag komt het ware leiderschap naar boven, is mijn overtuiging. Maar aan moeilijke beslissingen, gaat één ding vooraf. Een leider is pas groot als zij of hij zich kwetsbaar en invoelend durft op te stellen. Juist als die kwaliteiten naar de achtergrond dreigen te worden gedrongen, moeten we onze positieve betrokkenheid naar voren halen.

Maar waar haal je dat vandaan? In mijn boek Done Right verken ik een aantal wegen om te bouwen aan herstelvermogen. Ik bespreek 4 routes op weg naar herstel die vandaag de dag uiterst relevant zijn. Door deze bril kijk ik naar bedrijven en hun leiders als er ingrijpende veranderingen zonder aankondiging uit onverwachte hoek komen.

Bouwen aan herstelvermogen #1: wees een motorrijder, leun tegen de wind

Bij stevige zijwind gaan auto´s en motoren precies naar de andere kant overhangen. Laat je niet wegduwen en richt je blik vooruit, tot voorbij de crisis. In het voorjaar van 2003 heb ik mijn lesje herstelvermogen wel geleerd, toen ik verkoopleider was bij BMC Software in Houston, Texas. Van al onze verkoopovereenkomsten per financieel jaar, werd veertig procent typisch in het laatste kwartaal afgesloten. En tachtig procent dáárvan dan weer in de laatste twee weken.

Wie houdt daarbij rekening met geopolitieke veranderingen? Ik toen niet. Met nog elf werkdagen voor de boeg en een dikke dertig procent van de jaaromzet te gaan, viel op 20 maart 2003 een coalitie onder leiding van de VS Irak binnen. Grote ondernemingen en al onze bíjna-klanten stopten direct hun besluitvorming en gingen vol in de ankers. Op de ochtend van 1 april vond ik een handgeschreven briefje op mijn bureau van één van de VP’s van BMC, die me altijd met raad en daad bijstond: Joseph ‘Chip’ Nemesi. Hij schreef me:

Nieuwe kansen als keerzijde van tegenslag

“Ik liep vanmorgen langs, maar je was naar de sportschool. Je zag er gisteren uit alsof jullie puppy voor je ogen was overreden, daarom kwam ik even poolshoogte nemen. Ik ken je gelukkig goed genoeg om te weten dat je hoofd alweer op volgend jaar staat en dat je nu lekker enthousiast loopt te rennen. Je mensen denken vast dat het ruige jaareinde je uit het lood heeft geslagen en dat je het zelf ook even niet meer weet. Maar ik ken je een beetje: doe ze versteld staan en ze zullen een voorbeeld aan je nemen.”

Hij zei me dat hij ervan overtuigd was dat ik me niet uit het veld zou laten slaan door een paar klanten, een oorlog en een instortende IT-markt. Zijn briefje heb ik járenlang bewaard, omdat hij me iets schreef wat ik nog niet wist van mezelf. En hij stuurde me de goede kant op, een kant die ik zelf nog niet had gevonden. Ik leerde toen dat nieuwe kansen de keerzijde van tegenslag zijn. Dat is de houding die ik koester en wil zien bij mensen waarmee ik zaken doe.

Bouwen aan herstelvermogen #2: zeg maar hoe het verhaal af moet lopen

Er zijn methoden om leidinggevenden te leren hoe ze hun eigen herstelvermogen kunnen opbouwen, en adviezen die ze hun mensen kunnen meegeven om met tegenslag om te leren gaan. Ik heb dat geleerd van een opmerkelijke dame die ik mocht leren kennen. Debra Searle is een geslaagde ondernemer, auteur en televisiepresentator. Ze is al tweemaal onderscheiden door ‘Her Majesty the Queen’ zelf, voor wat ze heeft bereikt in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten.

Debra beschikt over een mentale gereedschapskist die haar goed van pas kwam tijdens een zware beproeving die ze zichzelf heeft aangedaan. Een solotocht oceaan-roeien over 5.555 kilometer in een tweepersoonsboot.

Debra Searle kan omgaan met wat je echt niet wilt.

Debra Searle kan omgaan met wat je echt niet wil.

Debra’s adviezen variëren van ‘de film afdraaien’ – dat is het visualiseren van de uitdagingen die voor je liggen en hoe je die overwint – tot het dagelijks zelf bepalen van je levenshouding en gemoedstoestand. “Dat was het enige waar ik invloed op had”, zegt Debra. “Ik bepaalde elke dag de door mij gewenste houding en die sprak ik hardop uit. Dat moest natuurlijk een positieve en constructieve houding zijn: negatieve gedachten gingen overboord”. Bekijk Debra’s inspirerende verhaal en waardevolle adviezen in haar TEDx-talk: “Omgaan met ongewenste veranderingen”.

Accepteer cookies

Bouwen aan herstelvermogen #3: blijf in verbinding met elkaar, en met jezelf!

Blijf luisteren. Blijf praten. Sinds we vanwege de coronacrisis hebben besloten om medewerkers op afstand te laten werken, communiceren mijn mensen en ik open via verschillende alternatieve kanalen. We houden virtuele vergaderingen, er zijn opgenomen presentaties, we mailen en appen natuurlijk. Maar ik heb mijn agenda ook opengesteld voor iedereen binnen het bedrijf die een gesprek wil. De gespreksonderwerpen variëren sterk, van de huidige crisis, tot hoe onze klanten erop reageren, tot kantoorhumor.

Maar de belangrijkste boodschap kwam misschien wel van Laura Butler, onze VP personeelszaken die behalve onze mensen ook de bedrijfscultuur bewaakt. Ze had het over ‘het nieuwe normaal’ dat voor alle mensen bij Workfront workmanagement is ontstaan. Voor de één betekent dat er twee volwassenen zijn die vechten om de beschikbare internet-bandbreedte terwijl de peuters aan hun knieën staan te jengelen. Voor de ander betekent het de zorg voor ouders en familie die tot de risicogroepen behoren.

Maar wat het nieuwe normaal van Laura ook moge zijn, ik heb iedereen laten weten dat gezin, familie, gezondheid en welzijn nu op één staan. Als er momenteel moet worden ingeleverd, laat dat dan maar op werk zijn, liever dan op het welzijn van de familie.

Bouwen aan herstelvermogen #4: evalueren doen we achteraf, om van te leren

Als de crisis straks afzwakt – en dat zal mettertijd gebeuren – dan moeten leidinggevenden de verleiding weerstaan om vooruit te willen stormen voordat ze het slagveld hebben overzien. Want om te winnen aan herstelvermogen, moet je lering te trekken uit het verleden. Laten we te rade gaan bij de mariniers. VoormaligUS Navy SEAL commandant Mark McGinnisnoemt evalueren een onvermijdelijk onderdeel van de hele ‘bedrijfsvoeringsriedel’. De volledige cyclus van planning, voorbespreking, uitvoering en nabespreking (plan/brief/act/evaluate) moet volgens hem altijd worden doorlopen.

“Als eenmilitaire opdrachterop zit, trekken we ons terug in een vertrouwelijke ruimte waar rangen, standen, voorrechten, verwijten en anciënniteit niet bestaan, en daar bespreken we broodnuchter wat er gelukt en wat er mislukt is. Belangrijk om die beide te bespreken. Succes kan zich nog eens in de praktijk bewijzen en fouten zijn er om van te leren én dezelfde fouten maak je liever niet twee keer, vooral niet in het leger, waar het om mensenlevens gaat.”

Geleerde lessen bewaren de SEAL’s niet voor zichzelf, maar worden gedeeld met iedereen, van hoog tot laag. “Ik zet een hefboom op de opgedane ervaring”, zegt McGinnis, “Ongeacht of die uit het veld of van de leiding komt.”

Neem de tijd, reflecteer en evalueer. Geen crisis is dezelfde, maar bepaalde lessen hebben eeuwigheidswaarde, zeker ook als die uit de Covid-19-crisis worden getrokken.

Pas op, de kinderen kijken mee!

Crises dagen leidinggevenden uit om de betere versie van zichzelf te ontdekken. Dat doet me denken aan wat Sean Pederson van Trek Bicycles een paar jaar geleden zei: ”Geef leiding alsof de kinderen naar je staan te kijken”. Da’s goeie raad. En voor wie thuis zit te werken, is het waarschijnlijk nog waar ook.

Bouwen aan herstelvermogen

Voor mezelf zet ik het soms even op de achterkant van een bierviltje:

  1. Wees een motorrijder, en leun tegen de wind. Oftewel, wat ga ik dus niet laten gebeuren en wat zeker wel?
  2. Zeg maar hoe het verhaal af moet lopen. Verbeeld de opdoemende problemen en hoe je die idealiter oplost en herhaal dat filmpje telkens voor jezelf. Zeg luid hoe je in die situaties constructief overeind wil blijven staan.
  3. Blijf in verbinding met elkaar – en met jezelf! Kom uit je e-mail, ga in gesprek en bedenk dat sommige zaken belangrijker zijn dan werk.
  4. Evalueren doen we achteraf, om van te leren. Niet zeuren maar poetsen, maar wel léren van wat er goed en fout ging.

Voor evalueren is het nog wat vroeg, maar altijd geldt: wees een voorbeeld voor de (virtuele) kinderen, in wat je ook doet!

Lees Verder